‘Laten we erkennen dat de wereld verandert’

(78) uit in een fors boek zijn zorgen over de verabsolutering van cultuur en nationaal belang. ‘Als je het hebt over geloof, begin je met respecteren.’

Foto Bram Petraeus

H

et boek begint met een verantwoording. ‘Aan Willemijn.’ Ondertekend door ‘Je grootvader.’ Willemijn is de 21-jarige kleindochter van Bas de Gaay Fortman (78), oud-politicus, hoogleraar, en ‘zoon van’. Voor haar en haar generatie van millennials is Moreel erfgoed bestemd. Een essay noemt De Gaay Fortman het liever. Met een waarschuwing aan de generatie die ‘opgroeit in overvloed’, maar geconfronteerd wordt met ‘forse tegenwind.’ Zij moeten niet geloven in de valse verhalen die op dit moment ‘met alle kracht de wereld in worden geslingerd.’

Het gaat om het valse verhaal van het éigen volk en het valse verhaal van de wáre godsdienst. ‘Contraverhalen die elk een hele massa medemensen ideologisch duiden en tot vijand verklaren.’ Wat in de valse strijd op het spel staat, schrijft de Gaay Fortman is ‘ons door de eeuwen heen verworven moreel erfgoed.’

Dat moeten Willemijn en haar leeftijdgenoten dus weten. In Moreel erfgoed, met als ondertitel ‘Koers houden in een tijd van ontwrichting’, richt De Gaay Fortman zich in eerste instantie tot zijn kleinkinderen, en niet tot zijn kinderen. „Bewust”, zegt hij. Zelf had hij als kind ook veel contact met zijn grootvader. „Voor mij waren die gesprekken heel vormend. Daardoor merkte ik wat een oudere generatie kon betekenen voor de overdracht aan de jongere generatie. Des te gemakkelijker is het als je een generatie overslaat. Grootouders voeden niet op. Overdracht en opvoeding gaat niet zo makkelijk samen. Voor kennisoverdracht is de band tussen ouders en kinderen prima. Maar voor de overdracht van de publieke moraal, de grondslagen voor maatschappelijk samenleven, hebben ouderen eigen kansen.”

Of hij niet nog eens een boek moest schrijven, vroeg uitgever Mai Spijkers Bas de Gaay Fortman enige tijd geleden. Met zijn naam. Memoires of iets dergelijks. Een ‘paperbackje.’ Het werd een bijna 400 pagina’s tellend boek. Een boek waarin Bas de Gaay Fortman terugblikt op zijn werkzame en persoonlijke leven, maar dan vooral als instrument om zijn boodschap te verkondigen. Dat het allemaal wel eens heel erg mis kan gaan en dat in moreel erfgoed bescherming ligt.

Er klinkt een grote zorg door in uw boek.

„Dat klopt. Ik heb getracht het tijdsbeeld te schetsen. Het beeld toen en nu. Ik beschrijf hoe in de Tweede Wereldoorlog de leden van de Hoge Raad op last van de bezetter de ariërverklaring tekenden, behalve de joodse voorzitter die dat niet kon. Die moest een ander formulier tekenen. Het is vreselijk wat er toen is gebeurd. De bewaker van de rechtstaat die collectief zijn eigen joodse president in de steek laat. En wat zien we nu? We worden geconfronteerd met onverdraagzaamheid en het verabsoluteren van het eigen Nederlandse nationaal belang.”

En een gebrek aan moreel leiderschap?

„Er is niet zoveel moreel leiderschap in dit land, maar er is ook niet zoveel vatbaarheid meer voor. Het werd overgedragen binnen de zuilen. Daaraan zijn we ontworsteld en nu zijn er vacua ontstaan.”

U waarschuwt voor een druppelsgewijze ontwikkeling die een totaal verkeerde kant op gaat.

„Ja, er is met de PVV een beweging opgekomen die zich richt op het verabsoluteren van het nationaal belang. Die trekt veel mensen. Maar de heersende idee is niet dat we pal dienen te staan voor ons moreel erfgoed en ons moeten keren tegen de belagers ervan. Nee, we gaan een beetje meepraten, niet alleen met de zorgen maar ook met versimpelde protestpolitiek. Er is een grote verlegenheid met de bestrijding van populisme, en negatief simplisme.”

In uw boek noemt u het uitblijven van publieke manifestaties bij het door de PVV gedoogde eerste kabinet Rutte verontrustend.

„Ja, inclusief mijzelf. Ik stond ook niet bij Huis ten Bosch aan het hek toen dat kabinet in 2010 werd beëdigd. Sindsdien loop ik wel rond met het speldje ALLEN van de beweging ‘Eén land, één samenleving’ die tegen discriminatie strijdt.”

U bent pas achteraf geschrokken?

