‘Wij zijn helemaal niet de regisseur van de zorg’

Tom Kliphuis, bestuursvoorzitter van VGZ De nieuwe topman van de op een na grootste zorgverzekeraar van Nederland kijkt zijn ogen uit. „Ik weet niet hoeveel verspilling er is, maar het is duidelijk dat er lucht in de zorgsector zit.”

Tom Kliphuis, topman van zorgverzekeraar VGZ: „Ik denk dat de grens wel bereikt is met ziekenhuisfusies.” Foto Andreas Terlaak

Ja, ook zijn echtgenote ondertekende het manifest vorig jaar, het manifest van rebellerende huisartsen die onder de vlag van Het Roer Moet Om ageerden tegen de doorgeschoten macht en regelzucht van zorgverzekeraars.

Buitengewoon boeiend, noemt Tom Kliphuis dat, de baas van een zorgverzekeraar met meer dan 10 miljard euro jaaromzet.

Zelfs bij hem thuis in Hilversum is Kliphuis af en toe de verzekeraar die tegenover een arts staat. Via zijn partner die huisarts is, ziet hij van dichtbij hoe verzekeraars bij de dokters overkomen. Daar leeft hij van op. Want iedereen heeft zijn blinde vlekken, zegt Kliphuis.

VGZ, bekend van merken als Univé, Zekur en IZA, is na Achmea de grootste zorgverzekeraar van Nederland, met 4,2 miljoen polishouders. Een coöperatie zonder winstoogmerk en zonder aandeelhouders, benadrukt Kliphuis.

Toch maakte VGZ vorig jaar nog 200 miljoen euro winst. Bij de directe concurrenten daalde het resultaat scherp, omdat zij ervoor kozen hun vermogen in te zetten om de premies niet te veel te laten stijgen. VGZ deed dat niet – haar polissen waren afgelopen jaar relatief duur – en hield zo de winst redelijk op peil. Een bewuste keuze om de financiële gezondheid te verbeteren. Het kostte wel 2 procent van de klanten: 90.000 minder polishouders. Maar de balans is weer ruwweg even sterk als die van de andere grote drie: Achmea (Zilveren Kruis), CZ en Menzis.

„Mensen zeggen wel: jullie zitten op een waanzinnige hoop geld. Wij moeten wettelijk gezien 1,7 miljard euro vermogen aanhouden, en we hebben 2,4 miljard. Dat betekent dat we 700 miljoen euro extra vermogen hebben, een ontzettende bak met geld. Maar goed, van dat bedrag kunnen wij nog niet één maand de zorg betalen. Is het dan veel of weinig? Onze totale reserves komen overheen met slechts drie maanden aan zorgkosten. Ik begrijp wel dat het voor de meeste mensen onwaarschijnlijke bedragen zijn, maar je moet het altijd in perspectief proberen te zien.”

Ziekenhuisfusies

De zorgverzekeraars hebben sinds 2006 de taak zorg in te kopen bij ziekenhuizen, verpleeginstellingen, fysiotherapeuten en andere hulpverleners. Dat moeten ze tegen zo’n laag mogelijke prijs en zo’n goed mogelijke kwaliteit doen. Het heeft de zorgverzekeraars ook de rol van boeman gegeven. De arts heeft een vertrouwensband met de patiënt, niet met de verzekeraar die op de rem moet gaat staan. Ondertussen werken alle politieke partijen aan hun verkiezingsprogramma’s. Wat is hun analyse hoe het nu loopt en wat moet er dan veranderen?

Bij de inkoop op zowel prijs als kwaliteit ervaren verzekeraars strubbelingen. Hoe spreek je scherpe tarieven af met een ziekenhuis als dat het enige in de regio is?

Kliphuis: „Laat ik eerst de hand in eigen boezem steken. Verzekeraars hebben fusies van ziekenhuizen een tijd lang aangemoedigd. Dat was met het idee dat een combinatie efficiënter gaat werken en omdat de verwachting was dat de medische kwaliteit zou verbeteren.”

