‘WADA niet de oplossing van doping, maar het probleem’

Leukemie verhindert hem niet de strijd aan te gaan met het antidopingagentschap WADA, dat hij grote klunzigheid verwijt.

Voormalig UCI-voorzitter Hein Verbruggen wil zijn leukemie niet gerelateerd zien met epo. Een beetje goedkoop, vindt-ie. Foto Katrijn van Giel

Hij bleef maar moe, moe en nog eens moe. Hein Verbruggen kwam met zijn fiets geen helling meer op. Tot vorig jaar juli bloedonderzoek uitwees dat hij leukemie heeft. Die intense vermoeidheid kwam door een schromelijk tekort aan rode bloedcellen. Het grapje dat epo dan helpt, gaat er niet in en leidt tot een zuur lachje. De voormalige voorzitter van de internationale wielerfederatie UCI wil zijn ziekte niet gerelateerd zien aan doping. Een beetje goedkoop, vindt ie.

Verbruggen (74), erelid van het IOC, heeft ook weinig reden tot lachen, hoewel hij de leukemie heeft geaccepteerd als onvermijdbaar en streeft naar zoveel mogelijk kwaliteit van leven. De behandelmethode is aangeslagen en nu verkeert hij, mede dankzij dure wonderpillen, in wat hij „een consolidatiefase” noemt. De periode van chemokuren heeft hij goed doorstaan. Zijn leven heeft Verbruggen moeten aanpassen, dat wel, maar is nog waard geleefd te worden. „De eerste twee dagen was ik er kapot van, maar daarna ben ik onmiddellijk aan mijn revalidatie begonnen. Blijven afvragen waarom ik die ziekte kreeg heeft geen zin. Ik heb het. Punt. De vraag was: wat doe ik ermee?”

Vanzelfsprekend schoot de dood wel eens door zijn hoofd. Leukemie kan fataal zijn. „Maar ik heb altijd vertrouwen gehouden en ben optimistisch gebleven. Dat ben ik nog steeds. Er is even sprake geweest van een beenmergtransplantatie, maar die vind ik vooralsnog te risicovol. Ik heb daar van afgezien. Kan zijn dat ik kies voor een immunotherapie – een behandeling met medicijnen die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleren. Dat is de toekomst van kankerbestrijding. Daarvoor moet ik naar Amerika. Maar ook die therapie geeft geen zekerheid. Voorlopig houd ik het maar zo.”

De chemobehandeling hield Verbruggen maanden gekluisterd aan zijn huis in Lausanne. Onlangs was hij voor familiebezoek even terug in Nederland. Hij zag er naar omstandigheden goed uit. Wat vooral opviel: zijn strijdlust is terug. Naast zijn ziekte is Verbruggen in z’n eentje fanatiek in de bestrijding van het wereldantidopingagentschap WADA, de organisatie die hij, met oud-voorzitter Dick Pound voorop, grote klunzigheid verwijt. En dat moet verbeteren, in het belang van de sporters. Daarvoor heeft hij met steun van juristen en andere deskundigen een omvangrijk belastend dossier opgebouwd. Met een vette knipoog: „Het enige werk dat ik nog doe is ruziemaken met WADA.”

Wat is uw drijfveer om de strijd met WADA zo fanatiek aan te gaan?

„Vooral vanwege de zaak Lance Armstrong. Die heeft ernstige consequenties gehad voor zowel mij persoonlijk als de UCI. Dan zie je op een dag bij Pauw & Witteman jouw kop op tv als medeplichtige aan de doping van Armstrong. Dat was een zware attack, ook op al mijn toenmalige medewerkers bij de UCI, van wie ik weet dat het correcte mensen zijn. Dat vind ik dermate ernstig, dat ik heb besloten dat onrecht te bestrijden. Nu word ik ‘toevallig’ geholpen door de rotzooi bij ander bonden, maar ik beweer al jaren dat WADA niet functioneert. Zie wat er allemaal gebeurt rond meldonium. Klungels zijn het, ik kan het niet anders zeggen. De wielersport is door WADA, en met name Pound, jarenlang misbruikt om de aandacht van eigen falen af te leiden. De hervormingscommissie CIRC, die onderzoek deed naar dopinggebruik in de wielersport, heeft mij vrijgepleit van medeplichtigheid aan omkoping. Zelfs geen spoor bewijs gevonden.”