„Het heeft ook mij verrast, maar het was natuurlijk al langer aan de gang. Die één- land-beweging is in 2006 met een manifest van start gegaan. Dat was het jaar dat Wilders met negen man de Tweede Kamer in kwam. We wisten dat die stroming aan invloed won.”

Waarom noemt u in uw boek Wilders heel vaak, maar Fortuyn nauwelijks?

„Fortuyn was heel gauw voorbij omdat hij werd vermoord. Daar zal het mee te maken hebben. Maar wat Fortuyn over de islam zei was niet minder discriminerend dan wat Wilders zegt. Alleen bij Fortuyn was het, om het Engelse woord maar te gebruiken, veel meer sophisticated. Minder plat. Wilders is rauw, venijnig, hij scheldt.”

U signaleert dat het PVV-geluid steeds meer als gewoon wordt ervaren.

„Ik las in het blad Christen Democratische Verkenningen een artikel van CDA-leider Buma en Kamerlid Heerma. Hierin keerden zij zich tegen het cultuurrelativisme. Volgens hen wortelt de Nederlandse cultuur in de joods-christelijke traditie, wat dat dan ook moge zijn. Zo’n houding mondt heel gemakkelijk uit in cultuurabsolutisme. Ik zie dat vandaag de dag als een groter gevaar dan cultuurrelativisme. Op de radio heb ik het CDA al eens PVV-light horen noemen. Ik kan dat wel volgen. Ze hebben het over Leitkultur. Hoe kom je op het idee dat woord te gebruiken?”

De Amerikaan Samuel Huntington kreeg eind 20ste eeuw veel kritiek vanwege zijn boek ‘Botsende beschavingen’. Misschien had hij toch gelijk.

„De bedreiging zit in het cultuurabsolutisme. En die is wellicht nu het grootst bij de islam. Maar de hele islam vereenzelvigen met terreur kan niet. Als je het hebt over geloof, begin je met respecteren. Elke godsdienst staat voor kwesties van interpretatie. Het vereenzelvigen van alle moslims met een totaal verziekte interpretatie van hun geloof is op zijn minst ontzettend dom. Het is, alweer, simplisme.”

Ondertussen bepaalt het wel het politieke debat.

„Men stookt elkaar op. Ik ken de politiek en de wetenschap. In het Engels kun je het zo zeggen: ‘Politics is statement above argument, the academy is argument above statement.’ Daar doe je niks aan. Politiek moet stellen, overtuigen. De focus is niet de waarheid boven water te halen. Politiek vraagt haast om simplificeren, maar dat is wat anders dan liegen. Het moet wel integer gebeuren. Media zouden veel alerter moeten zijn. Wat betekent het bijvoorbeeld wanneer een politicus zegt dat hij alle grenzen voor moslims wil sluiten? Mensen onderzoeken op hun geloof mag al niet sinds de Unie van Utrecht uit 1579.”

Wat wordt de grootste uitdaging voor de politiek?

„Absoluut bovenaan staan de gevolgen van de geografische ongelijkheid, niet alleen in inkomen maar ook in mobiliteit. Een derde van de wereld beweegt zich vrij, leeft transnationaal, doet zaken, maakt bedragen over en incasseert bedragen. Twee derde van de wereld is hiervan uitgesloten. Mensen die geen enkel uitzicht hebben op een minimuminkomen en veiligheid, zullen in beweging komen. En al zetten we bij de grenzen van de Europese Unie om de tien meter iemand met een geweer, die mensen zullen blijven komen.”

Is er een grote volksverhuizing aan de hand?

„Nee. Het gaat om flexibele migratie. Die mensen komen niet om hun botten of as hier achter te laten. Ze blijven in contact met thuis, sturen geld, willen hier iets leren. Ze leven transnationaal. Zoals wij dat ook al doen. We zijn niet meer tevreden met een koude winter, dan gaan we op zoek naar de warmte en op reis.”

Hoe vertelt u dat aan mensen die bang zijn hun baan te verliezen aan een goedkoper iemand of hun buurt van samenstelling zien veranderen?

„Dat is een groot probleem. Daarom moet je dicht bij die mensen blijven. Ik vind iemand als burgemeester Aboutaleb van Rotterdam hierin een rolmodel. Hij benoemt die zorgen. Maar je moet ook afstappen van de illusie dat we ons kunnen beschermen tegen people on the move. Het is nog maar honderd jaar geleden dat de mensen uit Nijkerk niet verder kwamen dan Ermelo. Ik geef toe, er is niet zomaar een oplossing. Maar we moeten wel de realiteit erkennen dat de wereld aan het veranderen is.”

Dat is inderdaad nog geen oplossing.

„Mijn boek is geen receptenboek. Maar het brengt wel vele pareltjes van ons moreel erfgoed in beeld. Ik beschouw dit boek ook als bewerktuiging voor ‘overdragers’ en hoop dat mijn gedachten via de boekhandel bij de mensen komen. Het is niet voor eventjes, het zal tijd nodig hebben.”