Het is een zegen dat het voorbij is

Nu de tentoonstelling van Jeroen Bosch in mijn eigen stad Den Bosch afgelopen is, zie ik overal lijstjes voorbijkomen die nog eens moeten benadrukken hoe groot het succes was van deze expositie.

Maar naar mijn mening is het einde van de tentoonstelling niets minder dan een zegen voor de stad. Ik heb dan ook een geheel ander lijstje.

Mijn favoriete terras zat altijd vol en de lekkerste tosti van de stad is twee maal zo duur geworden en die heet nu tot overmaat van ramp de Jheronimus Bosch toasty. De beste cappuccino van de stad heeft plotseling teveel melk omdat de nieuwe, te grote mokken met een afbeelding van het Narrenschip anders maar voor de helft vol zitten. Een stel dronken Russen werd agressief toen ik ze niet kon vertellen waar het red light district zich bevond. Mijn familie uit Australië moest een paar nachten in een hotel in, godbetert, Oss overnachten omdat alles hier vol dan wel onbetaalbaar was. En alsof het allemaal al niet erg genoeg is, zijn ook nog eens twee zwalkende toeristen voor mijn Vespa gelopen. Waaronder een dikke Amerikaan die mij, spartelend en kermend, met een vet accent toeriep dat hij mijn ‘ass eraf ging sue-en’. Gelukkig kon ik snel ontkomen in een van de smalle steegjes die onze stad rijk is en heeft hij mijn kenteken niet meer kunnen noteren. Laten we God op onze blote knieën bidden dat het voorbij is. En natuurlijk, mijn expositie later dit jaar zal wederom voor reuring zorgen maar ik beloof plechtig dat ik en mijn medewerkers alles in het werk zullen stellen om het aantal buitenlandse bezoekers tot een minimum te beperken.