Ik ontdekte dat politiek een personality show is geworden

Jeb Bush Hij leek favoriet als Republikeinse presidentskandidaat. Maar toen Donald Trump hem verpletterde trok hij zich terug. Jeb Bush, 21 mei in Amsterdam, verbreekt nu de stilte. Een gesprek over beledigingen, de macht van de media en het einde van de politieke partij.

Jeb Bush: „Ik doe niet graag aan therapeutische analyses. Ik heb tenminste iets geprobeerd. Het is niet gelukt. Klaar.Move on.” Foto Cheryl Senter / NY Times / HH

Er moet een moment zijn geweest waarop Jeb Bush zich realiseerde dat hij geen president van de Verenigde Staten zou worden. Wat was dat beslissende moment? Een nederlaag? Een tv-debat? De zoveelste belediging door Donald Trump? „Ik houd niet van introspectie.”

Maar hij laat merken dat hij er wel een idee over heeft. Hij vertelt over het begin van zijn campagne, vorig jaar. Hij hield een van zijn eerste campagnebijeenkomsten, in Nevada. Een town hall, in een woonwijk voor ouderen, waar vijfhonderd mensen op afkwamen. De sfeer was uitgelaten. „Ik moest een praatje houden van tien minuten. Ik kwam nauwelijks aan het slot van mijn tekst toe, iedereen stond te trappelen om een vraag te stellen.”

Als eerste gaf hij het woord aan een oudere vrouw, die al vanaf het begin haar hand had opgestoken. „Wat vindt u van TTIP?”, vroeg ze. Een vraag over het aanstaande vrijhandelsverdrag tussen de EU en VS, wow, dat had Bush niet verwacht. „Vanwaar die plotselinge interesse voor vrijhandel? Ik begreep het niet. Ik antwoordde, naar waarheid, dat ik nog geen mening had. Instinctief ben ik voor vrijhandelsakkoorden, maar TTIP is nog niet uitonderhandeld.”

Bush speelt de scène na:

„‘Jawel hoor’, zei de vrouw. ‘TTIP is allang rond.’ De zaal applaudisseerde, ze waren op haar hand.

Partijen staan niet langer voor iets, maar worden een vehikel voor de ambities van hun leiders.

Ik: ‘Eeehhh, nee hoor. De gesprekken lopen nog.’

De vrouw: ‘Niet waar. Er is allang besloten dat wij onze soevereiniteit gaan inleveren.’ Weer applaus.”

Jeb Bush wist niet meer wat hij moest zeggen. Pas later, toen hij vaker dit soort gesprekken had gevoerd, begreep hij wat er was gebeurd. Het was zijn eerste kennismaking met een electoraat dat veranderd was sinds 2002, het jaar dat hij voor het laatst een politieke campagne had gevoerd. „Kiezers accepteren geen autoriteit meer, van politici, van media. Dat hebben die instituten zelf veroorzaakt. Campagne voeren in 2016, met kiezers praten, is heel anders dan vroeger. Je moet nu 3D-schaak spelen. Je moet ontdekken waar hun waarheid ligt, door wie ze zich laten voeden. Een gesprek over meningsverschillen is moeilijk, als je het al niet eens bent over de feiten.”

Op 20 februari maakte John Ellis Bush – ‘Jeb’ staat voor de beginletters van zijn naam – een einde aan zijn campagne. Vooraf gold hij als grote favoriet voor de Republikeinse presidentsnominatie. Maar Bush (1953) was als vierde geëindigd in South Carolina, hoewel hij zijn moeder Barbara en oudere broer George had ingezet. George W. Bush, president van 2001 tot 2009, is nog steeds populair in South Carolina, een staat met veel veteranen. Het hielp niets. Donald Trump had opnieuw alle concurrentie weggeblazen. Geëmotioneerd nam Bush afscheid, ging naar zijn woonplaats Miami, en trok zich terug uit het publieke leven. Hij gaf geen interviews, ging weer golfen, en pakte zijn oude leven van consultant op.

„Ik ben weer veel dichtbij huis, dat bevalt me prima”, zegt Bush. „Ik heb mijn leven van voor mijn kandidatuur weer opgepakt. Ik ben bezig mijn zakelijke carrière weer op te starten, samen met mijn zoon. Voordat de campagne begon was ik daar druk mee.”

