Brzoskowski volgt zijn held op

EK zwemmen Maarten Brzoskowski ontneemt Pieter van den Hoogenband in Londen veertien jaar oud nationaal record

Maarten Brzoskowski na afloop van de finale 400 meter vrije slag. Foto: Olaf Kraak/ANP

Tien jaar geleden keek Maarten Brzoskowski, destijds nog een klein ventje, met grote ogen naar zijn idool Pieter van den Hoogenband, in diens ‘klotsbak’ in Eindhoven. De grote olympisch kampioen deed mee aan de Swim Cup, het jochie van tien figureerde in het bijprogramma, de schoolkampioenschappen. Maandagavond verbeterde Brzoskowski, inmiddels 20 jaar, bij de EK in het olympische zwembad van Londen het veertien jaar oude nationale record van zijn beroemde provinciegenoot op de 400 meter vrije slag. In 2002 finishte Van den Hoogenband in Amersfoort in 3.47,20. Toegegeven, de drievoudig olympisch kampioen zwom het nummer niet veel. Zijn kracht lag vooral op de 100 en 200 meter.

„Maar het is wel een record van Pieter van den Hoogenband”, glimlachte Brzoskowski in het Aquatics Centre. De nalatenschap van Van den Hoogenband leeft nog altijd bij jonge zwemmers. De nationale records op de 100 en 200 meter vrij heeft hij nog altijd stevig in handen. Ook mondiaal zijn de toptijden van ‘VdH’ nog van uitzonderlijk niveau: met zijn beste 200 vrij was hij vorig jaar in Kazan wereldkampioen geworden.

Brzoskowski is de eerste die hem een nationaal record afneemt sinds Van de Hoogenband acht jaar geleden na de Spelen van Beijing stopte met topsport. Maar de nieuwe recordhouder had maandagavond gemengde gevoelens over de prestatie die hij leverde in zijn eerste EK-finale. Zijn eindtijd(3.47,09) bracht hem op de vijfde plaats, op drietiende van een seconde van het podium. „Ik zit superdicht bij een medaille, dat was nog mooier geweest”, zei hij. „Maar een nationaal record is ook heel mooi, daar ben ik erg blij mee. De snelste Nederlander ooit, op lange- en kortebaan, dat is best bijzonder. Daar ben ik trots op.”

De switch van 1.500 meter

De opmars van Brzoskowski, geboren en getogen in het Brabantse plaatsje Best, is opmerkelijk. Nog geen jaar geleden kwam hij op de WK in Kazan zonder al te veel succes uit op de langste zwemafstand in badwater, de 1.500 meter. Een olympische limiet zat er niet in. Drie weken later, na de vakantie, riep zijn coach Marcel Wouda hem bij zich. „Marcel zei: ‘Ik denk dat je meer kansen hebt op de 200 en 400 meter, denk er eens over na.’” De switch was snel gemaakt, al had de Brabander met de Poolse naam – zijn grootvader was een immigrant uit Polen – aanvankelijk grote plannen met de 1.500 meter. „Dat deed niemand in Nederland, het leek mij leuk die afstand op de kaart te zetten.”

Brzoskowski is niet de eerste die die weg bewandelt. Sebastiaan Verschuren begon ooit op als specialist op de 1.500, maar behaalde bij de Spelen van Londen in 2012 bijna een medaille in de finale van de 100 meter. Nederlandse zwemmers lijken meer geschikt voor kortere nummers. Zo ook Brzoskowski.

Diens omscholing verliep sensationeel. Al in december, een paar maanden na de overstap, kwam hij in Amsterdam akelig dicht bij de toptijd van Van den Hoogenband, en verzekerde zich onderweg van een individueel startbewijs voor de Spelen in Rio de Janeiro.

Doordat hij minder kilometers ging trainen werd het effect van zijn krachttrainingen steeds hoger. Het oog van de meester, kampioenenmaker Wouda, had het goed gezien. „Ik ben heel blij dat ik die keuze heb gemaakt”, zegt Brzoskowski. „Knap hoe Marcel het elke keer weer flikt. Hij is heel belangrijk voor het Nederlandse zwemmen.”

Onderlinge concurrentie

Maar de week is nog lang niet voorbij voor de student fysiotherapie. Brzoskowski zwemt in Londen ook de 100 en 200 vrij. Op het koningsnummer zal hij de olympische limiet niet halen, maar de 200 meter lonkt. Maar de binnenlandse concurrentie is groot: Verschuren heeft de limiet al gezwommen, Brzoskowski, Dion Dreesens en Kyle Stolk strijden dinsdag in Londen om het tweede ticket. In Rio mogen per land maar twee zwemmers starten op elk nummer. „Ik merk niet veel van onderlinge strijd, iedereen heeft respect voor elkaar. Bovendien: hoe harder iedereen zwemt, des te meer kans we in Rio hebben op een goede tijd op de 4×200 meter estafette.”

Geen mooiere plek om het te laten zien dan Londen. Brzoskowski kijkt er zijn ogen uit. „Ik keek de Spelen van Londen op drie televisies tegelijk, om maar niks te hoeven missen. Nu zwem ik zelf in dit stadion. Het is heel bijzonder. Aan de andere kant: water is water.”

Hij wil de laatste drie maanden nog één stap zetten voor Rio. „Met de tijd die ik hier zwem kom ik in Rio niet in de topacht denk ik, maar ik heb nog een paar maanden. Ik heb er vertrouwen in dat dat gaat lukken.”