Maar u was close met Armstrong.

„Helemaal niet. Een veronderstelling die is gebaseerd op een persfoto waarop ik samen met hem sta. Ja, Armstrong heeft de UCI geld geschonken, een keer 25.000 dollar en een keer 100.000 dollar, bedoeld voor dopingonderzoek. Hadden we niet moeten accepteren, is een foute inschatting geweest, hoewel uit het CIRC-onderzoek is komen vast te staan dat er geen relatie is tussen die gift en de behandeling van Armstrong. Of ik spijt heb? Heeft geen nut. Het is gebeurd.”

Ooit gedacht dat Armstrong zo’n grootgebruiker van doping zou zijn?

„In deze voel ik met verwant met Mart Smeets. Ik heb nooit begrepen waarom hij zo zwaar is bekritiseerd. Er was geen spoor bewijs en Armstrong bleef ontkennen. Ja, hij heeft ooit in de Ronde van Zwitserland een verdachte epo-test afgeleverd. Maar die werd niet als positief gerapporteerd. Toen het conflict tussen de UCI en WADA toenam, schijnt WADA dr. Martial Saugy, hoofd van het dopinglaboratorium in Lausanne, gevraagd te hebben om tekenen dat het om een positieve test ging. WADA zou Saugy dan een valse verklaring hebben laten ondertekenen. Saugy weigerde dat. Dát, en nog andere dubieuze zaken, stel ik aan de orde. Die wil ik onderzocht zien. Ik denk dat Armstrong hen niet interesseerde. Het ging om de wielersport, om de aandacht af te leiden. Dat mechanisme zie je nu in die Russische atletiekzaak. WADA heeft de Russische klokkenluiders genegeerd. En Pound na de onthullingen van de Duitse tv-journalist Hajo Seppelt en een eigen ‘onafhankelijk onderzoek’ maar de meest vreselijke dingen over de wereldatletiekbond IAAF roepen. En op die persconferentie was niemand die zei: hé, wacht even, meneer Pound, hoe kan het dat WADA van niets wist?”

Misschien had de UCI er belang bij dat Armstrong niet gepakt werd?

„Een opmerking die suggereert dat wij zaken door de vingers hebben gezien. Dan moet je met bewijzen komen. De UCI heeft Armstrong wel 300 keer gecontroleerd en WADA bij mijn weten maar drie keer. Met evenveel recht zou je kunnen zeggen dat WADA er belang bij had om Armstrong niet te pakken, want zo lang kon WADA de wielersport blijven zwartmaken. Ik zeg je, dat in mijn tijd als voorzitter de UCI juist een pionier in antidoping was. Wij werden geconfronteerd met epo, zonder dat er een wetenschappelijk beproefde detectiemethode voorhanden was. We moesten het zelf uitzoeken. Ter wille van de gezondheid van de renners hebben we de hematocrietwaarde begrensd, anders zouden er misschien doden vallen. Vervolgens was het verwijt dat we tot die grenswaarde doping zouden toestaan. Een domme opmerking. We hebben alles gedaan wat we konden. Van de critici kon niemand vertellen hoe dan wel te handelen. Toen in 2000 de Fransen met een detectiemethode kwamen, hebben we die direct geaccepteerd. Daarmee staken we onze nek uit, want die methode was wetenschappelijk nog niet als 100 procent betrouwbaar bewezen.”

Bij de oprichting in 2000 had u toch hoge verwachtingen van WADA?

