Sparen voor later: gewoon wat er overschiet

Banksparen Fiscaal sparen is een slimme aanvulling op het pensioen. Banksparen is goedkoop en eenvoudig. Tenminste: voor wie de discipline heeft om geld opzij te zetten.

Illustratie XF&M

Voor wie niet rekent op een vorstelijk bedrijfspensioen, is fiscaal sparen een goede aanvulling op het pensioeninkomen. Het grote voordeel: het bedrag dat je nu opzij zet, mag als aftrekpost worden opgevoerd. Pas bij de uitkering moet er inkomstenbelasting betaald worden, maar wel het lagere tarief dat na pensionering geldt.

Stel dat je nu 52 procent belasting betaalt en de jaarlijkse uitkering straks in het laagste belastingtarief van 18,65 procent valt. Daar komt nog een bijdrage aan de Zorgverzekeringswet bij van 5,5 procent, maar dat is nog altijd meer dan een halvering. Over het bedrag dat je spaart hoef je bovendien geen jaarlijkse vermogensbelasting van 1,2 procent (boven de vrijstelling van 24.437 euro) af te dragen.

Vroeger werd hiervan geprofiteerd door een koopsompolis of premiespaarpolis af te sluiten. Maar daar is geen enkele reden meer toe. Want hoewel je niet meer hoeft te vrezen voor een woekerpolis, zijn de kosten van deze producten nog altijd hoog. Een goedkoper en minstens zo aantrekkelijk alternatief is, sinds 2008, banksparen.

Merendeel kiest voor banksparen

Dankzij de eenvoudige en heldere opzet zijn de kosten veel lager. Rekent een verzekeraar per jaar ongeveer 2,5 procent premie over het gespaarde bedrag, een bankspaarproduct is er al voor 0,5 procent per jaar. Niet verwonderlijk dat de meeste fiscale spaarders voor de bancaire variant gaan. Precieze cijfers zijn er niet, maar experts schatten dat het om ongeveer 90 procent van de premiebetalingen gaat. Het gevolg is dat het aanbod aan verzekeringspolissen verschraalt.

Afgezien van de kosten zijn er nog een paar verschillen. Bij banksparen spreek je een vaste termijn af, vaak twintig jaar, waarover je de opgespaarde som na pensionering krijgt uitgekeerd. Bij een verzekering is dat ook mogelijk, maar je kunt ook kiezen voor een levenslange uitkering. Vind je dat toch wel een veilig idee, dan hoef je niet nu voor een verzekeringsproduct te kiezen. Het opgebouwde bedrag dat rond je pensionering vrijkomt, moet je op dat moment omzetten in een uitkering. Tegen die tijd kun je altijd nog voor een verzekeraar kiezen.

Ander belangrijk verschil is dat je bij banksparen geen vaste afspraken maakt over de hoogte van het bedrag dat je jaarlijks inlegt. Je kunt gewoon kijken wat er overschiet. Dat kan ook een nadeel zijn, waarschuwt financieel adviseur Leon Batenburg. „Je moet wel de discipline kunnen opbrengen om geld opzij te zetten.” Vertrouw je jezelf niet helemaal, regel dan een maandelijkse periodieke overboeking, is zijn advies.

Helemaal vrij ben je met de inleg nooit, aangezien de Belastingdienst de aftrek aan banden legt. Per jaar mag je maar een beperkt bedrag fiscaal sparen voor je pensioen. Leg je meer in, „dan ben je het haasje”, zegt Batenburg. Dat bedrag mag je dan niet meer aftrekken van de inkomstenbelasting, en je betaalt er bij de uitkering opnieuw belasting over.

Per ongeluk te veel gespaard

Hoeveel je fiscaal voor je pensioen mag sparen, bepaalt de fiscus elk jaar opnieuw. Die zogenoemde jaarruimte kun je zelf berekenen met een programmaatje op de site van de Belastingdienst. Stel dat je die jaarruimte over de afgelopen zeven jaar niet (volledig) hebt gebruikt, dan kun je een extra bedrag sparen – dat heet de reserveringsruimte. Heb je per ongeluk meer gespaard dan van de fiscus mag, dan kun je dat terughalen, tot vijf jaar terug. Belangrijk, want anders moet je er dus twee keer belasting over betalen.

Voor zzp’ers kan banksparen een uitkomst zijn, omdat zij geen bedrijfspensioen opbouwen. Een voorbeeld. Met een jaarwinst van 40.000 euro mag een zelfstandige 3.873 euro fiscaal sparen. Nu aftrekken en bij uitkering belasting afdragen, komt neer op een voordeel van ruim 12 procent, becijferde Batenburg.

Leuk, maar ook als zzp’er is het oppassen. Spaar je meer dan die 3.873 euro, dan betaal je over dat extra bedrag nu én na pensionering belasting. Daarnaast kun je je vergalopperen aan de extra reserveringsruimte. Als je in een jaar flink extra spaart omdat dat nu eenmaal van de fiscus mag, kan het gebeuren dat je niet genoeg belastbare winst meer hebt om het bedrag vanaf te trekken. Dan heb je er nu niks aan, terwijl je bij de uitkering alsnog belasting moet betalen. Als zzp’er kun je dus niet ongelimiteerd fiscaal sparen.

Toch sparen, ook al gaat het om kleine bedragen, raadt Batenburg aan. Zeker als je een jonge ondernemer bent die nog even door kan sparen. „Je bouwt toch wat op. Het alternatief is vaak dat je het uitgeeft.”