Decennia van geweld in de zorg laat ander Nederland zien

Een grimmige, harde, liefdeloze en af en toe zelfs brute, agressieve wereld. Dat beeld rijst op uit het rapport van de commissie Vooronderzoek Geweld in de Jeugdzorg over de afgelopen 70 jaar. En tegelijkertijd was er in al die decennia ook sprake van liefhebbende pleegouders en zorgzame groepsleiders.

Of we er ooit achterkomen hoeveel kinderen er exact het slachtoffer geworden zijn, lijkt niet waarschijnlijk. Daarvoor zijn de bronnen niet toereikend. Wat wel kan, is in abstracto uitvinden wat er achter het ‘langdurige en ernstige’ geweld in individuele gevallen in pleeggezinnen en instellingen stak. En hoe dergelijke mechanismen en patronen voorkomen kunnen worden.

Het advies is dus genuanceerd en tempert nu al verwachtingen. Dat is een verdienste, in een mediagedreven tijd waarin het wantrouwen in de staat groot is, slachtoffers veel aandacht krijgen en individueel leed vaak maatgevend is voor publieke generalisaties.

Het kabinet volgde terecht het advies van de commissie, onder leiding van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter, om nu een uitgebreid onderzoek te laten doen. Dat er in de pleegzorg kennelijk veel slachtoffers van geweld zijn, was na het eerdere, minstens even schokkende onderzoek naar seksueel misbruik in de jeugdzorg, niet onverwacht. Zonder dat er een meldpunt werd ingesteld, ontving de commissie al 200 indringende klachten. De tien persoonlijke verhalen die als bijlage in het rapport zijn opgenomen, maken diepe indruk. Vooral omdat de volwassen levens van deze ex-pleeg- of instellingskinderen diepgaand getekend zijn door de ervaringen die ze nota bene onder verantwoordelijkheid van de staat opdeden. Dat deze groep een behoefte aan erkenning heeft, maar ook aan compensatie ligt voor de hand. Zij vormen een collectieve verantwoordelijkheid.

Tegelijk moeten ook hier de verwachtingen enigszins worden getemperd. Naar de maatstaven van vandaag is geweld in de opvoeding een taboe, waar het vroeger in meerdere of mindere mate aanvaard was. Een wettelijk verbod op geweld in de opvoeding dateert pas van 2007. Een definitie van kindermishandeling staat sinds 2005 in de wet. Verwaarlozing als vorm van mishandeling is nog maar een thema vanaf de jaren zestig. Daarvoor waren het letterlijk andere tijden. Het onderzoek zal zijn belangrijkste waarde dan ook moeten vinden in het vaststellen van wat er is gebeurd en hoe dat is beleefd. De vraag ‘was het toelaatbaar in die context’ en zijn er dus nog daders aansprakelijk te stellen, is heel wat ingewikkelder. De maatstaven van nu zijn niet die van toen. Voor kwetsbare slachtoffers dreigen hier verdere teleurstellingen.