„Ja, maar ik had snel in de gaten dat er geen goed antidopingbeleid kan worden gevoerd. Doping is veelomvattend, het heeft ethische, juridische, farmacologische en medische aspecten. WADA loopt om de moeilijke vragen heen. Geprefereerd wordt de rol van aanklager. Dat brengt publiciteit. Neem de dopinglijst. De belangrijkste vraag is: wat is wel of geen doping? Bijvoorbeeld: is transplantatie van hoornvlies bij een schutter doping? Of: waarom epo verbieden en niet de hogedruktent? WADA hanteert de regel dat wat op de dopinglijst staat doping is. De discussie daarover is nooit goed gevoerd. Cortisonen kwamen op de lijst omdat het IOC dat wilde. Je ziet het met meldonium. Als je de discussie uit de weg gaat, ben je knullig bezig. Dat kan nooit goed aflopen. WADA is vooral van naming and shaming.”

In WADA werken de sport en overheden samen. Nemen regeringen doping dan wel serieus?

„Niet bepaald. Ik heb minister Edith Schippers van Sport een brief geschreven over mijn kritiek op WADA. Er gaat jaarlijks 180.000 euro Nederlands belastinggeld naar een in mijn ogen nutteloze organisatie. Ik hoop dat ze iets met de brief doet. De brede onvrede over WADA culmineerde in 2013 in een vergadering van de sportbonden met het IOC. Ik was er bij, dus weet hoe het er toeging. Er bleef geen spaan heel van WADA, zo fel was de kritiek. Pound voelde nattigheid en heeft – uiteraard onder zijn voorzitterschap – een commissie ingesteld die de inefficiency van WADA moest onderzoeken. Hij kwam tot 90 aanbevelingen. Ik zou me doodschamen als er blijkbaar zoveel dingen fout zitten. Maar hij geeft iedereen de schuld behalve WADA. Velen hebben de schurft aan WADA, niemand doet iets. Daarom heb ik bij de Foundation Board, het hoogste gezagsorgaan van WADA, een klacht ingediend over het (dis)functioneren van de organisatie. Ga dubieuze zaken eens onderzoeken. Ik hoop dat er iets mee gedaan wordt, maar eerlijk gezegd reken ik er niet op.”

Zien velen uw strijd niet als persoonlijke rancune?

„Mogelijk, maar ik blijf het zeggen: WADA functioneert niet. In antidoping gaat jaarlijks een half miljard euro om en leverde tot voor kort 800 positieve gevallen op. Dat is minder dan één procent van het aantal testen, omgerekend 600.000 euro per geval. Dat wil zeggen dat we jarenlang zijn belazerd door sporters, bonden, landen en nationale dopingautoriteiten. We zitten in een situatie dat de sport wordt gewantrouwd. Dat vind ik heel ernstig. Hoe kan het met atletiek, de grootste sport op de Olympische Spelen, zo fout zijn gegaan? En WADA? Die stond erbij en keer ernaar. Daar zijn goedwillende sporters het slachtoffer van geworden. In Nederland is dat niet anders. Ik hoor directeur Herman Ram van de nationale dopingautoriteit maar klagen over gebrek aan geld. Hij kan maar 1.700 dopingcontroles uitvoeren. Over zo’n 60 sporten betekent dat dertig controles per sport per jaar. Zijn we dan serieus bezig?”

Wat is volgens u de oplossing?

„Een onafhankelijk agentschap aan WADA koppelen, dat zowel de controles uitvoert als de straffen afhandelt. Het geld dat de sportbonden aan antidoping uitgeven kunnen ze doorsluizen naar dat WADA-agentschap, waarvan de neutraliteit honderd procent gegarandeerd zal moeten worden. Ik ben er altijd voorstander van geweest dopingcontroles weg te halen bij de bonden. En zo’n instituut gaat er komen, heeft IOC-voorzitter Thomas Bach intussen al aangekondigd. WADA in zijn huidige vorm is in de strijd tegen doping niet langer de oplossing, maar het probleem.”