Video van speech waarin hij zijn kandidatuur opgeeft:

Heeft deze episode u veranderd?

„Weet je, ik doe niet graag aan therapeutische analyses. Ik heb tenminste iets geprobeerd. Het is niet gelukt. Klaar. Move on.” Wegwerpgebaar. Volgend onderwerp.

Het kleine kantoor van Jeb Bush bevindt zich op de derde verdieping van een statig hotel in zijn woonplaats Coral Gables, een luxe randgemeente van Miami. De kamer staat vol met ingelijste foto’s, bijna alleen maar van zijn familie. Een portret van Abraham Lincoln hangt aan de muur. Ernaast is een vel papier opgeprikt, met een tekst uit Psalm 30, dat iets over zijn gemoedstoestand onthult: ‘Met tranen slapen we ’s avonds in. ’s Ochtends staan we juichend op.’

Nu doorbreekt Bush zijn stilzwijgen. De reden: volgende week zaterdag spreekt hij in Amsterdam op het symposium Democracy Today in the USA, georganiseerd door het Nexus Instituut. Het wordt zijn eerste publieke optreden sinds het eind van zijn presidentscampagne.

Jeb Bush leunt achterover. Hij is lang, 1 meter 92, en nog altijd net zo afgetraind als tijdens de campagne. Hij praat bijna een uur lang, met de lichte stemmingswisselingen die hij in de campagne ook vaak liet zien. Soms associeert hij vrijuit, en kan hij schateren om zijn invallen. Dan is hij kortaf, en kijkt hij je argwanend aan, alsof hij zich weer bewust is van zijn ongemakkelijke rol als publiek figuur.

Jeb is de Bush met het angst-gen, omschreef The Washington Post hem lang geleden, in 2003. „Hij is een verlegen man die lijkt voorbestemd om te lijden in het openbaar.” Die ongemakkelijke spanning tussen een publiek bestaan en zijn afgeschermde privéleven heeft altijd bij Jeb Bush gehoord. Hij was de kroonprins, voorbestemd de derde Bush in het Witte Huis te worden. Zoon van een president, broer van een president, gouverneur van de belangrijke swing state Florida.

Jeb Bush werd gouverneur, maar genoot nooit van de aandacht. In 2007 stopte hij, en koos voor een bestaan in de luwte. Toch stelde hij zich na lang aarzelen in juni vorig jaar kandidaat voor het presidentschap. Hij wilde geen Bush III zijn, zei hij tijdens zijn aankondigingstoespraak in Miami. „Niemand verdient deze baan vanwege zijn cv, partij of familieverhaal. Niemand is aan de beurt.”

Bij Saturday Night Live werden de debatoptredens van de verlegen Bush tegenover bullebak Trump belachelijk gemaakt:

Veel Republikeinse kiezers zagen hem vanaf het begin als een lid van de ‘partij-aristocratie’. Hij voerde daarom campagne als Jeb! – met uitroepteken, zonder Bush. Hij was de favoriet voor de Republikeinse nominatie, en beheerste één dag het nieuws.

Een dag later stelde Donald J. Trump zich in New York kandidaat.

Trump zag in Bush een ideale tegenpool. Een man van de gevestigde orde, te gematigd, te keurig. Low Energy, was de bijnaam die Trump voor Bush bedacht. En terwijl Trump aan een opmars begon, daalden de kansen voor Bush. Zijn optredens werden onhandiger, hij verkrampte. Trumps vloek werd een self-fulfilling prophecy.

Hoe verklaart u, nu de primaries achter de rug zijn, de opkomst van Trump?

„De levens van gewone mensen zijn verstoord door globalisering en snelle technologische vooruitgang. Ik vind het mooi, maar er zijn veel verliezers in die verandering. De Obama-jaren hebben tot economische onzekerheid en verdeeldheid geleid. En onze overheid stoelt nog op verouderde, twintigste-eeuwse ideeën. Dit alles is vruchtbare grond voor de creatie van Trump geweest.”

Bij uw vorige politieke campagne, in 2002, waren er nog geen sociale media. Was u wel voorbereid op een moderne campagne, en een ander electoraat?

