President Venezuela dreigt fabrieken in beslag te nemen

Volgens Maduro zijn deze maatregelen nodig om de productie weer op gang te brengen en daarmee de economische crisis in het land tegen te gaan.

Tegenstanders van de Venezolaanse president Nicolas Maduro tijdens een demonstratie in Caracas. Foto AFP / Federico Parra

De Venezolaanse president Nicolás Maduro heeft zaterdag gedreigd met inbeslagname van fabrieken die niet meer in werking zijn. Ook wil hij de eigenaren van die fabrieken oppakken, meldt de Britse zender BBC zondag. Volgens Maduro zijn deze maatregelen nodig om de productie weer op gang te brengen en daarmee de economische crisis in het land tegen te gaan.

Dit weekend demonstreerden zowel regeringsgezinden als de oppositie in hoofdstad Caracas. De president sprak in het centrum van Caracas ten overstaan van duizenden Venezolanen:

“Iedereen die de productie wil stilleggen om het land te saboteren, moet vertrekken. En iedereen die dat doet, moet geboeid worden en overgebracht worden naar de gevangenis.”

Twee dagen eerder verlengde de president de economische noodtoestand. De noodtoestand blijft nog eens zestig dagen van kracht. Sinds half januari zijn er maatregelen van kracht waarmee voedsel en andere goederen gerantsoeneerd kunnen worden. Eind april werden ambtenaren geacht alleen op maandag en dinsdag op hun werk te verschijnen. Door ze de andere dagen vrij te geven, moet stroom bespaard worden. Eerder besloot de president ook al dat er per dag zo’n vier uur geen elektriciteit gebruikt kan worden in het land. De klok van het land werd een halfuur vooruit gezet om te proberen meer gebruik te maken van het daglicht.

In februari werden winkelcentra al verplicht korter open te gaan en voor hun eigen elektra te zorgen door generatoren te gebruiken. De president vroeg vrouwen zelfs alleen voor speciale gelegenheden nog hun haar te föhnen.

Economische malaise te wijten aan “buitenlandse agressie”

De noodtoestand voorziet volgens Maduro ook in de “nodige maatregelen” om zijn land te beschermen in geval van een buitenlandse aanval. Hij denkt dat de economische malaise in het land te wijten is aan “buitenlandse agressie”. Het gebrek aan voedsel en goederen zou komen door onder andere de Verenigde Staten, die een economische oorlog zouden voeren met het land. Ook kondigde de president een militaire oefening aan om “buitenlandse dreiging” tegen te gaan.

Door de dalende olieprijs en mismanagement bevindt het Zuid-Amerikaanse land zich al tijden in economisch zeer zwaar weer. Volgens het IMF zal de inflatie in het land dit jaar stijgen tot 720 procent en krimpt de economie met 8 procent.