Het hoogste houten gebouw van Nederland staat in Amsterdam

Bouw In Amsterdam staat het hoogste houten gebouw van Nederland. Een les van de architect: ontwikkel je eigen ontwerp, dat levert betere gebouwen op.

Olivier Middendorp

Al lang voor de recente oplevering stond Patch 22, een woonwerkgebouw aan het IJ in Amsterdam-Noord, bekend als het ‘hoogste houten gebouw van Nederland’. Ook vanaf de zuidkant van het IJ was het afgelopen jaar te zien hoe aan de overkant van het brede water zes houten verdiepingen op een betonnen onderbouw werden gezet tot het geheel dertig meter hoog was. En ook hoe de architect, Tom Frantzen, er met een eenvoudige ingreep een opvallend gebouw van heeft gemaakt. Frantzen heeft de verdiepingen iets ten opzichte van elkaar verschoven, zodat Patch 22 lijkt op een nonchalante opeenstapeling van gebaksdozen. Bovendien heeft elke doos aan de IJzijde een vakwerkgevel van dikke houten balken gekregen, alsof delen van een oude brug zijn hergebruikt.

Met zijn stapel houten dozen wist Frantzen in 2010 de gunningsprocedure van de gemeente Amsterdam te winnen voor een duurzaam gebouw in Buiksloterham, een bedrijventerrein dat nu in hoog tempo verandert in een woonwijk. Frantzen, die al tien jaar zijn werk als architect combineert met projectontwikkeling, moest het opnemen tegen grote ontwikkelaars. Hij troefde ze af met een superduurzaam ontwerp, genoemd naar het kavelnummer waar het op staat (en naar Joseph Hellers roman Catch-22). Niet alleen is Patch 22 energieneutraal, doordat het is uitgerust met voorzieningen als zonnepanelen, warmteterugwinningsinstallaties en een op houtpellets gestookte cv-ketel, ook is het grotendeels gebouwd van hout.

„Houtbouw is ongebruikelijk in Nederland, zeker voor zulke hoge gebouwen als Patch 22”, vertelt Frantzen op een koude voorjaarsdag over zijn ontwerp. „Maar in landen als Duitsland, Oostenrijk en ook in Scandinavië is het heel gewoon. Hout is het enige bouwmateriaal dat telkens opnieuw door de aarde wordt aangevuld. Het hout in Patch 22, vurenhout voor de constructie en oregon pine voor de kozijnen, komt van zogenaamde ‘hernieuwbare bronnen’: op de plek waar de in het gebouw gebruikte bomen stonden, groeien nu nieuwe bomen.”

De kans op wegwaaien

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het hele gebouw uit hout zou worden opgetrokken. Maar dat bleek onmogelijk. „Een geheel houten gebouw van zeven verdiepingen zou te licht geworden zijn”, legt Frantzen uit. „Patch 22 staat op een winderige plek aan het IJ en bij een goede zuidwesterstorm was de kans groot dat het gebouw weg zou waaien.”

Om het gebouw zwaar genoeg te maken, heeft de begane grond een betonnen constructie gekregen. Ook heeft Patch 22 een betonnen kern voor onder meer de lift. Aan de kern zijn de vloeren gehangen. „Maar de kolommen en balken van de constructie en de dragende wanden, plafonds en kozijnen zijn allemaal van hout”, legt Frantzen uit. „De holle vloeren zelf zijn weer van beton en stalen balken. Bijzonder is dat alle leidingen tussen de twee lagen van de vloer zitten. Zo zijn ze door bewoners gemakkelijk aan te passen.”

De gemakkelijk te openen vloeren vergroten de flexibiliteit van Patch 22. „Duurzaamheid is niet alleen een kwestie van materiaalgebruik en installaties”, zegt Frantzen. „Misschien is flexibiliteit in het gebruik zelfs nog wel belangrijker. Kantoorgebouwen worden nu bijvoorbeeld gesloopt omdat ze vaak moeilijk en alleen tegen hoge kosten geschikt te maken zijn voor bewoning.” Daarom bestaat Patch 22 uit open etages van 550 vierkante meter die kunnen worden gebruikt voor wonen en/of werken. „De etages hebben ook een riante hoogte van vier meter – flexibiliteit schuilt ook in overmaat. Ook de verkoop kun je flexibel noemen: kopers konden een variabel deel van een etage kopen. Die moeten ze bovendien zelf afbouwen. Zo is Patch 22 een in alle opzichten flexibel en dus superduurzaam gebouw geworden.”