„Napraten over tactiek interesseert me niet. Wel zag ik dat Trump volgens heel andere regels speelde dan ik. Hij kreeg die ruimte, de pers speelde het spel met hem mee. Hij kreeg vrij spel. The New York Times schatte dat hij voor twee miljard dollar aan gratis publiciteit kreeg. Ik heb veel geld opgehaald, 35 miljoen dollar, en mijn politieke steuncomité [‘Super PAC’, red.] nog veel meer. Maar daar kon ik niet tegenop. De media hadden er commercieel belang bij de boel op te rekken. Dat eerste tv-debat haalde 25 miljoen kijkers, 25 miljoen! Een campagne werkt nooit zoals je het vooraf inschat, en dit had ik zeker niet voorzien.”

U verwijt de media Trump geen weerwerk te hebben geboden; geldt dat niet ook voor uw partij?

„Ten eerste deden er zeventien kandidaten mee. Hij profiteerde van een versnipperd veld, en hoefde maar een kwart van de stemmen te halen voor winst. Er was geen eenheid.”

Waarom is er nooit een uitwisseling van ideeën ontstaan, een debat…

Hij onderbreekt: „De tv-debatten? Die waren een grap. Ze stelden vragen over Fantasy Football [een virtueel American football-spel, red.]. Of: ‘Kijk, hier is een filmpje waarin iemand zegt dat uw moeder legerlaarzen draagt [in de prostitutie werkt, red.], wat is uw reactie?’ Die debatten waren geen moment serieus. Entertainment.”

Ik doelde op een breder debat in de partij, over de koers voor de komende jaren. Waarom kwam dat nooit van de grond?

„We leven in het Twitter-tijdperk, alles moet in 140 tekens gezegd worden. Of Snapchat, waarin je negen seconden hebt. Ik maakte ook Snapchat-filmpjes, ik weet nu hoe dat werkt. Ik was helemaal getraind om daarop een beleidsdocument van twintig bladzijden in trefwoorden uit te leggen. Dan kreeg ik een vraag als: ‘Wat is uw mening over belastinghervormingen?’ Dan zei ik: ‘Geen vrijstellingen. Lage belastingen. Let Freedom Ring’. Haha! En dan maar hopen dat een paar nerds naar mijn website zouden gaan om alle plannen te lezen.”

Bush reikt naar het bureau achter hem. Hij pakt een dikke glossy. Het is Jebs Plan voor Amerika, zijn programma. „Dit is een dikker programma dan welke kandidaat ook de afgelopen dertig jaar heeft gemaakt. Zo wilde ik campagne voeren.” Hij bladert er doorheen: Islamitische Staat verslaan, belastingen verlagen, minder macht voor de federale overheid. „Maar het werkte niet. Alles moest kort. Niemand vond het relevant.”

Verraste u dat?

Hij denkt lang na. „Ik weet het niet.” Weer een stilte. „Kijk: zo ben ik. Ik wilde mezelf niet veranderen. Ik had vooraf gezegd: als ik meedoe, wil ik alleen campagne voeren als mogelijke president. En als president kun je jezelf geen luchtledig gebabbel veroorloven. Dat is de reden waarom het wantrouwen in politiek zo groot is. Politici zeggen van alles, maar maken dat niet waar. Zo wilde ik het niet doen.”

Was dat een inschattingsfout?

„Nee. Stel je eens voor wat voor slechte kandidaat ik was geweest als ik me anders had voorgedaan dan ik was.”

Het moment leek goed gekozen voor Jeb Bush. Na het verlies van Mitt Romney in 2012 had de Republikeinse Partij een diepgravende ‘autopsie’ van het eigen falen gemaakt. De partij had zich vervreemd van grote groepen kiezers, stelde de partijtop vast. Latino-kiezers, vrouwen, Afro-Amerikanen en jongeren waren ondervertegenwoordigd. De middelbare, witte mannen, het traditionele electoraat, waren een te kleine groep geworden. De partij moest vernieuwen, aantrekkelijker worden voor het nieuwe, diverse Amerika.

Bush was voorstander van partijvernieuwing. Hij is getrouwd met een van oorsprong Mexicaanse en spreekt vloeiend Spaans. Hij wilde het migratiestelsel hervormen. Het is onrealistisch dat elf miljoen illegalen de grens overgezet gaan worden, vindt hij. Het grootste deel van die groep zal altijd in de VS blijven; voor hen moet iets geregeld worden.