„Die medische verbetering wordt waarschijnlijk wel gerealiseerd, al is dat moeilijk aan te tonen. Want hoe meet je dat? Maar dat eerste doel, het verbeteren van de efficiency, dat zien wij in de praktijk heel weinig terug. Sterker, we zien wel prijsstijgingen na een fusie.”

Niet voor niets liet VGZ aan concurrentiewaakhond ACM weten dat ziekenhuisfusies dikwijls niet in het belang van de patiënt zijn. De zorgverzekeraar zei tegen de mededingingsautoriteit sommige geplande fusies onwenselijk te vinden, omdat de mogelijkheid om elders zorg in te kopen te klein wordt. Er blijven onvoldoende mogelijkheden over om de ziekenhuizen te „disciplineren” schreef de VGZ.

Het is een van de redenen waardoor de ACM vorig jaar voor het eerst een ziekenhuisfusie verbood: die van Albert Schweitzer met de Rivas Groep in de omgeving van Dordrecht en Gorinchem. Kliphuis noemt het voorbeeld van Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal. Den Helder is met Alkmaar gefuseerd en Hoorn wil dat nu met Purmerend, zodat twee partijen overblijven. „Dan hebben we straks nog minder keuze bij de inkoop. Gaat dat leiden tot meer efficiëntie? Ik ben bang van niet. Wij zijn daar heel sceptisch over.”

Ook in Amsterdam dunt het aantal spelers snel uit. Het AMC wil met het VUmc samengaan. „Straks zijn er nog maar twee grote clubs in Amsterdam. Wordt die zorg daar goedkoper en efficiënter van? Wouter Bos [bestuursvoorzitter van VUmc, red.] noemt als belangrijke reden, dat die fusie nodig is om beter wetenschappelijk onderzoek te doen. Ik heb nog nooit gehoord dat je voor goed wetenschappelijk onderzoek groot moet zijn, ik vind het een dunne reden. Bedrijfsmatig plaats ik daar mijn vraagtekens bij. Maar eenmaal bij elkaar krijg je het niet meer uit elkaar. Ik denk dat de grens wel bereikt is met ziekenhuisfusies.”

VGZ probeert de gevolgen van zulke fusies te attaqueren met afspraken over zinnige zorg, minder overbodige zorg. Door contracten langer dan één jaar af te sluiten worden welwillende ziekenhuizen beloond.

Geen regisseur meer

Kliphuis heeft een ongewone achtergrond. Hij komt niet uit de zorg, noch uit de politiek, noch uit het openbaar bestuur. Hij werkte jarenlang als leidinggevende bij levensverzekeraar Nationale-Nederlanden.

„Toen ik hier binnenkwam, eind 2014, stond in het strategisch plan: ‘Wij zijn de regisseurs van de zorg. Wij gaan over de kwaliteit, zo is het ook bedacht in de zorgverzekeringswet’. Daar verbaasde ik mij als nieuwkomer over. Want al snel was er toen de discussie over het verdwijnen van de vrijeartsenkeuze door een wetswijziging. Ik begreep er niets van. Een totale non-discussie. Het recht om zelf een arts te kiezen zou helemaal niet verdwijnen. Maar goed, je was voor of je was tegen, meer smaken waren er niet. Toen ik zag hoe zo’n discussie ontspoorde, dacht ik: ‘Wij zijn helemaal niet de regisseur van de zorg. Wij zijn hooguit een regisseur’. Wij zijn niet de baas van de zorg, dat moeten we ook niet pretenderen. Nederland wil dat niet. Je moet meer samenwerking met de artsen zoeken.”

Binnen VGZ groeide dat inzicht al langer. „Wij stelden soms scherpere eisen dan de beroepsgroep aan het aantal medische behandelingen dat een ziekenhuis jaarlijks minimaal moet doen om de kwaliteit hoog te houden. Daar hadden we ook goede redenen voor, dikwijls op aandringen van patiënten.”

