Intern memo: Shell richt aparte divisie op voor duurzame energie

Shell richt een aparte divisie op voor duurzame energie en CO2-arme elektriciteit. Dat heeft het bedrijf intern bekendgemaakt in een verklaring waarover de Britse krant The Guardian beschikt. Naar verwachting wordt het besluit begin juni officieel bekendgemaakt. Shell wilde maandag niet reageren.

Op de VN-klimaatconferentie in Parijs werd afgelopen december afgesproken de opwarming van de aarde deze eeuw te beperken tot ruim onder de 2 graden. Om dat te bereiken zouden grote hoeveelheden fossiele brandstoffen als steenkool, olie en gas, in de grond moeten blijven.

Shell onderschrijft die doelstellingen. In de nieuwe divisie worden activiteiten op het gebied van waterstof als brandstof, biobrandstoffen en duurzame stroomopwekking samengevoegd. De divisie zou volgens The Guardian ook de basis vormen voor nieuwe activiteiten in windenergie.

In de overgang naar duurzame energie ziet Shell een hoofdrol voor aardgas, als fossiele brandstof met de minste uitstoot van schadelijke broeikasgassen. Het is daarom niet verrassend dat Maarten Wetselaar, in het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor geïntegreerd gas (zoals LNG), de nieuwe divisie onder zich zou krijgen. Shell werkt sinds een aantal jaren aan vervanging van olie als transportbrandstof bij bijvoorbeeld scheepvaart door vloeibaar gas.

In eerste instantie zou er volgens de Britse krant 1,5 miljard euro apart zijn gezet voor de nieuwe divisie. Jaarlijks zou er 150 miljoen euro beschikbaar zijn voor investeringen, nog geen 1 procent van de 30 miljard dollar die Shell nu nog in olie en gas stopt.

Mark van Baal, oprichter van Follow This, een vereniging van activistische aandeelhouders die willen dat Shell zo snel mogelijk verduurzaamt, noemt de nieuwe divisie „een mooie eerste stap”. „Nu kan Shell namelijk nog geld verdienen met fossiele brandstoffen. Met dat geld kan de opbouw van een duurzame divisie worden gefinancierd.”

Van Baal stelt vast dat grote elektriciteitsbedrijven, waaronder het Duitse E.on en RWE, moederbedrijf van het Nederlandse Essent, te laat zijn met hun duurzame plannen. „Dat deden ze pas nadat de fossiele tak in zwaar weer kwam en de duurzame tak niet meer kon financieren.”