Bush: „Ik wilde grotere groepen aanspreken. Zorgen dat we als partij geen kiezers meer wegjagen. Mijn vader won de verkiezingen van 1988 met afstand. Hij kreeg 60 procent van de blanke kiezers achter zich. Vier jaar geleden kreeg Romney ook 60 procent van de blanke stem, en hij verlóór met 4 procentpunt. Het percentage blanke kiezers daalde in die tijd van 88 naar 72 procent. Nieuwe kiezers verliezen we in grote meerderheid.”

Toch houdt de partij zich niet aan de eigen analyse. De winnaar van de Republikeinse voorverkiezingen, Donald Trump, heeft maar de steun van 12 procent van de Latijns-Amerikaanse kiezers. Trump noemde Mexicanen moordenaars en verkrachters, en wil een muur bouwen aan de grens, op kosten van Mexico.

Een dag voor het gesprek met Bush twitterde Trump een foto van zichzelf met opgestoken duim achter een bord met een Taco Bowl. Het was Cinco de Mayo, een feestdag die de overwinning van Mexico op Frankrijk herdenkt. Trumps bijschrift: ‘I love the Hispanics!

Jeb Bush: „Wat Trump deed, het is zo ongevoelig. Ten eerste: niet alle latino’s zijn Mexicaan. Ten tweede: niet alle latino’s eten taco’s. Ten derde: een taco bowl is een Amerikaans gerecht. En in de vierde plaats: als je het legt naast alles wat hij eerder over latino’s heeft gezegd, is het een regelrechte belediging. Het is hetzelfde als achter een watermeloen gaan zitten, en zeggen: ik ben dol op Afro-Amerikanen!”

Hij schudt het hoofd. „This guy… Als het in november weer misgaat, hebben we dat aan onszelf te danken. We hebben mensen vervreemd van de partij.”

Als de belangen zo groot zijn, waarom ging dan niemand echt tegen Trump in?

„Ik heb vanaf het begin gezegd hoe ik over hem dacht. Maar niemand anders deed mee, dat verraste me. Lindsey Graham probeerde het, Rick Perry ook een klein beetje. Maar die kandidaten reageerden, omdat Trump hen aanviel. Hij richtte zich verder volledig op mij, had een megafoon, en kreeg alle gratis zendtijd die hij maar wilde. Niemand wilde meedoen, dat hadden ze wel moeten doen. Tenminste, als je net als ik gelooft dat de partij van Lincoln, Reagan en mijn vader het waard is om voor te vechten. Ze hadden iets moeten zeggen.”

Waren ze blij dat u het vuile werk opknapte?

„De rest vond het wel makkelijk, want ik werd vermorzeld door Trump. Hij noemde John McCain een loser, maakte grappen over een gehandicapte journalist, over latino’s, vrouwen. Ik kon dat niet laten passeren. Trump heeft miljoenen Twitter-volgers. Hij kan zeggen wat hij wil en iedereen luistert. De media zijn zijn spreekbuis geworden. En dan zeggen ze erna wat voor briljant politicus hij is, omdat hij iedereen kan beledigen en er ook nog mee wegkomt. Dat doen ze zelf! Niemand die zich afvroeg: was het wel gepast wat hij zei?”

Maar veel kritiek op Trump ging over stijl en fatsoen, niet over inhoudelijke verschillen. U zei: je kunt je niet naar het presidentschap beledigen.

„Is het een goed idee om grondwettelijke vrijheden van mensen af te pakken? Moeten we familieleden van vijandelijke strijders echt martelen? Moeten we af van de Geneefse Conventies? Is de NAVO echt irrelevant? Hij provoceert natuurlijk. Maar het is ook gevaarlijk. Zijn ideeën hadden besproken en weerlegd moeten worden. Dat is nooit gebeurd. Maar het lag ook aan Trump, die vlak na een uitspraak iets zei als: o, dat heb ik nooit gezegd. En dan ging het alweer over de volgende rel.”

foto Gabrielle Demczuk / NY Times

Campagnelocatie in februari dit jaar in South Carolina vlak voor Jeb Bush zich terugtrok. foto Gabrielle Demczuk / NY Times

Mediakritiek is een terugkerend thema bij Jeb Bush. Daarin lijkt hij op zijn vader en broer. Bush: „Als je de andere zestien kandidaten zou vragen naar de pers die we kregen, Marco [Rubio], Ted Cruz, wie dan ook, zou je hetzelfde antwoord horen. Je doet mee, je werkt hard. Maar de enige kans om bij Megyn Kelly te komen [een talkshow-host bij Fox News], was door te reageren op iets dat Trump had gezegd.”

