Column

Trui

In de laatste klas van de basisschool zat ik in de klas bij Noura en Arazou. Twee mooie meisjes die al bewonderenswaardige borsten hadden en een prachtig opgeruimd handschrift. Dat van Noura zie ik nog zo voor me. Mooie open letters, kaarsrechte streepjes door de t en met precisie neergezette puntjes.

Ikzelf had in een vrij vroeg stadium de hoop op een mooi handschrift al opgegeven en wist inmiddels indruk te maken met een chaotische vlekkenbende waar uitsluitend voor mijzelf en een eventuele vroege Egyptenaar, die het abnormaal hiëratisch meester is, nog iets in te herkennen was. Borsten had ik ook niet.

De dames droegen Benetton kleding. Truien vooral. Ik wist dit omdat het in koeienletters om hun buste gespannen te lezen stond. Ik wilde ook zo’n trui.

Nu was het niet bepaald mijn stijl om opgeruimd voor de dag te komen, maar daar lag geen keuze aan ten grondslag. Ik wilde dat ook graag. Toen ik mijn moeder warm probeerde te draaien voor een dergelijk type trui vroeg ze me wat zoiets moest kosten. „Honderd gulden.” „Voor één trui?” „Een Benettontrui, ja.”

Na wat hoongelach werd ik herinnerd aan mijn laconieke opstelling ten aanzien van mijn reeds opgebouwde garderobe. Die lag doorgaans op de grond. „Maar dat zijn geen Benettontruien”, wierp ik tegen. Ze wijdde zich nog nalachend aan het eten. Het was duidelijk, ik ging die trui niet krijgen. Ik moest ervoor werken. Nu liggen de banen voor elfjarigen niet voor het oprapen, maar streekkrantjes zijn zo in een bus geduwd of achtergelaten in een vuilnisbak, en op zaterdag stond ik op de markt gedroogde varkensoren te verkopen in een dierenwinkelstalletje. Het was dus niet veel later dat ik met honderd brandende guldens in mijn zak in de winkel een witte trui met marineblauwe strepen en grote rode letters die Benetton spelden aantrok. Perfect.

Mijn entree in de trui op school verliep vlekkeloos. Ik had net als Noura een losse knot in mijn haar en nadat de authenticiteit van de trui vakkundig gecheckt was middels het labeltje in de nek was bewondering mijn deel. Dictee. Mooi. Ik ging er eens recht voor zitten, stroopte mijn witte mouwen op en blies nonchalant een streng haar voor mijn ogen weg terwijl ik mijn vulpen over het vloeipapier haalde. Dit ging ik eens netjes doen.

Ik pende één, twee zinnen keurig neer en toen ging het te snel. De juf dicteerde lustig verder en mijn hand schakelde over op waar hij goed in was. Krabbelen. Aan het eind van het dictee haalde ik opgelucht adem. Ik had het gehaald. Om tot de sombere ontdekking te komen dat ik weer gewoon mezelf was. Een rommelig grietje in een dure witte trui vol inktvlekken.