Een stakeholder is een sukkel die er voor spek en bonen bij zit

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

japke0

Als de barbecue aangaat denk ik altijd even aan ze: de steakholders. En dan bedoel ik niet carnavalsvereniging De Steekholders, kinderdagverblijf de Steekholdertjes of camping de Steakholder in Ootmarsum, nee. Dan bedoel ik de stakeholders op kantoor. In mission statements bijvoorbeeld, waar ‘er zeer consequent op ze wordt ingezet’. In jaarverslagen waarin ze steeds serieuzer ‘genomen worden’ of op evenementen waar ‘ze u meenemen aan de hand van concrete ervaringen uit de praktijk’. De centrale spil enzo, superbelangrijk ook – hou jij even mijn steak vast terwijl ik een biertje haal?

Een paar jaar geleden heetten ze nog gewoon ‘belanghebbenden’, mensen die bij een bedrijf betrokken zijn. Klanten, het personeel, vakbonden, aandeelhouders, zakkenvullers zo je wilt. Tegenwoordig worden ze verstopt achter een uit de VS overgewaaid managementtermpje om nóg meer jeukwoorden aan op te kunnen hangen. Zoals de ‘constante dialoog die ze met elkaar aangaan’, de ‘waarde’ die ze ‘creëren’ (dat heet stakeholdersvalue) en natuurlijk het stakeholdersmanagement, de stakeholdersanalysis en zelfs de ‘stakeholder engagement specialists’ die steakholders aan de haren uit het moeras sleuren. Want steekholderen zúllen we.

Wat ik zo grappig vind, is dat die specialisten het enorm uit de klauwen hebben laten groeien met al die stakeholders. Ik hoor tenminste overal geklaag dat stakeholders zo vaak ‘tegengestelde belangen’ hebben, dat ze zorgen voor ‘complexe vraagstukken’ en dat het een ‘enorme opgave’ is alle steekholders evenveel gewicht te geven, zo hoorde ik laatst een schat van een stakeholderengager zeggen. Tja. Eigen schuld. Als je allemaal verschillende belangen in een diepe put gooit, is het geen wonder dat het een puinhoop wordt. We zijn allemaal stakeholders, zeker in Nederland waar iedereen zich altijd overal mee wil bemoeien.

Wat we dus gaan doen, is stoppen met iedereen stakeholders te noemen en het de leveranciers, lobbyclubs, personeel, of wat dan ook, weer lekker met elkáár te laten uitvechten. Dan kunnen alle stakeholderspecialisten boswachter worden, stoppen de jeukwoorden, kunnen de dialoogtafels weer naast het rattengif op zolder en denk ik niet meer aan verbrand vlees.

Want als we heel eerlijk zijn, lieve stakeholderengagementspecialisten, luisterden jullie toch al niet écht naar al die stakeholders. „Een stakeholder is de sukkel die belang heeft bij het bedrijf maar niet meetelt omdat hij geen aandelen heeft”, legde een gezaghebbende columnist van een andere krant me geduldig uit op Twitter. Alleen de aandeelhouders hebben wat te zeggen bedoelde ze, de shareholders. De stakeholders zitten er voor spek en bonen. Hadden ze maar een vak moeten leren.

Soms heb je een steekhouder nodig. Bijvoorbeeld als iemand een po onder je schuift, als je Napoleon bent en even naar de wc moet, of als je een vestje breit. Dan brei je eerst het zakje, zet je de steken op een houder, brei je vervolgens het vest tot de hoogte van het zakje en plaats je het gebreide lapje op de juiste plaats. Maar op kantoor? Daar kan iedereen prima zonder stakeholders. Behalve natuurlijk om vampiers een staak door het hart te jagen.

Maar hoe vaak komt dát nou voor.