Voorkom een oorlog in Burundi

Opinie Vredesbesprekingen in Burundi zijn hard nodig nu de spanning oploopt en het land afglijdt naar oorlog, schrijven May-May Meijer en Stephanie Mbanzendore.

Ravage in de Burundese hoofdstad Bujumbura tijdens protesten tegen de regering, die losbarstten in juni vorig jaar. foto Spencer Platt / Getty

Burundi staat op de rand van een nieuwe burgeroorlog. Er zijn reeds 400 burgers vermoord en 250.000 mensen zijn op de vlucht geslagen naar omringende landen. Ook binnen het Burundese leger worden militairen vermoord. Zo werden onlangs een Burundese generaal en zijn vrouw doodgeschoten. De minister voor Mensenrechten overleefde onlangs ternauwernood een aanslag met een granaat.

Binnenkort zijn er vredesbesprekingen over Burundi, onder leiding van de vorige president van Tanzania, Benjamin Mkapa. Die vredesbesprekingen zijn hard nodig. De spanningen in Burundi zijn onder andere het gevolg van het feit dat de president van Burundi, Pierre Nkurunziza, nu voor de derde termijn regeert. Dit is in strijd met het Arusha-vredesakkoord waarin staat dat een president maar twee termijnen mag dienen. Nkurunziza stelt dat zijn eerste termijn niet meetelt, omdat hij daarvoor niet rechtstreeks door het volk werd gekozen, maar werd aangewezen door het parlement.

Het is hoog tijd om in te grijpen en een nieuwe oorlog in Burundi te voorkomen. Gezien het feit dat Nederland voor de periode van 2017-2018 een rol in de VN Veiligheidsraad ambieert en aangezien Nederland voorheen het leger en de politie in Burundi steunde, lijkt het ons voor de hand liggen dat ons land hieraan bijdraagt. Dit kan op drie manieren.

Ten eerste kan de Nederlandse regering (eventueel via de VN) erop wijzen dat de Burundese regering zelf nog meer moet doen om de veiligheidssituatie in het land te verbeteren, daar zij geen gewapende buitenlandse inmenging wenst. De Burundese regering wees namelijk het voorstel voor een 5.000 personen tellende Vredesmacht van de Afrikaanse Unie af.

Onlangs is door de VN Veiligheidsraad een voorstel aangenomen waarin gepleit wordt om een VN-politiemacht naar Burundi te sturen. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon schetste half april onder andere de volgende twee opties.

Een optie was een VN- politiemacht bestaande uit 3.000 mensen. Dat is de enige omvang die fysieke bescherming zou kunnen bieden aan de bevolking. Het duurt echter maanden om een dergelijke missie op poten te zetten.

De tweede optie bestaat uit een VN-politiemacht van 228 politieagenten. Dit lijkt internationale diplomaten een goede optie, maar ze vragen zich af of de Burundese regering dit aantal politieagenten zal accepteren. Daarbij kan er bij deze omvang van een VN-politiemacht geen fysieke bescherming geboden worden aan de burgerbevolking in Burundi.

Gevluchte Burundezen voelen zich onveilig in opvangkampen

Gezien deze situatie vinden wij dat de Burundese regering zelf een grotere rol moet spelen om ervoor te zorgen dat de bevolking veilig is. Bijvoorbeeld door zelf actiever het voortouw te nemen in het ontwapenen van milities en militieleden en jongeren alternatieven te bieden.

Ten tweede kan de Nederlandse regering aandacht vragen voor de in opmars zijnde vredesmissies zonder wapens, unarmed civilian protection. Unarmed civilian protection houdt in dat ongewapende burgers herkenbare kleding dragen en andere burgers beschermen.

Zo lukte het Nonviolent Peaceforce om de spanningen tussen twee groepen in Zuid-Soedan te bedaren en geweld te voorkomen. Unarmed civilian protection kan uitgevoerd worden door internationale vredesorganisaties, maar de autoriteiten in Burundi kunnen er ook zelf een budget voor vrijmaken of wellicht hier financiering en hulp voor vragen.

Ongewapende vredeshandhaving sluit tevens aan bij de wens van de regering in Burundi. Dit kan een aanvulling zijn op de VN-politiemacht. Vanzelfsprekend dient ook bij een unarmed civilian protection- missie rekening gehouden te worden met de veiligheid van de burgers die de missie uitvoeren.

Ten derde wijzen wij op de humanitaire situatie in vluchtelingenkampen. De gevluchte Burundezen voelen zich niet veilig in deze kampen. De Nederlandse regering kan in samenwerking met internationale partners hier aandacht voor vragen en er iets aan doen.

Tot slot benadrukken wij dat het van belang is dat er zoveel mogelijk partijen aan ‘de dialoog’ tussen de regering en oppositie deelnemen. Wij pleiten voor deelname van jongeren, vrouwen en (diaspora-)ngo’s aan de gesprekken over de veiligheid en de toekomst van Burundi.

Last but not least zien wij graag dat er vaart gezet wordt achter de dialoog en dat woorden worden omgezet in daden.