Hoeden, hakken en heren

Het Engelse ‘Season’ begint: upperclass events zoals Royal Regatta, Royal Ascot en cricket op Lord’s, waar de massa nu ook op afkomt.

Ascot-beginnelingen strompelen aan het einde van de dag op blote voeten terug naar de trein. Foto's Martin Parr

De Engelse zomer begint niet op een meteorologische datum, noch als de temperatuur oploopt. De Engelse zomer begint met de Chelsea Flower Show. Want op het moment dat de koningin de bloemententoonstelling opent, is dat ook de traditionele start van het Season – een wervelwind aan evenementen die over de hele wereld bekend zijn, zoals Royal Ascot en Wimbledon.

Tot vlak na de Tweede Wereldoorlog waren ze bedoeld om meisjes uit de Engelse upper class aan een echtgenoot te helpen, een excuus om iedereen op dezelfde plek te krijgen – om de paardenrennen, de kunst of de bloemen, hoewel van wereldklasse, ging het zijdelings. Nu zijn het de pijlers van de zomer, met de typisch Engelse stoïcijnse acceptatie dat het zal gaan regenen als je net je picknickkleed uitspreidt.

En ze zijn toegankelijk voor iedereen.

De hoeden en kledingvoorschriften doen misschien anders vermoeden, maar eigenlijk is het Season het ultieme voorbeeld van sociale mobiliteit. Niet langer zijn de zomerse evenementen voorbehouden aan de upper class, maar ze zijn voor iedereen die een kaartje wil kopen. Of zelfs gratis – als je maar tijdig een plekje zoekt op The Hill, met uitzicht op de Derby, of in Henley een stukje oever claimt voor de Royal Regatta.

„Dat is het mooiste: alle evenementen hebben een chique oorsprong. Maar als je goed kijkt, is maar een klein deel van de bezoekers écht van gegoede komaf. Negentig procent van de aanwezigen is er gewoon om lol te hebben”, vertelt Sophie Campbell. Voor haar boek The Season ging ze alle evenementen af. „In de Edwardiaanse tijd zou een boel van hen niet zijn toegelaten.”

Het nieuwe publiek is joliger

De oude garde klaagt erover. „Zaterdag is niet echt”, schamperde een Lord vorig jaar op Ascot. Die dag werd vastgeplakt aan de oorspronkelijke vier, zodat werknemers geen dag vrij hoefden op te nemen. Je merkt het aan het publiek op de zaterdag: joliger, minder ons kent ons, eerder op Ascot voor een gezellig dagje uit dan voor de paardenrennen.

De balans luistert nauw. „In de metro wordt reclame gemaakt voor ‘typische upper class’-evenementen. Onderwijl wordt daarmee geprobeerd zo veel mogelijk bezoekers te trekken”, zegt Campbell.

Want alle evenementen zijn commerciëler geworden. Zonder zou het Season niet hebben overleefd. Noch zonder sponsoring. Op de Henley Royal Regatta na, hebben ze allemaal geldschieters. Sommigen subtiel, zoals op de Chelsea Flower Show waar de showtuinen zijn gesponsord, of op de Summer Exhibition van de Royal Academy, waar een avond voor donoren is. Anderen heten nu de Investec Derby of het Qatar Goodwood Festival. En zelfs Henley ontkomt niet aan wat bedrijfscultuur, al is de tent daarvoor aan de ‘verkeerde’ oever neergezet.

Kledingvoorschriften zijn nu nodig

Pas de laatste decennia zijn er daarom ook kledingvoorschriften. „Je kende iedereen, en iedereen wist hoe het hoorde. Hoe meer middle class bezoekers, des te meer uitleg er nodig was”, zegt Campbell. In de Royal Enclosure op Ascot geldt bijvoorbeeld dat er géén strapless jurken mogen worden gedragen, en rokken een ‘eerbare’ lengte moeten hebben. In de Grand Enclosure is er een verbod op blote middenriffen, en moeten mannen een das dragen. Op Henley dient in de Stewards’ Enclosure de rok zelfs onder de knie vallen, en zijn – voor vrouwen – broeken uit den boze. Voor mannen is – hoe warm het ook wordt – een jasje verplicht.

Campbell vertelt hoe ze het zelf „vreselijk verkeerd” had ingeschat voor het Royal Yacht Squadron Ball op Cowes. „Ik dacht: zeilers zijn van die sportieve types met rode konen, en koos voor een linnen jurk. ‘Te tennisclub’, oordeelde een vriend. Dat bal heeft de hoogste kledingstandaard van het hele Season.”

Maar dat geldt als je voor zo’n bal wordt uitgenodigd, of in die Enclosure terechtkomt. In alle andere gevallen is er geen kledingvoorschrift. Toch kleedt iedereen zich over het algemeen op zijn paasbest. Denk: zomerse bruiloft. En denk vooral aan gras en hakken. Ascot-beginnelingen strompelen aan het einde van de dag op blote voeten terug naar de trein.

Op Wimbledon hebben de spelers wel een kledingvoorschrift (wit), maar het publiek niet. Maar de tenniswedstrijd was als stedelijke sport altijd een buitenbeentje, de meeste zomerse evenementen vonden op het land van de aristocratie plaats. Vandaar dat een derde van het Season met paarden te maken heeft.

Ook nieuwere evenementen zijn op landgoederen. Operafestival Glyndebourne, in 1934 begonnen door John Christie en zijn echtgenote, soprano Audrey Mildmay, zette een trend. Het Wilderness-popfestival vindt bijvoorbeeld ook op een landgoed plaats.

Er is altijd een volgende enclosure

Het verschil tussen oud en nieuw is dat de oude evenementen een koninklijk tintje hebben. Henley (sinds 1839) en de Chelsea Flower Show (1913) hebben koningin Elizabeth als beschermvrouwe. Ze mistte sinds 1952 slechts twaalf keer de opening van de laatste. Guards Polo Club werd door echtgenoot prins Philip in 1955 opgericht. En op Ascot (1711) beginnen de rennen pas nadat de koningin om twee uur in haar landauer is aangekomen.

Eerst rijdt ze langs de Silver Ring, dan langs de Grand Enclosure, dan de Royal Enclosure en haar eigen box. In volgorde van hiërarchie.

Want alle evenementen mogen dan voor iedereen toegankelijk zijn, er is altijd een volgende tree, een volgende enclosure, een afgeschermd gebied waarvoor een ander soort kaartje nodig is. Waarbij het volgens Campbell „essentieel [is] dat anderen naar binnen kunnen kijken, zodat ze zich realiseren wat ze precies missen.” En dus streven naar.

Na het zeilen bij Cowes is het Season over. Op 12 augustus, de ‘Glorious Twelfth’, trok men oorspronkelijk naar Schotland om op korhoenders te jagen. Tegenwoordig zijn er Europese festivals, vakanties. Broeierig Londen raakt leeg – overgelaten aan de toeristen.