De beurs als sprong in het diepe

De teller staat op vijf, en hij kan nog oplopen. De Amsterdamse beurs verwelkomt plotseling een golf van bedrijven die een eerste notering zoeken. De overheid brengt verzekeringsbedrijf ASR naar de beurs, dat het na de redding van Fortis in 2008 nog in bezit had. Philips verkoopt zijn lichtdivisie aan beleggers. Dan is er buizenfabrikant Sif en zijn er het kleinere ForFarmers (veevoer) en Basic-Fit, een snel groeiende keten van betaalbare sportscholen.

Er is haast bij: de eerste drie maanden van dit jaar waren buitengewoon slecht voor beleggers, die zich kennelijk zorgen maakten over de wereldeconomie en vooral China. Nu die nervositeit is afgenomen, doemt aan de horizon een nieuw risico op. Op 23 mei stemmen de Britten over hun lidmaatschap van de Europese Unie. Een ‘Brexit’ heeft onvoorziene gevolgen voor de financiële markten, en zal het klimaat voor enige tijd doen verslechteren. En al in de aanloop naar 23 mei kan die nervositeit de risicobereidheid van beleggers behoorlijk doen afnemen.

Wat rest is een geringe tijdspanne waarin beursplannen kunnen worden uitgevoerd. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) wilde dinsdag niet ingaan op vragen over een verkoop van de tweede tranche aandelen van ABN Amro, de bank die de staat eind vorig jaar voor een deel al naar de beurs bracht.

Niet dat de tijden ideaal zijn: de beurzen hebben veel hoger gestaan. Zo staan de aandelen ABN Amro die afgelopen november naar de beurs werden gebracht inmiddels ver onder hun introductiekoers. Beleggers die wat langer meegaan zullen zich herinneren dat de AEX-index in het eerste kwartaal van 1998 op hetzelfde niveau stond als nu: in achttien jaar zijn de koersen per saldo niet gestegen. Dat is geen exclusief Amsterdams fenomeen. Ook de Europa-brede Eurostoxx-index vertoont dat patroon.

Onderliggend is het beeld nog somberder: de winsten van beursgenoteerde bedrijven zijn per saldo lager dan een jaar of tien geleden. Wat de koersen overeind houdt is een hogere waardering. Een aandeel is te beschouwen als een recht op een stroom van toekomstige bedrijfswinsten. En voor die toekomstige winststroom wordt door beleggers meer en meer betaald.

Dat heeft weer alles te maken met de ongekend lage rentes die, mede door het beleid van de centrale banken, op dit moment heersen op de financiële markten. Rentedragende beleggingen, het alternatief voor aandelen, leveren nauwelijks meer iets op.

De situatie op de aandelenbeurzen is, zo bezien, kunstmatig en precair. Voor bedrijven mag een beursgang voordelig zijn, beleggers moeten zich de risico’s goed realiseren.