Hoe principiële posities toch vloeibaar worden

En wéér eist het Internationale Monetaire Fonds dat eurolanden de Griekse schuld deels kwijtschelden.

download (1)
Zo niet, zegt het IMF, dan drukt er zo’n zware last op de Griekse economie dat die de komende jaren blijft kwakkelen. In dat geval mag het Fonds, volgens zijn huisregels, geen leningen meer geven. Net als bij Oekraïne heeft het die huisregels voor Griekenland intussen een paar keer flink omgebogen. Daar is intern kritiek op. Ditmaal wil het voet bij stuk houden: schuldenreductie, anders geen IMF meer in Griekenland.

En wéér verzet Duitsland zich. Ook uit principe. Schuldenreductie, zeggen ze op het Berlijnse ministerie van Financiën, is een cadeautje voor een land dat alleen hervormt en bezuinigt met het mes op de keel. Moral hazard, een premie op risicovol gedrag, heet dat. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten, vindt Duitsland.

Twee onverzoenlijke posities, zo lijkt het. Maar toen de euro-ellende met Griekenland begon, was het juist Duitsland dat er op stónd om het IMF erbij te halen.

Eind 2009 bleek dat Griekenland een torenhoog begrotingstekort had. Bondskanselier Merkel zei eerst dat het land zichzelf maar moest redden. Toen legden experts haar uit dat Duitse banken veel Griekse schuld in huis hadden. En dat die banken, als Griekenland failliet zou gaan, om zouden vallen. Ook Franse en Nederlandse banken hadden de Griekse staat fikse bedragen geleend. Met zijn allen konden die banken de hele eurozone de afgrond intrekken.

Europese banken met veel spaargeld, vooral uit het noorden, hadden Griekse staatsobligaties lang als veilige belegging gezien – zeker na de kredietcrisis in de VS in 2007-2008, waarin zij bijna allen geld hadden verloren. Merkel kreeg klemmend advies: leen Griekenland geld, anders loopt de eurozone gevaar.

Toen DSK werd gearresteerd wegens aanranding, riep Merkel: „Ja maar, wij hebben hem nodig!”

Daarop wilde Merkel, die niet het verwijt wilde krijgen dat Duitsland Europa opnieuw om zeep zou helpen, weten hoeveel geld Griekenland nodig had. De Grieken noemden een bedrag. Toen vroeg ze het de Europese Commissie, die de financiële huishouding van de lidstaten bijhoudt. Die gaf een ander bedrag. En de Europese Centrale Bank in Frankfurt gaf er nog een. Zo zat een geïrriteerde Merkel met drie schattingen. Zij is een wetenschapper en wil afgewogen beslissingen nemen. Dus vroeg ze het aan Dominique Strauss-Kahn, toen nog baas van het IMF.

Foto Eric Piermont/AFP

Foto Eric Piermont/AFP

Strauss-Kahn had ideeën over de crisis. Bovendien wilde hij president van Frankrijk worden. Een rol als ‘reddende engel’ van de eurozone kwam hem goed uit. Hij nam Merkel – financieel ongeschoold, zoals bijna alle Europese regeringsleiders – bij de hand en overtuigde haar dat zíjn schatting als enige apolitiek en accuraat was.

Waarop Merkel eiste dat het IMF, als ‘onafhankelijk’ buitenstaander, dan zou meebetalen aan de leningen in ruil voor een stem in de troika. Zo geschiedde. De Bondsdag, die elke tranche moet goedkeuren, stelt het trouwens ook als voorwaarde.

In mei 2011 werd ‘DSK’ op weg naar Merkel gearresteerd. Toen ze hoorde dat hij ervan werd beticht een kamermeisje te hebben aangerand, zou ze hebben geroepen: „Ja maar, wij hebben hem nodig!” Met Christine Lagarde, DSK’s opvolgster, heeft Merkel een goede relatie. Ze begrijpen elkaars standpunten, ook als ze botsen.

Daarom blijven ze zoeken naar een manier om het IMF min of meer aan boord te houden. Iedereen geeft wat en neemt wat, verpakt in een elegant perscommuniqué. Zo gaat dat, onder ons, in Europa. Principes zijn belangrijk maar onderschat het persoonlijke niet.