„Neem slokdarmkankeroperaties. Daar stellen de artsen een ondergrens van twintig operaties per jaar, terwijl in de rest van Europa een ondergrens van ruwweg honderd operaties geldt. Wij kozen voor een ondergrens van dertig. In de publieke opinie zag je de kritiek: de verzekeraar gaat op de stoel van de dokter zitten. Vanuit medici kwam een enorme weerstand. Die zeiden: ‘Hoe bepaal jij nu dat dertig de goede norm is?’ Je komt dan in een conflictsituatie terecht, iedereen graaft zich in. Iedereen verspilt energie, het is niet productief. Dus wij hebben dat beleid laten varen. Het primaat van de kwaliteit ligt echt bij de dokters.”

„Het is een kwestie van gelijk hebben en gelijk krijgen. Ik vind nog steeds dat we gelijk hebben. Als je dat niet krijgt, kan je wel als een Don Quichot door blijven vechten, maar dat heeft niet zo veel zin. Dus wij vragen de artsen waar zij denken wat beter kan en dan houden wij de betaalbaarheid in de gaten.”

Minder zorg, minder omzet

Een van de paradepaardjes daarin is ziekenhuis Bernhoven (Uden), dat een bijzonder contract heeft met VGZ: het wordt beloond voor ‘zinnige zorg’: dat betekent ook minder overbodige zorg. Krimp wordt beloond. Het ziekenhuis zette meer specialisten op de spoedeisende hulp. Zij zien sneller dan arts-assistenten of patiënten iets ernstigs hebben. Het aantal doorverwijzingen daalde en er werd minder diagnostiek (mri-scans, bloedonderzoek) aangevraagd. Dus minder zorg en minder omzet.

„Radboudumc kwam laatst met een onderzoek dat 30 procent van de uitgaven in de zorg verspilling zou zijn. Ik weet niet hoeveel verspilling er is, maar het is duidelijk dat er lucht in de zorgsector zit. Maar wij gaan niet bepalen waar die lucht zit. Wij hebben wel de informatie die we aan artsen kunnen laten zien waarin het zou kunnen zitten. Artsen zullen het zelf moeten doen.”

Dat betekent dat je soms in je eigen vlees moet snijden, zegt hij. VGZ deed dat zelf ook. De verzekeraar voerde de laatste jaren een harde sanering door. „Het aantal managers verminderde de afgelopen twee jaar met 20 procent. En we gaan daar nog verder in. Het is wel zorggeld waar je mee werkt. Wij vinden het ook niet leuk om van 300 mensen afscheid te moeten nemen. Maar ja, het moest wel.”

Verzekeraars proberen via omzetplafonds de uitgaven te beheersen. Ziekenhuizen krijgen een budget waar ze het mee moeten doen. Maar wat als dat budget op is?

Daar heeft VGZ regelmatig een dispuut over. Het zit Kliphuis hoog. „Dan lees je in de krant over een ziekenhuis: ‘Wij stoppen met behandelingen, want we gaan niet gratis werken’. Iedereen snapt dat, maar het is flauwekul. Want met zo’n ziekenhuis wordt een budget afgesproken van, zeg, 100 miljoen – 100.000 behandelingen van 1.000 euro. Daarvan moet je alles doen: het salaris van het bestuur, het gebouw, gas en licht, alle verpleegkundigen, de huurkosten voor twaalf maanden operatiekamers, et cetera.”

„Dan is het 1 december en gaat het ziekenhuis de 100.001ste patiënt verwelkomen. Ik vind het schandalig als ziekenhuizen dan zeggen: ‘Wij weigeren die patiënt’. Dat zo'n ziekenhuis dan de publiciteit zoekt met de boodschap: VGZ laat patiënt in de kou staan.”

De verzekeraar treedt juist graag op als intermediair en adviseur van de patiënt. Waar zijn de minste wachtlijsten, waar kan de verzekerde met deze klacht het beste naartoe? Daar ziet de zorgverzekeraar toekomst in.

„Maar moeten wij ook gaan bijbetalen? Zo’n overschrijding van het budget komt niet uit de lucht vallen. Je kunt dus als ziekenhuis altijd eerder afremmen of gewoon met ons bellen.”