De Rechtspraak zit in het nauw

Wie bepaalt hoeveel rechtspraak er in Nederland moet zijn en wat die mag kosten – de rechters zelf of de politiek? Volgens de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak zijn dat in beginsel de rechters zelf. In het laatste jaarverslag, herhaald op Radio 1, stelde voorzitter Frits Bakker dit weekend de machtsvraag. „De financiering van de Rechtspraak moet uit de politieke arena”. Aan duidelijkheid blijft hier niets te wensen over.

De Rechtspraak dient volgens hem dezelfde positie als Hoog College van Staat te worden toegekend als onder meer de Staten-Generaal hebben. Het jaarlijkse gedoe over de omvang van de begroting maakt rechtspraak nu te kwetsbaar. Als de Kamer de politie wil uitbreiden of het Openbaar Ministerie, dan moet de Rechtspraak gebouwen sluiten of rechters laten gaan. Zaken worden dan niet of veel te laat behandeld. Van die dynamiek wil Bakker af. Als de Rechtspraak het straks niet eens wordt met de minister, kan er zomaar voor het eerst een rechterlijke begroting apart aan de Kamer worden voorgelegd. Politiek zou dat ‘va banque’ spelen zijn. Letterlijk het krediet van de Rechtspraak testen.

Het tekent de spanning die achter de schermen oploopt over het budget voor volgend jaar. Bakker zei dit weekend ook dat áls de rechtspraak niet genoeg geld zou krijgen „het begin van het einde van de rechtsstaat nabij is”. Ook dat zijn grote woorden, afkomstig van de de facto voorzitter van alle rechtbanken en gerechtshoven. En dus serieus te nemen.

De rechtspraak komt staatsrechtelijk inderdaad een zelfstandig budgetrecht toe, in de vorm van een eigen begrotingsvoorstel, gebaseerd op een min of meer objectieve rekenmethode, dat de minister geacht werd te volgen. Maar uit een recent Rekenkamerrapport blijkt dat dit stelsel van ‘prestatiebekostiging’ sinds 2010 door het kabinet niet meer echt wordt toegepast. Uiteindelijk is het budgetplafond van de minister toch bepalend. Het argument dat de Rechtspraak alle ‘tegenvallers’ kon oplossen uit de reserves is vooral pragmatisch. Bakker heeft een punt, politiek en staatsrechtelijk, dat hij te gelde wil maken. Zeker nu de reserves op zijn.

Maar gaat hij de confrontatie ook winnen? De rechtspraak heeft net een stevige reorganisatie achter de rug. Digitalisering van de rechtsgang staat voor de deur. Rechters voelen zich overbelast: de Raad wordt gewantrouwd. Velen zijn reorganisatiemoe. Intussen geeft Bakker wel precies het sentiment van de werkvloer weer. Kabinet en Kamer kunnen hier moeilijk omheen. De Rechtspraak zit in het nauw; de eigen voorzitter vlucht naar voren. Het is dan politiek wijsheid om ruimte te maken en deze ruzie af te wenden.