Even appen terwijl je de weg oversteekt. Goed idee?

Telefoonvriendelijke bioscopen, stoplichten op de grond: de stad kan zich aanpassen aan ons smartphonegebruik. Is dat wenselijk?

Wie in het Duitse Augsburg een tramovergang oversteekt, kan dit doen terwijl hij een appje verstuurt, online een vakantie boekt of het spelletje Candy Crush speelt. De stad heeft op twee plekken stoplichten op de grond geplaatst, om zo het aantal tramaanrijdingen met smombies – smartphone-zombies die onafgebroken op hun schermpje kijken – te verminderen. Het idee ontstond nadat er in korte tijd twee ongelukken waren gebeurd. In beide gevallen waren de slachtoffers afgeleid door hun telefoon.

Meer lezen over tech en media? Volg ons op Twitter: @NRCTechMedia 

Min of meer tegelijkertijd, in Las Vegas, werd de directeur van de Amerikaanse bioscoopketen AMC geïnterviewd door tijdschrift Variety. Of hij in de toekomst smartphones in de zaal zou toestaan. De directeur verwachtte van wel: het plan was om speciale ‘sms-vriendelijke’ zalen of stoelen aan te wijzen, zodat ook tieners en twintigers de bioscoop zouden blijven bezoeken.

Het bleef bij een plan. Bezoekers reageerden woedend op het interview. Er werden boycots georganiseerd en think pieces geschreven over hoe deze tweet seats het einde van de beschaving zouden inluiden. Na twee dagen liet AMC via een officiële verklaring weten telefoongebruik in de zaal niet te zullen toestaan.

Het gebruik van mobiele technologie neemt nog altijd toe, en daarmee ook de mogelijkheden om dat te faciliteren. Dat kan spanningen opleveren, zoals bij de sms-vriendelijke bioscoop. Andere ontwikkelingen, zoals het plaatsen van stopcontacten in nieuwe sprinters van NS, worden juist met veel enthousiasme ontvangen. Moet het mogelijk zijn altijd en overal onze smartphones en tablets te gebruiken? En wat zijn de consequenties daarvan?

Mobiele etiquette

Om te beginnen speelt de heersende mobiele etiquette een rol in die discussie: in welke situatie vinden we het gepast om een smartphone te gebruiken, en wanneer niet? Blijkbaar is appen tijdens de film voor veel mensen nog een brug te ver. En selfiesticks, die tot vorig jaar nog vrijwel overal mochten worden gebruikt, zijn nu in veel musea en poppodia verboden. Ze bleken onpraktisch, gevaarlijk en vooral storend voor andere mensen.

Volgens recent onderzoek van het Amerikaanse Pew Research Center heeft zo’n driekwart van de Amerikanen geen bezwaar tegen smartphones in het openbaar vervoer, op straat of tijdens het wachten in de rij. Maar een telefoon in de kerk of aan tafel vindt bijna iedereen storend. Dat geldt ook voor smartphones in de bioscoop: 95 procent is daarop tegen.

Als het gaat om ingrepen in de ruimtelijke ordening, zoals bij de Duitse smombie-stoplichten, moet er een bijzonder goede reden voor zijn. „Je kunt niet lukraak van alles veranderen”, zegt Mettina Veenstra, lector Media, Technology and Design aan de Saxion Universiteit. „Naast dat er doorgaans hoge kosten aan verbonden zijn, zeker als zo’n project op grote schaal wordt toegepast, krijg je vaak te maken met onbedoelde bijeffecten.” Zoals het experiment met het smart stoplicht in Rotterdam, dat fietsers vaker voorrang geeft als het regent. Het bleek al snel een bron van irritatie: omwonenden en automobilisten klaagden over de lange files die ontstonden bij slecht weer.

Toch kan ook niet alles vooraf voorspeld worden, zegt Veenstra. Soms moet iets wel getest worden in de praktijk. „Het blijft een kwestie van trial-and-error. Houd zo’n project daarom klein: één stoplicht is genoeg om mee te beginnen. En benader het als een blijvend experiment: resultaten moeten voortdurend geëvalueerd worden.”

Wat betekent het voor de sociale cohesie in de stad? Als mensen voortdurend op hun schermpje kijken, hebben ze dan nog wel aandacht voor elkaar? Denk aan de populaire YouTube-clip Look Up, waarin een Britse filmmaker de kijker aanspoort zijn smartphone vaker uit te zetten. Technologie maakt ons eenzaam, is de achterliggende gedachte, en weerhoudt ons ervan ‘echt’ contact te maken.

Toch ligt dit in de praktijk anders, stelt de Amerikaanse socioloog Keith Hampton. Hij onderzocht het effect van mobiele technologie op sociale interactie in de openbare ruimte en deed dit door videomateriaal uit 1979 en 1980, gemaakt op vier verschillende openbare plekken in de Verenigde Staten, te vergelijken met beelden die hij op dezelfde plekken maakte in 2010. In totaal werd het gedrag van bijna 150.000 mensen geanalyseerd.

Wat bleek: de sociale interactie was juist toegenomen. Dertig jaar geleden waren er meer mensen in hun eentje, nu bezochten ze de geanalyseerde plekken – bijvoorbeeld Bryant Park in New York – vaker in groepjes. Uiteraard waren er nu meer mobieltjes in het straatbeeld, maar die werden doorgaans gebruikt door mensen die alleen waren. Bovendien bleven zij langer hangen op een plek dan hun mobielloze voorgangers in 1979. En dat is weer bevorderlijk voor het totaal aantal bezoekers, want doorgaans voelen mensen zich op openbare plekken prettiger als het drukker is.

Verwarrende normen

Het gebruik van smartphones zou wel invloed hebben op onze beleving van privacy. In 2012 publiceerden onderzoekers van Tel Aviv University een studie, waarin ze smartphone-gebruikers vergeleken met gebruikers van meer ouderwetse mobiele telefoons. Wat bleek: mensen met een smartphone leken zich minder aan te trekken van hun omgeving. Ze waren luidruchtiger in gesprek, en bespraken vaker persoonlijke thema’s, dan mensen met een ouderwetse telefoon.

Hoe is dit verschil te verklaren? Volgens de onderzoekers komt dit doordat smartphones verschillende omgevingen, publiek en privé, combineren: van heel persoonlijk (een telefoontje) tot publiek (een tweet). Het gevolg zou zijn dat er verwarring ontstaat over de geldende normen. Stel: je loopt door een park, terwijl je tegelijkertijd een appje stuurt naar je vrienden in een whatsappgroep. Volg je dan sociale normen van WhatsApp, waar je onder bekenden bent, of die van het park, waar je niemand kent? De onderzoekers hebben vooralsnog geen oplossing voor dit probleem. „Maar,” zegt auteur Tali Hatuka in een interview met de website CityLab, „vermoedelijk moeten we daar ook weer technologie voor gebruiken.”