Iedereen baas over eigen pensioen

Steven van Weyenberg, D66-Kamerlid D66 wil van werkgevers, werknemers en politici een „echte” keuze in de hervorming van het pensioenstelsel.

Steven van Weyenberg, Kamerlid voor D66. Foto: David van Dam

Werkgevers en vakbonden in de Sociaal Economische Raad (SER) moeten zich deze week unaniem uitspreken voor één nieuw stelsel met persoonlijke pensioenpotten voor iedereen. Die oproep doet D66-Kamerlid Steven van Weyenberg in aanloop naar de langverwachte uitkomsten van een onderzoek over dit onderwerp dat de SER vrijdag presenteert. „Ik hoop dat de SER het lef heeft om te kiezen voor échte hervormingen”, zegt fractiespecialist Van Weyenberg.

Zelf presenteert D66 dinsdag een tienpuntenplan voor „radicale” hervorming van de aanvullende pensioenen. Nederlanders krijgen in dit plan hun eigen pensioenpot en kunnen zelf hun pensioenfonds en beleggingsrisico kiezen. Wie wil, mag vijf jaar ‘premievakantie’ opnemen en later 10 procent van het pensioen ineens. Wie meer dan 100.000 euro per jaar verdient, is nu niet verplicht om pensioen te sparen. D66 wil die inkomensgrens verlagen naar circa 50.000 euro.

Is uw plan vooral bedoeld om de uitwerking van het persoonlijke pensioen door de SER te ondersteunen? D66 heeft al vaker gepleit voor een individueel stelsel.

„De SER heeft persoonlijke pensioenen vorig jaar ‘interessant, maar onbekend’ genoemd en daarom meer huiswerk gedaan. Wij zijn vóór. Dan moeten we in aanloop naar de verkiezingen ook helder laten zien wat wij willen. Maar wat ik hoor, is dat de SER zich nog niet wil uitspreken. Dat zou een gemiste kans zijn.”

Een persoonlijk pensioen is ‘duidelijker, eenvoudiger en eerlijker’, volgens uw partij. Waarom dan?

„Nu hebben fondsen één grote pot. Je weet niet wat van jou is en dat leidt tot teleurstelling. Gepensioneerden zijn boos dat beloften niet zijn waargemaakt. Mensen die werken zijn bang dat van hun premie later weinig overblijft. Bij mij thuis dachten we vroeger allemaal het kleinste stukje taart te krijgen. Zo is het hier ook. En dan is er nog het probleem van de doorsneepremie: iedereen betaalt evenveel pensioenpremie in procenten, maar jongeren betalen meer voor de pensioenen van ouderen dan andersom.”

En die problemen heb je bij een persoonlijk pensioen allemaal niet?

„Nee, dan is voor iedereen duidelijk wát hij opbouwt – en wáár, als je ook je eigen fonds kiest. Je kunt je pensioen makkelijker verhuizen naar een ander fonds. En de discussie tussen jong en oud is opgelost, want de doorsneepremie verdwijnt en iedereen krijgt zijn eigen pot. Het levert gemiddeld hogere pensioenen op omdat je op maat kunt beleggen. Het geld van jongeren offensiever, dat van ouderen juist met minder risico omdat ze tegen hun pensioen zitten.”

Van D66 mogen mensen ook hun beleggingsrisico kiezen. Ik hoor de FNV alweer roepen: casinopensioen!

„Weet je wat ik een casinopensioen vind? Dat we vage beloftes doen over de hoogte van pensioenen die we niet waarmaken. Dat gepensioneerden zo kwetsbaar zijn als de rente daalt. Ik denk dat een grote groep mensen bijvoorbeeld graag groen wil beleggen. Of iets meer risico wil nemen, als ze hun hypotheek al hebben afgelost. En wie niet wil kiezen, krijgt gewoon een standaardoptie.”

Gepensioneerden mogen van u 10 procent van hun pensioen ineens opnemen. Wat als ze 110 worden?

„Van dat geld kunnen ze bijvoorbeeld hun hypotheek aflossen. Of als ze nog vitaal zijn mooie reizen maken. Grosso modo wordt hun pensioen dan 10 procent lager. Maar dat pensioen krijgen ze tot hun overlijden, daarvoor zijn ze alsnog verzekerd.”

U pleit voor een ‘premievakantie’. Dat leidt toch tot een pensioengat?

„Als mensen het willen, kunnen ze dat gat later dichten met een inhaalpremie. Het is bedoeld voor mensen die in het spitsuur van het leven zijn en nu hun geld hard nodig hebben, bijvoorbeeld voor een huis. Maar we begrenzen die premievrije periode nadrukkelijk op vijf jaar. Hetzelfde geldt voor het verlagen van de inkomensgrens voor verplichte pensioenopbouw. Die grens is nu een ton. Wij denken eerder aan 50.000 euro. Daarboven stopt het paternalisme in onze ogen. Maar we kiezen nadrukkelijk voor begrensde vrijheid.”

Er zitten geen buffers in uw systeem. Maakt dat mensen niet kwetsbaar?

„Je hebt geen collectieve buffers meer nodig, want iedereen heeft zijn eigen pot. En in het echt zijn die buffers er nu ook niet: door de lage rente staan veel fondsen juist in het rood. Bovendien beloven fondsen nu een pensioen in de euro’s van vandaag. Met een euro van nu kun je over dertig jaar inflatie maar een halfje bruin kopen, hoor. Wat wij willen, is een pensioen zonder strenge bufferregels, waarmee je beter kunt beleggen voor een pensioen met koopkracht. Ik hoor dat de SER ook zou willen vasthouden aan collectieve buffers. Maar dan blijft het voor een deel van het pensioengeld alsnog onduidelijk van wie het is. Doe dat niet. Kies!”

Iedereen ‘baas over eigen pensioen’: ondergraaft dat niet de solidariteit tussen jong en oud, arm en rijk?

„Nee, ik denk het niet. De solidariteit staat nu juist onder druk omdat het stelsel zo onduidelijk is. En de risico’s van beleggen, arbeidsongeschiktheid of dat de een ouder wordt dan de ander, blijven we wel delen.”

Hoe reëel is dit plan? De kosten en juridische obstakels zijn gigantisch.

„Ja, maar dat is geen reden om niets te doen. Met lapmiddelen houden we ons stelsel niet overeind. Dit kabinet kan al een begin maken met afschaffing van de doorsneepremie. Uit de media begrijp ik dat er ook stemmen opgaan om alleen de garanties van pensioenen los te laten, zodat fondsen meer beleggingsvrijheid krijgen. Dat is geen oplossing, dat is volksverlakkerij. Dan stort je premie, zonder dat je weet wat van jou is en zonder enige waarborg. Ik begrijp wel dat werkgevers en vakbonden in pensioenbesturen vasthouden aan hun machtsposities en tegen verandering zijn. Maar de politiek moet zich daardoor niet laten gijzelen.”