Verstrooid licht in bloemblad versterkt kleur van klaprozen

Foto Tammy van Nerum

Een veld vol klaprozen is zo perfect esthetisch, dat je vergeet dat het tafereel niet voor ons bedoeld is. Bijen zien de kleur rood niet eens, vertelt Casper van der Kooi, een Nederlandse bioloog die sinds kort in Lausanne werkt. Over de kleur van bloemen publiceerde hij woensdag in Proceedings B een artikel, dat voortkwam uit zijn Groningse promotie-onderzoek.

Van der Kooi vond met een groep natuurkundigen en biologen een wetmatigheid in de kleuren van klaprozen en andere bloemen: „Alle bloemen zijn ongeveer even fel van kleur”, vertelt hij. Dat is allerminst vanzelfsprekend. „Aan de binnenkant van bloembladen zie je heel veel verschillen.” In het soort pigment natuurlijk, maar ook dikte van het bloemblad en de plaatsing van de pigmenten lopen uiteen.

De Groningers beschouwen bloembladen als dunne lagen van gestapelde cellen, met optische eigenschappen waarmee te rekenen valt. De pigmenten in het bloemblad absorberen licht. Dat geeft kleur, maar een bloem kan niet eindeloos veel pigment maken. De cellen in het bloemblad zijn echter zo ingericht dat ze het licht verstrooien. Het verstrooide licht kaatst deels terug, valt nogmaals op het strategisch geplaatste pigment, en versterkt de kleur.

Veertig alledaagse bloemen maten de Groningers door, zoals klaproos, dotterbloem, komkommerkruid. „Bij alle bloemen wordt 20 tot 50 procent van het licht gereflecteerd.” Voor bloemen is het blijkbaar niet nodig, of onmogelijk, om al het zonlicht vast te houden. „Wij denken dat het niet nodig is. Bijen zullen bloemen niet beter waarnemen als de kleur nog feller is.”

En die rode klaproos? Die heeft voor een bij, net als voor ons, een onderscheidende tint. Wij kunnen ons die alleen niet voorstellen.