De Kamervoorzitter heeft weer aanzien

De Kamer is blij met haar nieuwe voorzitter, Khadija Arib. Een „verademing” na de „martelgang” onder Van Miltenburg.

Khadija Arib in haar werkkamer op het Binnenhof. „Het is echt een pittige tante.” Foto Freek van den Bergh

Op een van haar eerste dagen als voorzitter van de Tweede Kamer nam Khadija Arib de trein naar haar werk. Zoals gebruikelijk. Ze stond al op het perron van station Amsterdam Lelylaan, toen ze een sms kreeg – van haar chauffeur: „Ik ben er bijna.” Een Kamervoorzitter wordt immers elke dag in de dienstwagen naar Den Haag gereden.

O ja. Dat was even wennen voor Arib, die al bijna achttien jaar als Kamerlid voor de PvdA forensde voor ze in januari tot Tweede Kamervoorzitter gekozen werd. Ze nam snel de tram naar huis en durfde haar chauffeur pas later te vertellen dat ze hem was vergeten.

Op het foutje met de dienstauto na is Khadija Arib snel in haar nieuwe rol gegroeid. Na 125 dagen in functie is de Tweede Kamer zeer te spreken over haar nieuwe voorzitter. Kamerleden van vrijwel alle partijen prijzen Arib; ze noemen haar een „verademing” die „boven verwachting” functioneert en „rust heeft terugbracht in de Kamer”. Zelfs VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, die begin dit jaar nog openlijk zei Arib geen goede kandidaat te vinden, spreekt nu lovende woorden: „Ik had het niet verwacht, maar ze doet het prima. Er is rust in de Kamer en geen irritatie meer over de rol van de voorzitter.”

Het belangrijkste bewijs voor Aribs soepele functioneren, zeggen Kamerleden: de voorzitter is geen onderwerp meer van gesprek. Dat was anders bij haar voorganger, Anouchka van Miltenburg (VVD). Die functioneerde sinds haar aantreden in 2012 slecht en moest uiteindelijk opstappen omdat ze een anonieme brief over de ‘Teeven-deal’ had laten versnipperen. „Een martelgang”, zo omschrijft een fractievoorzitter de drieënhalf jaar onder Van Miltenburg. Debatten liepen continu uit de hand, fractievoorzitters klaagden en er was ruzie en geroddel in het presidium, het dagelijks bestuur van de Kamer.

Serieuze twijfels

Bij haar aantreden waren er nog serieuze twijfels over Arib (55). Was zij wel de juiste persoon om de schade te herstellen die het ambt van Kamervoorzitter – en daarmee het aanzien van parlement én politiek in het algemeen – had opgelopen? Arib staat bekend als charmant, maar ook als lastig, chaotisch en een ruziezoeker. Ook zou zij haar fractiepersoneel bij de PvdA slecht hebben behandeld.

Van die twijfel is weinig meer te bespeuren. Natuurlijk, een deel van Aribs succes heeft te maken met de opluchting over het vertrek van Van Miltenburg. „Maar dat als reden geven doet haar tekort”, zegt een Kamerlid. „Ze zit met gezag het debat voor en is buitengewoon consequent in haar handelen, waardoor Kamerleden zich ook niet opstandig gedragen als ze een keer hun zin niet krijgen.”

Arib leidt debatten met autoriteit, humor en zelfrelativering, zeggen Kamerleden van zowel oppositie als coalitie. Het presidium is niet langer een slangenkuil. De interne vergaderingen gaan soepeler en er wordt niet meer uit gelekt. „Blijkbaar bestaat de behoefte om te ontluchten niet meer”, aldus een betrokkene.

Oppositiepartijen geeft Arib het gevoel dat ze invloed hebben op de gang van zaken. „Ze heeft een ongelooflijke souplesse in het toestaan van interrupties”, zegt Alexander Pechtold (D66). „Dat kan ook prima, want de plenaire zaal heeft zelfcorrigerend vermogen. Een Kamerlid gaat vanzelf af als hij te lang doorzevert bij de interruptiemicrofoon.”

Op gezette tijden laat Arib zich gelden als het gezicht van de Kamer. Zo riep ze oud-D66-Kamerlid Wassila Hachchi, die plots met wachtgeld naar de VS vertrok, op zich te verantwoorden. En ze veroordeelt onparlementair taalgebruik; bijvoorbeeld toen Tunahan Kuzu (ex-PvdA) de groep Kamerleden die het lekken van vertrouwelijke informatie onderzocht een „fopcommissie” noemde.

Consequent te laat

Ook voor bewindslieden is ze streng. Arib tolereert niet dat ministers oeverloos doorpraten zonder concreet antwoord te geven. Tegen de notoir breedsprakige minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) zei ze tijdens een debat over de gaswinning in Groningen herhaaldelijk: „Ik wil écht dat u nu gaat afronden.”

