Recht & Onrecht

Griekenland moet zich net als V&D failliet kunnen verklaren

Wie te diep in de schulden zit, is gebaat bij een faillissement of een schuldsanering. Dat insolvabele landen, zoals Griekenland, niet failliet kunnen gaan begint een probleem te worden. Banken wentelen hun risico’s af op dergelijke landen en blijven zo buiten schot.

Onlangs verscheen een rapport van de Ombudsman over schuldhulpverlening. De toegang daartoe, en de aanvraag van een schuldsanering bij de rechter, moet vergemakkelijkt worden. Er zijn teveel praktische en wettelijke hobbels die het een burger met schulden moeilijk maken om zijn weg te vinden. Ook doordat het voor een groot deel niet in zijn eigen handen is. De gemeentelijke keuzes en budgetten bepalen in belangrijke mate de toegang tot schuldhulpverlening, en de rechter. Een burger moet eerst langs de gemeente, voldoen aan eisen en daarna wachttijden doorstaan. De bestuursvoorzitter van bijvoorbeeld V&D daarentegen kan, vormvrij, op een moment door hem zelf te bepalen, het faillissement aanvragen. Binnen een dag is dat uitgesproken. Waarom zou je burgers met geldproblemen anders behandelen?

Griekenland heeft eigenlijk hetzelfde probleem. Het IMF berichtte vorige week dat Griekenland, bedeeld met een forse schuldenberg, nog decennialang coulance nodig zou hebben bij het afbetalen van alle schulden. Een manier zou zijn tot 2040 geen rente meer hierover te laten betalen. Zelfs bij een lage inflatie van 2 procent betekent dat de facto een afname van de kosten voor Griekenland van 40-60 procent. De minister van Financiën Dijsselbloem zei gelijk dat hij niet de intentie heeft verlies te lijden op de leningen. Nou is intentie in deze context niet zo van belang. Iedereen die geen politicus is, weet dat Griekenland niet alles wat ze geleend heeft kan terugbetalen en failliet is. Google op dit onderwerp en je ziet dat het sinds 2010 voortdurend wordt voorspeld. Het was in januari 2015 trouwens ook het standpunt van de Griekse regering zelf.

En ook van de Paus. Deze drong vorig jaar aan op het faillissement van 48 landen waaronder Griekenland. Ook stelde hij de vraag waarom een vennootschap wel en een staat niet failliet verklaard kan worden. Waarom is dat?

Momenteel bestaan er geen regels waarmee een land zijn faillissement kan aanvragen. Terwijl er veel landen zijn die gebukt gaan onder een niet inlosbare schuldenlast. De gedachtegang hierachter is dat staten elkaars immuniteit hebben te garanderen. Schuldeisers kunnen daarom niet op alle vermogensobjecten van die staat verhaal halen. En dan met name niet op die objecten die de staat nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak zoals een ambassade, politieauto’s, legeronderdelen of de gouden koets. Deze ‘immuniteit van executie’ beschermt dus niet alle eigendommen van een Staat. Een Staat is ook niet immuun voor jurisdictie: er kan tegen geprocedeerd worden. In theorie kunnen schuldeisers met het vonnis een faillissementsverzoek indienen en proberen op die manier gedeeltelijk verhaal te halen.

Maar in de praktijk lukt dat dus niet. Dit levert de rare situatie op dat het vonnis, indien een beroep op staatsimmuniteit opgaat, niet uitgevoerd kan worden. Vanwege de bescherming van die cruciale staatseigendommen kan die staat/schuldenaar niet failliet gaan. In Nederland is er in de jaren ´90 door enkele recalcitrante rechters wat anders over gedacht. Zowel Zaïre als Suriname zijn toen op vordering van een schuldeiser failliet verklaard. In hoger beroep is dit teruggedraaid. De Hoge Raad heeft er definitief een stokje voor gestoken. Een VN-verdrag legt deze regel voor de hele wereld vast, zodat we er voorlopig van uit kunnen gaan dat Griekenland niet failliet kan worden verklaard. Ook niet als ze er zelf om vragen. Overigens heeft Nederland dit verdrag nog niet geratificeerd.

Staten beschermen en waarborgen dus elkaars soevereiniteit. Dit doorkruist de regels van het normale executierecht zoals dat geldt voor alle andere schuldeisers en schuldenaren. Maar dit heeft wel een groot nadeel. Een belangrijk faillissementsdoel is schuldenaren zelf in staat te stellen hun schulden te herstructureren. Dit is de ratio achter bijvoorbeeld de schuldsaneringsregeling in Nederland.

Het ontbreekt dus aan een belangrijke mechanisme waardoor staten – zoals nu Griekenland - gedoemd zijn jaren door te modderen met hun schuldeisers. Iets waarvan de Ombudsman heeft gezegd dat de overheid dat zijn burgers niet moet aandoen. De sociale gevolgen voor de bevolking van die insolvabele, uitzichtloze, landen zijn namelijk fors, iets waar het de Paus om te doen was.

En daarnaast ontstaat er een ‘moral hazard’, een verborgen risico dat zowel staten als schuldeisers zich anders gaan gedragen. Door het uitblijven van een kans op een staatsfaillissement lopen schuldeisers geen risico; de ECB blijft geld uitlenen cq drukken en Griekenland blijft zo dus maar aflossen op een bad loan. Doordat de schulden die Griekse banken aan Europese banken hadden zijn verplaatst naar vorderingen van staten op staten, zijn banken potentieel aan de faillissementsdans ontsprongen.

Het is dan ook niet vreemd dat een comité van de Verenigde Naties vorige zomer de eerste stappen heeft gezet tot een negental principes die zouden moeten gelden voor een globaal interstatelijk insolventiesysteem. Dat de Paus bijna failliete landen oproept zich aan een faillissementssysteem te onderwerpen past in dat denken.

Dat Griekenland zijn eigen faillissement zal aanvragen zodra het kan is evident. De burgers die op de wachtlijst staan van de schuldhulpverlening zullen het begrijpen.

 

Erik Boerma is insolventierechter bij de rechtbank Oost-Brabant. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

Blogger

Erik Boerma

Erik Boerma studeerde rechten in Amsterdam. Hij werd rechter in 2000 bij de rechtbank Oost-Brabant. Hij behandelt sinds 2003 als insolventierechter vooral schuldsaneringen en faillissementen. Daarnaast is hij als projectleider Toezicht betrokken bij het digitale innovatieprogramma KEI van de rechtspraak.