De geïnterviewde

Het stukje dat u nu leest is geschreven in de achtertuin van Hotel De Klokkenhof in Brasschaat waar ik me, toen de geïnterviewde even naar de toilet was, had verstopt in de achtertuin omdat het interview anders helemaal nooit zou stoppen. Henk Spaan van het literaire voetbaltijdschrift Hard Gras had me naar hier gestuurd om hem te interviewen voor de EK-special. Omdat ik Henk niets kan weigeren, reisde ik toch af, hoewel ik van tevoren ook wel wist dat het gesprek wel eens uit de hand zou kunnen lopen.

Ik was al een paar keer officieel gestopt met interviewen, had de cassetterecorder nadrukkelijk in de tas opgeborgen en had de geïnterviewde een hand gegeven en hartelijk bedankt.

Maar daarna kwamen dan nog voor twee personen garnalen, kroketjes, friet en huisgemaakte mayonaise, en daarna weer koffie en bruiswater. En met het bruiswater kwamen nog meer verhalen.

Ik wilde niet de diepte in, tenminste niet dieper dan hoe hij de kansen van het Belgische elftal bij het Europees Kampioenschap inschatte, maar dat maakte de geïnterviewde niet uit. Het gesprek was als een wandeling op drijfzand. Als je de waarschuwingsborden negeert, weet je dat je op een gegeven moment kunt worden meegezogen. Hard wegrennen kan dan ook niet meer.

Ik zat vast, op een gegeven moment zelfs in de whatsapp-groep van zijn familie, waar ze elkaar op ‘moederkesdag’ allemaal een fijne dag wensten met foto’s waarop ze gekke bekken trokken.

Foto’s van het stadion in aanbouw in de achtertuin, waar ze straks met de familie de wedstrijden van de rode duivels gingen kijken en waarop alvast vijf kartonnen versies van de geïnterviewde zaten.

Nog een vis die ik niet had besteld.

„Ik moet zo weg”, zei ik, terwijl ik het eten naar binnen propte. Ik stond op, bedankte hem en verexcuseerde me dat ik na drie uur stopte met luisteren. Ik ging aan een ander tafeltje deze column schrijven, maar daar schoof hij even later aan met weer een nieuw verhaal. De geïnterviewde was nog niet uitgepraat, de interviewer wilde niet meer.

„Het interview is nu afgelopen”, zei ik op een gegeven moment. „Ik moet ook nog andere dingen doen, een column schrijven…”

Hij begreep dat.

„U heeft het makkelijk, uw onderwerp zit tegenover u.”

Ik zocht en vond hulp bij de uitbater, ook een Nederlander, die me naar de tuin loodste en vertelde dat hij dit vaker had zien gebeuren.

Even later hoorde ik Jean-Marie Pfaff toeterend wegrijden.