Op een dag werd Jeb Bush voor de camera van CNN gesleept. Trump had hem weer eens voor rotte vis uitgemaakt. Bush mocht zeggen wat hij ervan vond. Bush: ,,Ik deed of ik van niets wist: ‘O ja? Wat zei hij dan?’ Zij: ‘Ik kan het niet zeggen, het is te aanstootgevend voor onze kijkers.’ Toen lachte ik en liep ik weg. Ik had mijn punt gemaakt over de rol van de media. Ze hebben het als een commercieel feest beschouwd. De baas van CBS zei: ‘Trump is niet goed voor Amerika, maar fantastisch voor CBS.’ Dames en heren van de jury, I rest my case.”

U leek vanaf het begin tegen beeldvorming te willen vechten: uw imago, uw achternaam. Het beeld dat u soft bent.

„Als je naar de feiten kijkt, was ik de conservatiefste kandidaat die meedeed. Maar mijn toon was anders. Ik geloof in vrijheid, en dat we de kwetsbaren moeten beschermen. Maar ik geloof niet in de verzorgingsstaat. Ik deed mijn best, maar je kunt mensen niet dwingen te luisteren. Ik wilde er niet te veel woorden aan vuilmaken, maar laten zien wat ik echt gedaan had. Mijn bestuurlijke ervaring bleek geen pre, maar een afknapper. Ik was deel van het establishment.”

En u bent een Bush. Was dat een last…

Fel: „Mijn achternaam een last? Welnee!”

Het leverde u problemen op. U droeg een hele familiegeschiedenis mee.

„Ja, het leidde ertoe dat mensen van mij een karikatuur konden maken. Dat was de context waarbinnen ik moest werken.”

Hoe moet het nu verder met uw partij?

„Als we weer relevant willen zijn, moeten goede ideeën ontstaan in een open debat. De partij was altijd het middelpunt van debat binnen de conservatieve beweging. Er waren verschillen, maar over de grote thema’s ontstond [in verkiezingstijd] overeenstemming. Kandidaten deden er alles aan om eenheid te creëren, en brede groepen kiezers aan te spreken. Wij zijn niet langer de partij die voor principes staat, of voor hervormingen pleit. Dat is gevaarlijk.”

Zijn politieke partijen nog wel een podium om die discussies te voeren?

„Dat vraag ik mezelf ook steeds af. Partijen staan niet langer voor iets, maar worden een vehikel voor de ambities van hun leiders. Politiek wordt een personality-show. Dit zijn tijden van grote onrust, en angstaanjagende statistieken: 63 procent van de Amerikanen heeft niet genoeg contant geld om een auto laten repareren. Amerika vergrijst. Ik wilde die problemen eerlijk onder ogen zien, en fouten herstellen. Trump zegt: ‘Wat? Welk probleem?’ Als kind las ik [striptijdschrift] Mad, met Alfred E. Neuman op de cover. Neumans lijfspreuk was ‘What, me worry?’ Zo denkt Trump ook.”

Dus partijen worden irrelevant?

„Minder relevant, zeker. Er is een ongekende groei van onafhankelijke kiezers. Mensen in Florida die zich als kiezer registreren, noemen zichzelf in grote meerderheid ‘Onafhankelijk’. Dat is overal in het land zo.”

Jeb Bush staat op. Zijn volgende bezoek wacht. Hij had gepleit, zegt hij in de deuropening, voor een Open Conventie in juli, zodat de partijtop daar orde op zaken kon stellen. Daarom steunde hij Ted Cruz. Maar ook Cruz is verdwenen, zodat het niet spannend meer wordt op de Conventie. Wat nu? Bush: „Ik kan niet op Hillary stemmen, en niet op Trump. Voor verkiezingen op lager niveau ga ik wel stemmen, daar doen goede mensen mee. Ik kan alleen stemmen op een conservatief die ik het presidentschap toevertrouw. En die is er nu niet.”

Alles weten over de Amerikaanse verkiezingen? Ga naar nrc.nl/amerika2016