Achter de schermen sprak ze met Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) over een grote ergernis onder Kamerleden: ministers die consequent te laat antwoorden op schriftelijke vragen. Als ministers hun leven niet beteren, zo dreigde ze in een brief aan het kabinet, stelt ze een tweede vragenuur in om alsnog antwoorden te krijgen. Voor de buitenstaander lijkt dat triviaal, maar voor Kamerleden raakt het aan de kern van hun werk: hun informatiepositie als volksvertegenwoordiger.

Een ander veelgehoord punt: Arib durft beslissingen te nemen. Van Miltenburg had de neiging besluiten eindeloos voor zich uit te schuiven, zeggen Kamerleden, waardoor zelfs de kleinste kwesties bleven liggen. En als ze al eens een beslissing nam, kon ze daar een dag later weer op terugkomen omdat ze door het kabinet of haar eigen partij was teruggefloten.

Een voorbeeld is het getouwtrek over afgesplitste fracties. Een werkgroep zou zich gaan buigen over maatregelen tegen ‘zetelroof’, bijvoorbeeld minder geld, spreektijd en werkruimte voor afgescheiden Kamerleden. Onder Van Miltenburg kwam het presidium er niet uit. Er was onenigheid over de voorzitter en kleine fracties verzetten zich tegen de inperking van hun rechten.

Kort na haar benoeming vroeg Arib in alle stilte SGP’er Roelof Bisschop de adviesgroep te leiden. Een slimme zet: de SGP is met drie zetels een kleine fractie én ze staat bekend als ‘staatsrechtelijk geweten’ van de Kamer. Het advies van de werkgroep, dat voor de zomervakantie verwacht wordt, zal vermoedelijk op brede steun kunnen rekenen. Bisschop: „Ze heeft het bewust weggehouden van partijpolitiek. Het signaal is: we gaan dit ordentelijk en bestuurlijk oplossen.”

Aribs verkiezing ging gepaard met controverse. PVV-leider Wilders keerde zich openlijk tegen haar vanwege haar Marokkaanse achtergrond en weigerde haar de hand te schudden nadat ze gekozen was. Toch zijn er sindsdien geen botsingen meer geweest met de PVV. Opmerkelijk genoeg heeft Wilders sinds Aribs aantreden ook niet meer het woord ‘nepparlement’ gebruikt in de Kamer.

„Met de PVV gaat ze ontspannen om, en gezien haar achtergrond vind ik dat getuigen van klasse”, zegt een fractievoorzitter. „Wilders durft haar ook niet plenair aan te vallen, want hij is bang voor een klap terug.”

Is er dan niets dan lof voor Arib? Dat ook weer niet. Sommige parlementariërs uiten anoniem hun zorgen over het management van de Tweede Kamer. Arib geeft leiding aan 600 ambtenaren, maar heeft geen leidinggevende ervaring. En de Kamerorganisatie kampt met problemen. Reorganisaties laten jaren op zich wachten. Er staat een ingrijpende verbouwing voor de deur. De beveiliging zou niet op orde zijn. De hoogste ambtenaren – de griffier en twee directeuren – zijn nog maar enkele maanden in dienst en zouden niet allemaal even goed met Arib overweg kunnen.

Sinds haar aantreden heeft Arib twee stafleden vervangen door oud-medewerkers van PvdA’ers. Dat leidt bij sommigen tot gefrons en kwalificaties als „partijpolitiek” en „divagedrag” – wat ook Van Miltenburg werd verweten.

Kordon aan medewerkers

Arib verwerpt de aantijgingen. Ze verving haar personeel omdat ze af wilde van het kordon aan medewerkers dat Van Miltenburg om zich heen had verzameld – de ‘bontkraag’ in de wandelgangen. „Ik wil geen laag om mij heen die me moet beschermen tegen de rest van de Tweede Kamer. Ik kan veel zelf en wil open en toegankelijk zijn.”

De ondernemingsraad van het Kamerpersoneel, die overhoop lag met Van Miltenburg, is wel te spreken over Arib. „Ze heeft me aangenaam verrast”, zegt voorzitter Irma Tigchelaar. „Het is echt een pittige tante. Ze brengt ook voor het personeel rust in de tent. Arib speelt volgens mij geen spelletjes en ze wil dat er een paar mensen voor haar werken die ze blind kan vertrouwen.”

Wat gaat Arib doen na de verkiezingen van maart volgend jaar? Totdat ze voorzitter werd, zei ze te willen stoppen als Kamerlid: na achttien jaar was het mooi geweest. Maar inmiddels is Arib „ontzettend aan het nadenken” over haar politieke toekomst. Ze sluit dus niet uit dat ze doorgaat – ook al is er geen enkele garantie dat ze dan opnieuw tot Kamervoorzitter wordt gekozen.

Bij andere partijen achten ze het best denkbaar dat Arib volgend jaar opnieuw voorzitter wordt. Dat zou goed zijn voor de rust in het parlement, en het aanzien ervan. „Mijn ongevraagde advies is: doorgaan”, zegt oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD). „Ook aan de PvdA. Zoals zij het doet, is toch reclame voor de partij?”