Onenigheid over herdenking van afschaffing aan de slavernij

Afschaffing van de slavernij werd altijd herdacht op 1 juli. Sommigen willen herdenking op 30 juni en viering op 1 juli.

Er is onrust ontstaan in de Afrikaans-Nederlandse gemeenschap over de herdenking van de afschaffing van de slavernij in 1863. Tot nog toe gebeurde dat bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark op 1 juli, de dag dat de slavernij werd afgeschaft.

Het organiserende Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) heeft laten weten dat de herdenking dit jaar wordt verplaatst naar 30 juni. Voor sommigen in de Afrikaans-Nederlandse gemeenschap is het alsof de Dodenherdenking ineens op 3 mei wordt gehouden. Op 1 juli wordt het festival Keti Koti (verbroken ketens) geopend, om het eind van de slavernij te vieren.

Voor het grote publiek is sinds 2002, toen koningin Beatrix in het Oosterpark de beeldengroep van Erwin de Vries onthulde, 1 juli hét moment. Maar er is ook een jaarlijkse herdenking bij een beeld van Henry Renfrum op het Surinameplein in Amsterdam, gericht op de Surinamers in Amsterdam. En die herdenking, georganiseerd door de Stichting Amsterdam Centrum 30 juni-1 juli vond altijd plaats op 30 juni.

In de openbare mededelingen van het NiNsee en het Amsterdam Centrum wordt de analogie van 4 en 5 mei nadrukkelijk gezocht: één dag om te herdenken, en één dag om te vieren. De bezwaren richten zich op die splitsing: nu ‘moeten’ belangstellenden twee dagen vrijhouden. Dat stelt Barryl Biekman, initiatiefnemer van het Nationaal Monument in een brief aan voorzitter Antoin Deul van het NiNsee en aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Zij wijst erop dat 30 juni een datum zonder historische betekenis is in het slavernijverleden.

Namens wethouder Simone Kukenheim, (diversiteit, D66) laat een woordvoerder weten dat partijen binnenkort in gesprek gaan Het NiNsee was telefonisch niet bereikbaar.