Erdogan, de slag bij Kut en de grenzen van Groot-Turkije

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt elke week de feiten van de hypes.

In het Militair Museum in Istanbul kwam ik vorige week het Ottomaans Militair Muziekkorps tegen, dat oude Turkse legermuziek speelde en zong. Dat was echt heel aardig, maar het gaat me erom dat het werd gepresenteerd als het Oudste Militaire Muziekkorps ter Wereld. Het viel me plotseling op hoe vaak mij hier binnen een paar dagen iets Turks als grootste of beste ter wereld was gepresenteerd.

Het museum zelf, dat inderdaad enorm is, is ook het grootste natuurlijk. Turkish Airlines moet de grootste ter wereld worden, evenals het nieuwe vliegveld dat bij Istanbul wordt gebouwd. Ik noem maar wat. En als je de zo goed als gelijkgeschakelde kranten leest: overal fouten maar geen Turkse. Wij in Nederland hebben daar ook weleens last van, maar dan komen we niet in de WK-finaleronde of zo, en dan is het wel weer over.

„Dit is de Turk: bliksem, storm, de zon die de wereld verlicht”, zo luidt een uitspraak van vader des vaderlands Atatürk die in passend grote kapitalen in het Militair Museum te lezen is. Atatürk is overal te vinden, op schilderijen in gebouwen en gebeeldhouwd in de parken. Maar hoelang nog? President Erdogan kan zich zonder twijfel goed vinden in de Turk als de zon die de wereld verlicht. Maar verder is hij druk bezig de geschiedenis nieuw in te richten.

Atatürk (voor alle duidelijkheid: net zomin als Erdogan een liberale democraat!) was een vernieuwer die afrekende met het geleidelijk in verval geraakte Ottomaanse Rijk en alles wat daarmee te maken had. Er is de oude geschiedenis en er is een Turkije na 1919 (het begin van de onafhankelijkheidsoorlog), en een zwart gat daartussenin. Maar het Ottomaanse Rijk maakt een comeback. Erg interessant was in dit verband de toespraak waarin Erdogan vorige maand de honderdste verjaardag van de slag bij Kut al-Amara vierde. Bij dat stadje, nu in Irak, versloeg het Ottomaanse leger een Britse strijdmacht. Erdogan pakte meteen Gallipoli mee, waar het Ottomaanse leger een Brits-Frans-Russische overmacht het hoofd bood. Het waren tegelijk ook de laatste Ottomaanse wapenfeiten, maar dat zei Erdogan niet. Opmerkelijk – of eigenlijk niet zo opmerkelijk – was dat hij de belangrijke rol daarin van de Duitse generaal Liman von Sanders wegwuifde. Daar heb je het weer, Turkije de grootste. Nu in Ottomaanse gedaante.

Dit vond ik nog interessanter: nog maar een eeuw geleden, verzuchtte Erdogan, was er geen verschil tussen wat nu Turkije is, en Bagdad, Damascus en Skopje. „Mosul werd eerder als deel van Anatolië gezien dan van Irak, zelfs door de Britten.” Maar „deze landen werden gescheiden door samenzweringen om kunstmatige grenzen te trekken met het oog op oliebronnen”. Niks nederlaag in de Eerste Wereldoorlog, nee buitenlands gecomplotteer.

Irak zit inmiddels alleen nog met elastiekjes aan elkaar. Ik vraag me af: moet voor de grote Erdogan ook Turkije weer groter groeien?