Moeten economen stoppen met rekenen?

Ach man, de gemiddelde Brit moet er toch gek van worden: de tegenstrijdige berekeningen over de economische gevolgen van de Brexit, een vertrek van de Britten uit de Europese Unie. Volgens het ene instituut een ramp voor economie en portemonnee, volgens de andere eerder een klap, en volgens een volgende weer een zegen. NRC-correspondent Titia Ketelaar beschreef donderdag de Britse oorlog met cijfers in aanloop naar het referendum op 23 juni. Ik kreeg er plaatsvervangende schaamte van.

Om het nog verwarrender te maken: op zich geloofwaardige berekeningen van bijvoorbeeld de Britse minister van Financiën worden zwart gemaakt door ex-bewindslieden van het ministerie, berekeningen van de centrale bank door ex-bestuurders van de centrale bank. Ik stel me de gemiddelde burger voor, starend naar dit cijfergeweld op tv. Hij moet niet alleen in deze discussie afhaken en denken ‘die economische deskundologen zeggen maar wat’ maar ook in alle discussies hierna.

Dezelfde cijferoorlog zie je in de VS rond het handelsverdrag TPP dat president Obama sloot met Canada, Mexico, Australië, Peru, Chili, Japan, Vietnam, Brunei, Maleisië, Singapore en Nieuw-Zeeland. Het Congres moet het nog zegenen en ook daar zijn de cijfers tegenstrijdig. Het ene instituut berekent groei en banen, het andere krimp en werkloosheid. Volgens Harvard-econoom Dani Rodrik, bekend criticus van handelsverdragen, zijn beide studies ongeloofwaardig. Het zijn van die momenten dat je je schaamt dat je econoom bent. Studie A zegt dit, studie B dat en Econoom C zegt: ‘beide onzin’.

Vrijhandel was voor economen lange tijd de heilige graal, maar de liefde bekoelt

Het kan ook anders – als de berekeningen nog geen oververhitte politieke strijd zijn geworden. Het Centraal Planbureau besprak deze week de economische onderzoeken naar TTIP, het handelsverdrag dat nog moet worden uitonderhandeld tussen Europa en de VS. Alle onderzoeken zien positieve effecten, maar het CPB acht die met de meest gematigde voorspellingen het geloofwaardigst. „Na een zorgvuldige beoordeling van de studies concluderen we dat betrouwbare welvaartseffecten liggen tussen 0,2 en 2 procent stijging van het bruto binnenlands product (bbp).” Nou, zegt u het maar, bent u voor?

Het probleem met de berekeningen over een Brexit of TTIP is dat er per definitie aannames moeten worden gedaan. TTIP is er nog niet, dus je kan niet weten hoeveel handelsbarrières er worden weggenomen. Hetzelfde speelt bij een Brexit. Zal Europa veel of weinig handelsbarrières opwerpen voor de Britten? De meeste studies werken met scenario’s en komen dus met grote en kleine gevolgen van een Brexit. Logisch.

Maar er is nog een probleem. Handelsverdragen zouden wel eens een minder grote economische zegen kunnen blijken dan voorheen. Tussen de VS en Europa zijn de voor de hand liggende barrières al grotendeels geslecht: de importtarieven. Nu resten andere belemmeringen, zoals regels en standaarden. Het is al moeilijk om te berekenen hoeveel die belemmeringen bedrijven en de economie kosten, laat staan om te schatten met hoeveel ze in TTIP afnemen en wat dat dan weer betekent voor handel, groei en banen. Bovendien zijn volgens sommige economen voorgaande verdragen minder voordelig geweest dan gedacht, vooral voor werknemers. Handel was voor economen lang de heilige graal, maar de liefde bekoelt.

De richting is wat mij betreft wel vrij helder: een Brexit is niet goed voor de Britse economie, TTIP is waarschijnlijk wel goed voor Europa en de VS. Maar dat is slechts een richting, met veel mitsen en maren. Dus mocht u naar de tv kijken en cijfers horen: luister naar degene met de minst precieze getallen. Negeer de schreeuwerds.