Vuil spel met schone handen

De nieuwe Porsche geeft de natuur weer even adem. Rest de vraag of de Porscherijder kan leven met downsizing, schrijft Bas van Putten.

De nieuwe Porsche 718 Boxster S bij Porsche Centre Rotterdam. In de auto vestigingsmanager Harrie van Ham. Foto Peter de Krom

Koopje, denk je, 86.000 euro voor een Porsche. Wacht even, dat is de basisprijs, en de offerte is tweezijdig. Op het achterblad staat het eindbedrag voor mijn 718 Boxster S: 115.678,06 euro. Er komt voor dertig mille aan opties bij die er al op en aan hoorden te zitten, maar die nog aan begeerlijkheid winnen met een aanvullende toegangsdrempel. Led-koplampen en een Porsche-embleem in de hoofdsteunen, het equivalent van de zegelring, Of een ‘rolbeugel in exterieurkleur’, douceurtje voor de spuiter die er gezien de oppervlakte weinig werk aan heeft gehad. Verder een ‘rijstrookwisselhulp’ die de Porsche-rijder waarschuwt tegen inhalen zonder richting aan te geven, techniek die het bij de doorsnee Porsche-bestuurder zwaar zal krijgen. Alles bijeengenomen is het stevig dokken voor een sportwagen met vier cilinders.

Wablief? Jawohl.

Die motor was een moetje. Porsche had hem nooit gebouwd als de atmosfeer die vuilnisbelt van ons genot had mogen blijven. Maar met de zescilinders van de open Boxster en zijn gesloten wapenbroeder Cayman maak je in milieukringen geen vrienden meer. De nieuwe, schonere viercilinder boxermotoren – naar keus een tweeliter met 300 pk en een 2.5 liter S met 350, allebei net als de nieuwste 911 voorzien van turbo’s – geven het merk en de natuur weer even adem. Porsche zet de tering naar de nering.

Herenleed

Sinds de introductie van de zescilinder 911 in 1964 hoefde het merk zelden water bij de wijn te doen. Dat er onder de modelnaam 912 destijds wel een viercilinder 911 kwam, was uitsluitend om het prijsverschil met de voorganger, de 356, niet te groot te maken. Toen de ‘Elfer’ zijn reputatie had gevestigd, was een echte Porsche die natte droom met zescilinder boxer.

Alleen in barre tijden bond Porsche in. De eerste viercilindergolf kwam in de nasleep van de oliecrisis met de 924 en later de 944, auto’s die nu serieus worden genomen, maar in hun tijd als bastaarden werden gezien. Golf twee rolt vanaf heden onder het gunstiger gesternte van een wereld die met downsizing heeft leren leven. Of dat ook voor de Porschegemeenschap geldt zullen de verkoopcijfers leren.

Porsche probeert het herenleed te verzachten door de techniek van de 718 Boxster, die naast de nieuwe motoren ook een facelift en een kengetal kreeg, als historisch erfgoed te verkopen. Het cijfer in de naam verwijst naar de viercilinder racewagens waarmee Porsche in de jaren vijftig en zestig diverse overwinningen behaalde. Goddank, die prestigevlek is weggewerkt.

Door naar pijnpunt twee: het geluid. Dat is voor de jongensclub misschien nog wel belangrijker dan de prestaties. Als het daarom ging mocht iedereen tevreden zijn. De vermogens van beide Boxster-modellen namen ten opzichte van hun voorgangers met 35 pk toe, de topsnelheden liggen met 275 en 285 kilometer per uur substantieel hoger. Wat een viercilinder opbreekt is zijn stigma dat hij in vergelijking met een zespitter naar natte krant klinkt, terwijl de man zijn speeltuigje wil horen brullen als de beul zijn slachtoffer. Scheuren is ook ritueel sadisme

Gelukkig hebben boxers met hun liggende cilinders van nature wel de gore reutel die ook sportievere Subaru’s sjeu geeft. Dat gifmengsel is door de ingenieurs van Porsche aangedikt met een nieuw uitlaatsysteem, dat de Boxster S laat rochelen als een tbc-patiënt in een Hollywooddrama.

Spaardrang

Turbomotoren lijden aan de onhebbelijkheid dat ze even nodig hebben om op stoom te komen. Porsche claimt dat treuzelmoment te hebben opgevangen met een reeks technische trucs die ook bij lage toerentallen de gasrespons verbeteren. Zo voelt het niet helemaal. Steeds wekt mijn S de door de stopwatch streng gelogenstrafte indruk een minieme aarzeling te moeten overwinnen. De tegen meerprijs leverbare PDK-automaat heeft de door spaardrang ingegeven neiging de akoestisch onweerstaanbare toerenklim met premature opschakelmomenten af te kappen. Om het leuk met hem te hebben moet je zelf schakelen met de flippers aan het stuur en de draaiknop van de ‘driving program switch’ doorklikken naar de stand S van Sport, S+ van Sport Plus of I van Individual. Dan kom je er snel achter hoe briljant luidruchtig Porsche het deficit van twee cilinders en een hoop cilinderinhoud heeft vereffend.

De 718 Boxster S is het meesterstuk gebleven dat hij was, maar de spontane omgangsvormen van de zescilinders zijn geschiedenis. Hij leert de Porsche-gemeente onromantisch virtuoos de les dat slimheid machtiger is dan karakter. Hij speelt vuil spel met schone handen; ik heb er 1 op 14 mee gereden.

Dat is pas écht brullen.