Het aanzien van Polen moet beter

De conservatieve regering wil het blazoen van Polen oppoetsen, maar bereikt het tegenovergestelde. De EU en historici kijken bezorgd toe.

Geen onderwerp zo futiel of het leidt in Polen tot politieke confrontatie. Behalve tegenstanders van de regering gingen op 7 mei ook nationalisten en katholieke activisten in Warschau de straat op. Foto Alik Keplicz/AP

De aanhangers van de conservatieve Poolse regering en de oppositie lijken vaak in hun eigen werkelijkheid te leven. En geen onderwerp is te onbenullig om er een politieke confrontatie uit te peuren. Daarbij gaat de regering vaak te werk op een manier die haar in hoog tempo vervreemdt van de in West-Europa gangbare, liberale opvattingen over democratie en sociale kwesties waarbij Polen onder de vorige premier Donald Tusk juist aansluiting zocht.

Een bizar dispuut in de nasleep van een grote oppositiemars maakte afgelopen week duidelijk hoe groot de kloof tussen de aanhangers van de Poolse regering en de oppositie is.

Volgens oppositiegezinde bronnen namen tot 240.000 mensen deel aan de oppositiemars in de straten van Warschau. Een journalist van staatsomroep TVP telde er echter hooguit 45.000, met behulp van twee pennen die hij onhandig tegen een televisiescherm hield. Terwijl uitsluitsel uitbleef, werd een TVP-journaliste die het aantal op 200.000 had geplaatst op het matje geroepen bij het management. Om van de nationale splijtzwam af te raken, heeft de – door PiS-aanhangers doorgaans als leugenachtig weggezette – Gazeta Wyborcza een heel team meer dan een dag lang mensen laten tellen op 859 uitgeprinte videoframes. Hun schatting is dat het aantal demonstranten rond 55.600 lag: dichter bij het PiS-standpunt dus.

Het voorval tekent de staat van het Poolse publieke debat na maanden waarin de nationaal-conservatieve regering van Recht en Rechtvaardigheid (PiS) haar greep op de media, het rechtssysteem en de publieke sector drastisch vergrootte, tot diep ongenoegen van de oppositie.

Gouden Mercedes

Zo erg was de spilzucht onder de vorige regering, verklaarde de minister voor de Schatkist, dat een oud-bestuurder van een staatsbedrijf in een „gouden” Mercedes rondreed. In een mum van tijd circuleerden op sociale media beelden van fonkelende bolides, vergezeld van gouden handboeien voor de regering van oud-premier Tusk, nu voorzitter van de Europese Raad. Het werkelijke exemplaar, zo toonden krantenfoto’s, betrof een minder opvallende auto met een eerder beige aandoende glans.

Dat kredietbeoordelaar Moody’s vrijdag de vooruitzichten voor Polen bijstelde naar ‘negatief’ – mede wegens het bittere conflict tussen de regering en het constitutionele tribunaal, dat het kabinet ongrondwettelijke maatregelen aanwrijft – wordt door de oppositie gezien als bewijs dat PiS de economie schaadt na een periode van spectaculaire groei. De andere zijde ziet het net omgekeerd: de bloei was eigenlijk schijn. Wie profiteerde, volgens Stanislaw Januszewski, commentator op de rechtse website wPolityce.pl, zijn de ‘banksters’: een samentrekking van ‘bankiers’ en ‘gangsters’. Het oordeel van het volgens hem partijdige Moody’s zou dan ook niets te maken hebben met de constitutionele crisis maar een waarschuwing zijn aan bevriende belangengroepen dat „het in Polen gedaan is met het mooie weer voor woekeraars”.

Ook bij buitenlandse bondgenoten dringt het besef door dat er een andere wind waait uit Warschau. De ‘waarheid’ over ‘Smolensk’ – de vliegramp in Rusland waarbij in 2010 toenmalig PiS-president Lech Kaczynski en bijna honderd leden van de Poolse elite omkwamen, tot nu toe als ongeval bestempeld door officiële onderzoeken – is opnieuw een gespreksonderwerp bij ontmoetingen met een hoge Poolse diplomatieke delegatie, vertelt een diplomaat. In PiS-kringen heet het dat de crash kwam door een explosie en dat de regering-Tusk de ware toedracht verhulde.

Historici gechoqueerd

Een keur van internationale historici reageerde intussen gechoqueerd op het nieuws dat de Poolse regering het bijna voltooide Tweede Wereldoorlog-museum van Gdansk gaat samenvoegen met een nog niet bestaand museum dat de heroïsche Poolse verdediging van het schiereiland Westerplatte tegen de invallende nazi’s zal herdenken. PiS-voorzitter Jaroslaw Kaczynski had in 2013 al gezegd dat het oorlogsmuseum zou moeten worden aangepast om het „Poolse gezichtspunt” naar voor te brengen.

Yale-historicus Timothy Snyder, lid van de wetenschappelijke adviesraad van het oorlogsmuseum, vreesde in The New York Review of Books dat „misschien wel het meest ambitieuze museum gewijd aan de Tweede Wereldoorlog in welk land ook” ten prooi valt aan een Poolse poging de geschiedenis naar eigen hand te zetten.

Volgens minister van Cultuur Piotr Glinski is van liquidatie geen sprake en blijft de brede thematiek van het museum overeind. Maar tegelijk sprak hij zich opnieuw kritisch uit over het voornemen „een universalistische vertelling te plannen van de geschiedenis van dit conflict en de betrokken naties, in plaats van zich te richten op de Poolse lezing van deze gebeurtenis”.

Norman Davies – emeritus hoogleraar in Oxford, een autoriteit inzake Poolse geschiedenis en eveneens lid van de wetenschappelijke raad van het museum – is er niet gerust op. „Ze hebben zich kennelijk niet goed geïnformeerd”, zegt Davies. „Dit is bekrompen politiek: dit was namelijk het pronkstuk van Donald Tusk.” De nadruk op een nauwer perspectief is typerend voor de nieuwe regering, aldus Davies: „Ze hebben een bijzonder radicale kijk op hoe de wereld eruit moet zien: zoals zijzelf. Ze verdragen geen communisten of liberalen in de Poolse geschiedenis.”

Geen Poolse vernietigingskampen

De museumtwist wordt een belangrijke test voor een kabinet dat tot nu toe onrust zaaide met andere plannen om het Poolse blazoen op te poetsen. Zo liet Andrzej Duda, president van PiS-signatuur, onderzoeken of hij de ridderorde kan laten afnemen van Princeton-historicus Jan Gross, nadat die laatste had verklaard dat de Polen „in werkelijkheid meer Joden dan Duitsers vermoordden tijdens de oorlog”.

Ook lanceerde PiS een wetsvoorstel waarin tot vijf jaar cel werd geopperd voor wie nog over ‘Poolse vernietigingskampen’ spreekt om naziconcentratiekampen aan te duiden. En de Oscarwinnende film Ida – over het antisemitisme dat in Polen na de Tweede Wereldoorlog nog aan de orde van de dag was – werd door de staatsomroep voorzien van een twaalf minuten durende harde kritiek. Daarin werd onder meer gehamerd op het feit dat „een buitenlandse kijker die de Poolse geschiedenis niet kent, de indruk zal krijgen dat de Polen schuldig zijn aan de Holocaust” en dat „je geen catharsis kunt bewerkstelligen” tegen de gevoelens van de natie in. Of het ook bij de nieuwe Poolse elite doordringt dat die bezorgdheid om de Poolse reputatie vooralsnog vaak averechts lijkt te werken, is een open vraag.