Column

Rechtspraak kan nog een heel stuk openbaarder

Onlangs had ik elf Russische rechtbankverslaggevers op bezoek, die op excursie in Straatsburg en Den Haag waren geweest. Ze wilden met Nederlandse collega’s ervaringen uitwisselen over pers en justitie. Vertrouwd terrein, dacht ik, waarop ‘wij’ niet slecht voor de dag zouden komen. Maar dat viel niet mee. De buitenlandse collega’s waren bezorgd teruggekeerd van een bezoek aan een Nederlands Gerechtshof.

Is het juist dat u geen vrije toegang heeft tot het gerechtsgebouw, werd gevraagd. Hen was namelijk uitgelegd dat persvertegenwoordigers bij de receptie van een Nederlands gerecht worden ‘opgehaald’ en naar de juiste rechtszaal begeleid. Dit om te voorkomen dat journalisten ‘zomaar’ zouden ronddwalen.

Haha, dacht ik nog, zo komen de misverstanden in de wereld. En ik begon aan een exposé over de toegang tot onze gerechten. Over de beveiligers, annex receptionisten in hun loges, bij wie je je moet melden. Die controleren of de zaak waar je voor komt wel op de rol staat, en waar je dan moet zijn. Daarna laten ze je fouilleren, scannen je tas, nemen je opvouwbare paraplu in beslag en sturen je door naar etage x of zaal y. Waar dan weer een bode zit, aan wie je opnieuw uitlegt waar je voor komt en vooral ook waaróm. En heeft u misschien een perskaart? Nee, openbaarheid in onze gerechtsgebouwen is uitentreuren geregeld.

Alleen, is dat ‘vrije toegang’? Mwah. Wie als journalist een van de elf rechtbanken in dit land binnen wil, de agenda met zaken en de uitspraken wil ontvangen, moet zich daarvoor bij ieder gerecht apart accrediteren en akkoord gaan met de ‘persrichtlijn’. ‘De Rechtspraak’ bestaat bij ons uit tenminste elf losse bureaucratieën. Dit stemde mijn Russische bezoek nog zorgelijker, zeker gezien de beperkte omvang van ons land.

En was het ook juist dat je in Nederlandse rechtszalen niet mag filmen en geen geluidsopnamen mag maken? Tsja, dat is waar. Daar dient apart toestemming voor te worden gevraagd. Die kan dus ook worden geweigerd. En is het juist dat ik als journalist in zo’n zelfbewuste rechtsstaat als Nederland géén toegang heb tot het dossier van de zaak? Ook dat moest ik beamen. Weliswaar is het niet onmogelijk om dossiers in handen te krijgen. Maar daarin is de journalistiek afhankelijk van de advocatuur, die daarin trouwens ook niet vrij is. De journalist moet het in beginsel hebben van wat er tijdens de zitting over de dossiers wordt verteld. Je kunt de dossiers wel zien liggen, maar aankomen, hó maar. Het bezoek keek elkaar bevreemd aan. Die dossiers daar gaat het juist om, die heb je toch echt nodig?!

Mijn elf nieuwe vrienden legden me vervolgens uit dat zij gerechtsgebouwen binnen lopen alsof het stadhuizen zijn. Dat niemand hen komt ‘begeleiden’, in hun tas kijkt of ze dwingt bij bodes of receptionisten belet te vragen. Beeld en geluid mogen altijd worden opgenomen en alle processtukken kunnen uiteraard worden geraadpleegd. Hoe kon je anders controleren of de rechtspraak niet corrupt is en de behandeling eerlijk verloopt?

Daarop hoorde ik mezelf bijna zeggen dat we ‘bij ons’ helemaal geen corrupte rechters hébben. Maar dat heb ik maar ingeslikt. Ik stond met 3- 0 achter en ben nog maar eens koffie gaan halen. Hi-trust society meets low- trust society. Ik denk namelijk inderdaad dat we geen corrupte rechters hebben. Wel rechters die rare dingen doen, maar die komen alleen in de krant als het opviel en iemand aan de bel trok. De rechtspraak ‘bij ons’ is net zo openbaar als de polikliniek in het ziekenhuis - de familie mag mee naar binnen, maar buitenstaanders alleen als ze het protocol volgen. Rechtbanken hier zijn schichtig met openbaarheid, zeer privacybewust en licht bevoogdend naar de pers.

Gerechten willen controle, orde, geen loslopende camera’s, geen rumoer, geen ‘licht en geluid’, geen meelezende journalisten of meeprocederende media. Uitspraken worden in de regel niet online gepubliceerd; als het wel gebeurt, dan anoniem. Aan de journalistiek de taak om die openbaarheid toch te realiseren.