Column

Supertanks

De mensen die de taal bedenken zijn over het algemeen twee keer zo jong als ik. Natuurlijk, er zijn ook mensen van veertig die wel eens iets nieuws introduceren. Mensen van zestig ook. Vaak zijn die ‘oudere’ nieuwe woorden echter rechtstreeks gelinkt aan concrete objecten of nuttige begrippen. Het woord ‘rollator’ is ooit bedacht, maar dat woord bestond pas toen het object er ook was.

Mensen van rond de twintig zijn in staat tot het verzinnen van nieuwe woorden, zonder dat die nuttig zijn. En: ze kunnen ze uitspreken zonder dat ze denken: wat doe ik nu gek.

De afgelopen week hoorde ik twee ‘jonge mensen’ (en als je het over jonge mensen gaat hebben, dan ben je oud) het volgende zeggen: ‘supertanks’. Als je het opschrijft ziet het eruit als een of ander nieuw wapentuig, een tank met extra veel bazooka’s aan boord ofzo. Maar als je het hoort weet je meteen: het is een expres Nederlands uitgesproken super-thanks.

Dit zijn mensen die de th-klank heus wel kunnen uitspreken. Maar misschien vinden ze dat net te bedacht-hip klinken. Alsof zij mensen zouden zijn die hun toevlucht tot het Engels zouden nemen. Maar ja, om nou weer ‘bedankt’ te gaan zeggen – dat gaat ook weer wat ver. Dus zeggen ze supertanks. (En sms-en ze tnx.)

Supertanks is het compromis tussen twee talen en moet de natte droom zijn van iedere man van boven de vijftig die bang is dat het Nederlands verdwijnt en zich daarom angstvallig vastklampt aan een linnen schoudertasje.

Ik hoorde over de wet van de navelpiercing. Als je die op je drieëntwintigste nog niet hebt, neem je hem waarschijnlijk ook niet meer. Hetzelfde zou gelden voor lidmaatschap van een politieke partij, een vakbond, een abonnement op een krant, een bezoek aan het Concertgebouw.

Ik denk dat taalvernieuwing ook te maken heeft met de navelpiercingwet. Blijkbaar is de geest van de drieëntwintigjarige nog flexibel genoeg om te denken: Laat ik een navelpiercing nemen. En weet je wat, ik ga ook bij een vakbond. En nu ik toch bezig ben: supertanks.