Maduro verwijst referendum naar prullenbak

Venezuela De president heeft een referendum weten af te wenden. Maar de Venezolanen willen van hem af.

De Venezolaanse president Nicolás Maduro (links, met snor) riep vrijdag de noodtoestand uit. Foto AFP

De hoop van de Venezolaanse oppositie om de linkse president Nicolás Maduro met een referendum af te zetten is dit weekend door zijn tweede man, vicepresident Aristóbulo Istúriz, de grond in geboord. „Er komt geen referendum, en Maduro zal niet aftreden. De oppositie weet dit allang”, aldus Istúriz maandag. Volgens de vicepresident is er gefraudeerd met de verzamelde handtekeningen en is het proces voor het referendum te laat begonnen. Eerder had Maduro gezegd dat hij een referendum zou toestaan „als alle handtekeningen geldig waren”.

Begin mei leverde de oppositie bijna 2 miljoen handtekeningen in bij de nationale kiescommissie, de eerste stap van het referendumproces dat tot Maduro’s afzetting moest leiden. De oppositie had al gewaarschuwd dat het afdwingen van een referendum moeilijk zou worden. Volgens haar wordt de commissie bevolkt door Maduro-getrouwen.

De politieke strijd in Venezuela is verhevigd sinds de oppositie in december een meerderheid kreeg in het parlement. Uiteindelijk lukte dat toch niet, doordat Maduro de benoeming van een aantal parlementsleden ongeldig verklaarde. Doordat hij de belangrijkste instituties nog in handen heeft, lukt het de oppositie niet veranderingen door te drukken.

Sinds Maduro in 2013 aan de macht kwam bij het overlijden van zijn voorganger Hugo Chávez, die van het land een socialistisch paradijs wilde maken, gaat het in rap tempo bergafwaarts met het land, dat een van de grootste oliereserves ter wereld heeft. Venezuela verkeert op de rand van de afgrond, vooral door de daling van de prijzen van olie en grondstoffen, maar volgens de oppositie ook door wanbeleid van Maduro.

Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) kan de inflatie dit jaar oplopen tot 720 procent. Er heerst schaarste aan vrijwel alle levensmiddelen. Door chronisch gebrek aan medicijnen sterven patiënten in ziekenhuizen.

In januari riep de president de ‘economische noodtoestand’ uit, waarmee hij zich meer bevoegdheden toe-eigende. Vrijdag ging Maduro nog verder, en riep de algehele noodtoestand uit. In zijn wekelijkse televisietoespraken blijft Maduro de VS en aan de oppositie gelieerde zakenlieden ervan beschuldigen „een economische oorlog” tegen Venezuela te voeren.

Maar het volk gelooft hem niet langer. Inmiddels wil volgens een peiling van het Venezolaanse bureau Datánalisis 70 procent van de bevolking van Maduro af. Meer dan 90 procent van de respondenten beoordeelt de toestand van het land als negatief. De helft vindt inflatie het grootste probleem. En volgens 75 procent is de medicijnenschaarste het gevolg van politiek beleid. Slechts 20 procent vindt de door Maduro steeds genoemde „economische oorlog” de oorzaak van de problemen.