Zeven tellen, een wereld van verschil

In tijd ontlopen Steven Kruijswijk (vierde) en Tom Dumoulin (zevende) elkaar weinig. Maar Kruijswijk voelt zich duidelijk beter.

Steven Kruijswijk tijdens de tijdrit in de Chiantistreek in Italië. De Nederlander staat vierde in het klassement en voelt zich goed. Foto BAS CZERWINSKI/ANP

Liegt de uitslag van een tijdrit niet? Onder vrijwel gelijke omstandigheden, in de stromende regen, reden Tom Dumoulin en Steven Kruijswijk zondag door de schitterende Chiantistreek van Toscane. Over een afstand van 40,5 kilometer was specialist Dumoulin 25 tellen sneller dan zijn landgenoot, op een technisch moeilijk parcours vol hoogtemeters. Toch kijkt Kruijswijk na een week Giro en de rustdag van maandag vol vertouwen richting het podium. En Dumoulin moet eerst maar eens de tegenslagen van een onverwacht verloren roze leiderstrui en een tijdritnederlaag zien te verwerken.

Natuurlijk profiteerde de vroeg gestarte Primoz Roglic, gewezen schansspringer uit Slovenië, van de droge weersomstandigheden toen hij zijn ploeg Lotto-Jumbo in de Chianti-tijdrit aan de eerste WorldTour-winst van dit seizoen hielp. Ook spectaculair was hoe de Italiaan Gianluca Brambilla, zaterdag ritwinnaar in Arezzo, zijn uitblinkende ploeggenoot Bobby Jungels precies één tel voorbleef in de strijd om het roze. Maar in de schaduw van de verrassende namen slopen de topfavorieten Vincenzo Nibali en Alejandro Valverde geroutineerd naar plaats vijf en zes in het klassement. Met vlak vóór en vlak achter zich een Nederlander: Kruijswijk vierde op 51 seconden, Dumoulin zevende met slechts zeven tellen meer achterstand. Kleine verschillen. Is er na negen etappes nog niets beslist?

Dumoulin heeft het even niet

Dumoulin had zichzelf in gedachten alweer zien starten in de roze trui, deze dinsdag in de lastige tiende rit. Bij alle slagen om de arm die de 25- jarige Limburger hield over zijn kansen op de eindzege, stond zijn hoofddoel van deze Giro vast: een topprestatie in de hem op het lijf geschreven tijdrit in Toscane, als generale repetitie voor olympisch succes straks in Rio de Janeiro. En dan kon la maglia rosa bijna niet uitblijven, zijn achtste, een evenaring van het ‘Nederlands record’ van Erik Breukink. „Normaal gesproken heb ik het roze nog wel een paar dagen”, jubelde de kopman van Giant-Alpecin vorige week donderdag opgetogen na een indrukwekkende aanval bergop.

Geen onnodige risico's

Zo sterk en attent als hij toen oogde, zo moeilijk keek Dumoulin zaterdag recht in de camera van de Italiaanse televisie vlak voor de klim over het grindpad van de Alpe di Poti. Even later moest de rozetruidrager zijn concurrenten laten gaan, om aan de streep ruim een minuut te verliezen. „Ik had een slechte dag”, sprak de onttroonde leider. „Een beetje zadelpijn zit me dwars maar ik had ook geen energie tijdens de koers.”

Toch hoopte Dumoulin toen nog het roze een dag later te heroveren in de tijdrit. Achteraf kon hij zijn vijftiende plaats, op 1.58 minuut van winnaar Roglic, nog wijten aan de natte omstandigheden. „Ik wilde geen onnodige risico’s nemen in de afdalingen en dan heb je geen kans op een goed resultaat.” Hij toonde nog wel een sprankje klasse en karakter door wat tijd te winnen op de meeste andere klassementstoppers. Maar lang niet zo veel als gehoopt. „Tom had niet zijn beste dag”, concludeerde ploegleider Marc Reef. En Dumoulin zelf opperde om dinsdag maar expres tijd te verliezen, omdat hij een topklassering al uit zijn hoofd heeft gezet. Als hij op achterstand staat, krijgt hij later deze Giro wellicht nog ergens ruimte om voor ritzeges te strijden.

Voor Kruijswijk betekende de 21ste plaats in de tijdrit, op 2.23 van ploeggenoot Roglic, juist het zoveelste bewijs voor zijn uitstekende vorm. Langs de wijnboerderijen tussen Radda en Greve gaf de kopman van Lotto-Jumbo, een goede tijdrijder maar geen specialist, vrijwel niets toe op de favorieten. Zoals hij ook zaterdag bergop weer niet was weg te slaan uit de voorste rijen. „Ik merk dat ik niet veel onderdoe voor mannen als Nibali en Valverde”, keek hij zelfbewust vooruit in De Telegraaf. „Hopelijk blijft dat zo, dan kunnen we kijken wat het wordt.”

Vorig jaar al had de 28-jarige Brabander een podiumplaats kunnen behalen tijdens de Giro, achter winnaar Alberto Contador en runner-up Fabio Aru. Kruijswijk miste toen in de eerste week een keer de slag maar keerde dankzij zijn onvermoeibare aanvalslust terug van plaats 35 naar 7 in het eindklassement. Net als in 2011, toen hij als achtste eindigde, toonde hij zijn grote kwaliteit als ronderenner: naarmate de wedstrijd langer duurt, verzwakt hij minder dan de meeste concurrenten. „Hij zakt bergop hooguit van 5,8 Watt per kilogram lichaamsgewicht naar 5,5 terwijl anderen 0,5 tot 0,8 verliezen”, becijferde trainer Louis Delahaye vorig jaar het vermogen dat zijn pupil kan trappen.

Deze Giro is Kruijswijk na een geslaagde hoogtestage op Tenerife vanaf het begin sterk. Als kopman kan hij bovendien rekenen op steun van de hele ploeg. Roglic ontpopt zich tot een sensationele aanwinst, en is na zijn tijdritzege de komende twee weken beoogd helper in de bergen.

In de race tegen de klok hielden ook Jos van Emden (achtste), Maarten Tjallingii (negende) en Martijn Keizer (zestiende) hun goede vorm niet verborgen. „De mannen zijn vanaf dag één van de Giro heel geconcentreerd”, concludeerde ploegleider Jan Boven al voor de tijdrit. „Dat geeft Kruijswijk veel rust. Wat we ook afspreken, ze houden zich eraan en brengen Steven in goede positie.”