Voor het eerst in dertig jaar wint Kampong een prijs

Hockey Het leek een seizoen vol prijzen te gaan worden voor Amsterdam. Inmiddels staat de ploeg met lege handen.

Robbert Kemperman (Kampong, links) viert een goal in de kwartfinale van de Euro Hockey League, afgelopen maart. Foto Koen Suyk/ANP

Hij werd pas vijf jaar later geboren. Of Robbert Kemperman beseft dat zijn Kampong al sinds 1986 geen grote prijs meer had gewonnen. Toen de Europa Cup I, zondag de Euro Hockey League, dat de Europa Cup I in 2007 verving als het belangrijkste Europese clubtoernooi. „We waren niet met de historie van de club bezig, iedereen hunkerde naar een prijs.”

Kampong won in Barcelona met 2-0 een Nederlands onderonsje van Amsterdam. Een felle wedstrijd, waarin er een groot deel van de tijd wel een speler van een van beide teams langs de kant op de strafbank zat.

Vlak na rust was het Quirijn Caspers die namens de Utrechters Amsterdam-keeper Laurens Goedegebuure met een slim stiftje versloeg. Vlak voor tijd besliste Björn Kellerman met een tip-in de wedstrijd.

„Uiteraard” maakte de titel het seizoen van Kampong goed, zegt Kemperman. Kampong, de nummer vier van de competitie, verloor in de halve finales van de play-offs om de landstitel van ditzelfde Amsterdam na drie spannende wedstrijden. Maar van een revanchegevoel was volgens Kemperman geen sprake. „We hebben de play-offs snel afgesloten en zeiden: zij toen, wij vandaag.” Liever is hij trots op wat Kampong nog heeft bereikt als je nagaat waar de ploeg in de winterstop nog stond. Toen leek een plek in de play-offs niet meer haalbaar.

‘Helemaal niks in Amsterdam’

Seizoen geslaagd voor de een dus, geëindigd in een complete teleurstelling voor de ander. „Helemaal niets in Amsterdam”, joelde het meegekomen Utrechtse publiek in het Pau Negre-stadion op heuvel Montjuïc. Flashback naar een week eerder, toen het vanuit het vak van Oranje Zwart door het Wagener Stadion schalde.

Iets meer dan een week geleden kon Amsterdam nog Nederlands beste en Europa's beste worden na een uitstekend seizoen, waarin het als beste de play-offs in ging. Het werd geen van beide. Tegen Oranje Zwart leek de titel na één helft in de tweede wedstrijd binnen, maar toen toonden de Eindhovenaren alsnog de klasse die ze de twee jaar ervoor ook al landskampioen had gemaakt.

Met de historie waren we niet bezig

Robbert Kemperman

Je proefde de wil bij Amsterdam zondag om nog iets van het seizoen te maken. „We gaan het doen, jongens. You better fucking believe it. Omdat dit het mooiste is wat we samen kunnen maken”, schreeuwde coach Dirk Loots zijn spelers in de rust nog toe. Het stond nog 0-0. Maar het wilde niet. Drie strafcorners waren na de Utrechtse 1-0 niet aan de Zuid-Afrikaanse specialist Justin Reid-Ross besteed, ook Jan Willem Buissant had een grote kans om gelijk te maken. De 2-0 was zout in de gapende wond die de afgelopen twee weken hadden achtergelaten. Loots kan er alleen maar om zuchten. „Twee keer binnen korte tijd een titel verliezen is pijnlijk. Als beide teams een stuk beter waren, dan is het weer anders.”

En zo stonden de hockeyers van Amsterdam voor de tweede keer binnen een week achter elkaar in de rij om een medaille. Hoofden naar beneden, beteuterde gezichten. Weer moesten ze toekijken hoe een ander team uitzinnig van vreugde een beker in de lucht kon hijsen. Een geslaagd seizoen is het niet geworden, maar een verloren seizoen? Daar wil Loots toch ook niet aan. Daar heeft Amsterdam te lang te goed voor gespeeld. „Als je twee keer een dergelijke wedstrijd speelt, is er nou eenmaal risico op dit soort gevoelens.”