Baas op eigen bord!

Vergeleken met de volksraadplegingen die op het spel staan in het VK, de VS, Spanje en Frankrijk, past enige bescheidenheid rond de verkiezingen van 2017. Het zal bij ons niet vaak gaan om zaken waar de wereld van wakker ligt. Toch worden in Den Haag de pennen geslepen rondom een internationaal relevante vraag: hoe moet de ministeriële verantwoordelijkheid voor gezonde en duurzame voeding belegd worden? Een voorstel voor een Ministerie van Voedsel doet de ronde om de huidige versnippering van het onderwerp over Economische Zaken, Buitenlandse Zaken en Volksgezondheid te voorkomen. Volgens het CDA en SGP was het opheffen van het Ministerie van Landbouw in 2010 een vergissing. CU wil juist een breder ministerie. SP en GroenLinks willen geen nieuwe naam maar een nieuw beleid. Even voor het perspectief: in Duitsland bestaat al sinds 1949 een ministerie van voeding en landbouw (in die volgorde), in 2001 is daar nog consumentenbescherming bijgekomen. Hoe Nederland, als tweede exporteur van landbouwproducten en voortrekker op gebied van voeding, gezondheid en duurzaamheid deze relaties politiek verankert, zal elders aandachtig gevolgd worden.

Institutionele oplossingen zoals een ministerie zijn een afgeleide, geen doel. Met en zonder ministerie kan een sector goed zijn maatschappelijke rol vervullen. Denk aan energie (geen apart ministerie) of onderwijs (OCW). Maar met voedsel en voeding is wel iets bijzonders aan de hand. Er is vandaag de dag een zeer breed besef van het belang van gezonde voeding en duurzame voedselvoorziening, maar totaal geen overeenstemming over hoe die bereikt moet worden. Bij energie of volksgezondheid zijn zeker ook grote meningsverschillen maar die gaan minder ver: slechts een enkeling wil de hele sector opheffen of stelt het geheel van methoden ter discussie. Over voedsel neemt iedere burger tientallen beslissingen per dag en is iedereen een ervaringsdeskundige wiens mening even legitiem is, zo niet legitiemer dan die van anderen. Sociale media onderstrepen de patstelling tussen degenen die – ik vat even samen – „kapitalistische, grootschalige, industriële, chemische productie waarmee boeren worden uitgebuit” volledig afwijzen, en voorstanders van verdere „rationalisering, robotisering en geïndividualiseerde voeding”. In concrete termen: wel of geen vlees eten en produceren en exporteren, koeien in de wei of op stal, alleen lokale groenten en fruit of toch geïmporteerd, wel of geen kunstmest en chemicaliën, genetische modificatie als no go area of juist conditio sine qua non voor duurzaamheid, alleen nog biologisch of juist smart hightech. En wat is betaalbaarheid als ecologisch verantwoorde, authentieke en alternatieve winkels peperduur zijn?

Ik hoop op een minister voor de hele voedselketen, niet alleen voor voedsel

Het aantal dilemma’s is eindeloos, net als de verschillen in inzicht. Vanuit de wetenschap is hier veel over te zeggen, alleen is dat van beperkt nut bij een zo op emotie gestoelde verwarring en tweespalt. Sommige zaken sluiten elkaar niet uit, zoals hightech en lokale voedselvoorziening, of geen bestrijdingsmiddelen en gentechnologie, maar dergelijke nuances gaan verloren in het geweld van de meningenstrijd.

In die emoties wortelen niet alleen een wantrouwen tegenover wetenschap en overheid. Degenen die ‘echt’ willen eten, verlangen naar keuzevrijheid voor iets dat zozeer hun identiteit bepaalt. Voedsel is bij uitstek een symbool van authenticiteit in een bedreigende, anonieme wereld. Baas in eigen land is ondenkbaar. Maar wel: baas op eigen bord!

Mocht dat ministerie er komen, dan hoop ik op een ministerie voor de gehele voedselketen en niet alleen voedsel. Trouwens, als uiteindelijk in een klimaatneutrale samenleving biomassa de basis van de economie vormt, moet de portefeuille Biomassa, Landgebruik en Voedsel maar onder de premier vallen – maar dat is voor de verkiezingen van 2050.