Tom Frantzen is een van de eerste Nederlandse architecten die ook de ‘ontwikkeling’ (financiering en bouw) van door hem ontworpen gebouwen ter hand hebben genomen. Frantzen begon ermee toen hij ruim tien jaar geleden eens uitrekende wat de kosten en baten waren van deelname aan prijsvragen waarop jonge architecten nog altijd veelal zijn aangewezen. „In 2005 deed ik mee aan een prijsvraag voor een bibliotheek in Stockholm. Daar deden duizend architecten aan mee. Dat betekende dat ik 1 promille kans had om te winnen. En als je dan hebt gewonnen, is de kans ongeveer vijftig procent dat het ook wordt gebouwd – bouwplannen gaan immers vaak uiteindelijk niet door.”

Aan arbeidsuren tegen een normaal tarief had Frantzen er dertigduizend euro in gestoken, berekende hij. „Tienduizenden euro’s investeren in een half promille kans om te bouwen is niet verstandig. Ik besloot toen dat ik voortaan zo’n 30.000 euro per jaar ging besteden aan de ontwikkeling van mijn eigen gebouwen.”

Bekroond bakstenen woningblok

Als architect-ontwikkelaar (ver)bouwde Frantzen onder meer een carréboerderij in Maastricht tot drie woningen en acht woningen in Heerde. Daarnaast realiseerde hij, alleen als architect, onder meer De Keyzer, een met verschillende prijzen bekroond bakstenen woningblok in de Amsterdamse Czaar Peterbuurt.

Sinds in 2008 een langdurige economische crisis begon, waardoor meer dan de helft van de werkgelegenheid in de architectuurbranche verdween, hebben steeds meer architecten Frantzens voorbeeld gevolgd. In Buiksloterham bijvoorbeeld, de buurt in Amsterdam-Noord waar Patch 22 staat, hebben verschillende architecten een kavel gekocht waarop ze woningen bouwen die ze zelf gefinancierd en verkocht moeten krijgen. Meestal gaan ze hiervoor in zee met een projectontwikkelaar of aannemer die de financiering en bouw voor hun rekening nemen. Maar Frantzen richtte voor de ontwikkeling van Patch 22, samen met bouwmanager Claus Oussoren, een eigen bedrijf op: Lemniskade B.V.

Grootste moeilijkheid na het winnen van de gunningsprocedure voor Patch 22 was het bijeenbrengen van startkapitaal. In 2010 was de crisis in de bouw op zijn hoogtepunt en waren banken niet bereid geld te lenen aan een pas opgericht ontwikkelingsbedrijf. Maar door een creatieve financieringsconstructie met een aannemer wist Lemniskade een lening van bijna drie ton los te peuteren. Samen met eigen inbreng in geld en in arbeidsuren was dit genoeg om het plan zover uit te werken dat de woningen verkocht konden worden en met de bouw van het ruim tien miljoen euro kostende woonwerkgebouw te beginnen.

‘Als ik alleen de architect van dit gebouw was geweest, was er heel wat gesneuveld tijdens de bouw’

Ondanks de crisis verliep de verkoop van de appartementen in Patch 22 voorspoedig. Al lang voor de oplevering waren, midden in de crisistijd, alle appartementen verkocht. Afhankelijk van de wensen van de kopers variëren die in oppervlak van 42 tot 266 vierkante meter. „De prijs per vierkante meter was gemiddeld 2.750 euro”, zegt Frantzen. „Daar komen dan nog de kosten voor de afbouw bij – kopers hebben tenslotte een lege loft gekocht. Met de huidige, explosief stijgende huizenprijzen in Amsterdam zijn de 27 eigenaren van Patch 22 nu allemaal spekkopers.” (De vierkantemeterprijs in Amsterdam ligt inmiddels gemiddeld ruim boven de 3.000 euro.)

Zelf gebouwen ontwikkelen bezorgt Frantzen niet alleen werk als architect, maar leidt ook tot betere gebouwen, vindt hij. „Als ik alleen de architect van dit gebouw was geweest, dan waren er heel wat dingen gesneuveld tijdens de bouw. Ik denk dat bijvoorbeeld de verdraaiing van de zes etages niet was doorgegaan. Dat heeft geld gekost, ja, maar het geeft Patch 22 ook een eigen karakter.”

Met Patch 22 heeft Lemniskade nu voldoende geld verdiend om door te gaan met de ontwikkeling van gebouwen. Onlangs maakte Frantzen bekend dat zijn bedrijf een in onbruik geraakt kabelopslaggebouw naast Patch 22 heeft aangekocht. Ook hiervan gaat hij een houten woon-werkgebouw maken.