Geheel bewolkt en toch zon – rara hoe kan dat?

Campbell-Stokes zonneschijnmeter in gebruik. De glazen bol brandt een spoor in een papierstrook. Foto Wikipedia

Meer dan 20.000 mensen kwamen naar de Dam voor de dodenherdenking en ruim 5 miljoen mensen volgden de herdenkingen thuis achter de televisie, 863.000 bij RTL4 en 4,3 miljoen bij de NOS, dat laatste was 0,5 miljoen minder dan in 2015 toen het 4,8 miljoen was. Het record uit 2013 (5,2 miljoen) wordt niet meer gehaald. Maar op 5 mei bezochten meer dan een miljoen mensen de 14 bevrijdingsfestivals, dat verbeterde het oude record van 950.000. Het Hemelvaartsweekend waarin Moederdag en Hemelvaart als het ware samensmolten was het drukste weekend op de weg sinds 2011.

Er was waarachtig geen gebrek aan nieuws bij het begin van deze meimaand, de site nu.nl kon het nauwelijks verwerken. En dan het weer nog: 5 mei ‘wordt mogelijk zonnigste ooit’, berichtte men tijdig onder een foto van wild bewegende jongeren-met-zonnebril. Twee dagen later was de eerste zomerse dag een feit. Denk aan de smartphone-vingeraar die dit allemaal over zich heen krijgt en nog moet sturen ook.

De spannende weerbijzonderheden van nu.nl komen tegenwoordig vaak van Weerplaza dat ze afleidt uit KNMI-gegevens en al doende bijvoorbeeld BBQ-weer kan voorspellen of ontdekt dat moederdagen ‘vaak zonnig’ zijn. „Genieten dus!”

Moederdagen ‘vaak zonnig’? De laatste 10 jaar hadden we 4 moederdagen met minder dan 4,5 uur zonneschijn en 2 zelfs met minder dan een 0,5 uur zon. Dat blijkt uit de ‘daggegevens’ die het KNMI op internet zet. Daar vind je ook dat het helemaal niet bijzonder is als het op 7 mei zomers is, dus als het in De Bilt warmer wordt dan 25 graden. In 2006, 2007, 2008, 2010 en 2011 viel de eerste zomerse dag net zo vroeg of veel vroeger.

AW checkt! Beleefden we de zonnigste bevrijdingsdag in zeventig jaar? Weerplaza wist het zeker en alle media namen het over. Maar op 6 mei meldde het KNMI in zijn daggegevens koeltjes dat er op 5 mei maar 13,8 uur zonneschijn was geweest, overeenkomend met een relatieve zonneschijnduur van 91 procent (want op 5 mei staat de zon 15,1 uur boven de horizon). Nondeju: in 2000 en 2008 hadden we 14,0 uur zonneschijn, dus 93 procent relatief. Niks geen record.

Wat ging hier mis? Michiel Severin van Weerplaza weet het ook niet. „Uit de 10-minutendata van het KNMI kwam een zonurentotaal van meer dan 14 uur naar voren. Maar een dag later maakt het instituut er opeens 13,8 uur van. Toch heb ik kunnen vaststellen dat de zon van opkomst tot ondergang scheen. Het KNMI gaat de metingen nog valideren, dus het getal kan nog veranderen.”

Maar het KNMI verandert niets want de validatie had al plaats gevonden. Het is en blijft 13,8 uur en dus minder dan in 2000 en 2008. En om het nog wat erger te maken noteert het instituut in zijn daggegevens dat het op 5 mei ‘geheel bewolkt’ was. In De Bilt kan dat: geheel bewolkt en toch zon.

Meteoroloog Rob Sluijter heeft het uitgelegd. Vroeger, dat is vóór 1992, mat het KNMI het aantal uren zonneschijn met een Campbell-Stokes zonneschijnmeter. Dat is een glazen bol, zoals hier op de foto, met een papieren registratiestrook in het brandpunt, of liever gezegd: in de verschuivende brandpunten. Als de zon schijnt brandt die een gat in de papierstrook, aan het eind van de dag neem je de strook los en meet je de lengte van het brandspoor. Simple comme bonjour.

Er is meer dan honderd jaar met de bol gewerkt, want hij voldeed redelijk. Voor een klassieke meteoroloog is er pas sprake van zonneschijn als de zon ‘schaduw trekt’, en zodra dat gebeurt brandt de bol ook meestal een gat in de CS-papierstrook. De WMO, de VN-organisatie voor meteorologie, definieert zonneschijn als een straling van meer dan 120 watt per m2 en veel CS-recorders beginnen inderdaad bij die straling een spoor te branden. Bedenk ook: in de korte periode na zonsopgang en voor zonsondergang werpt de zon geen schaduw en brandt zij geen spoor. Toch is zij ‘op’. Een relatieve zonneschijnduur van 100 procent bestaat dus niet.

In de praktijk had de CS-meting bezwaren. Het aflezen en uitmeten van de papierstook was erg subjectief, de bol had soms last van dauw of rijp en moest dagelijks worden schoongepoetst. In 1992 werden automatisch registrerende ‘globale stralingsmeters’ in gebruik genomen. Zulke ‘pyranometers’ zijn in feite warmtegevoelige sensors onder een dubbele glazen stolp die de straling van heel het hemelgewelf meten, zelfs als de zon al onder is. Alleen met een gecompliceerd rekenmodel kan hun signaal worden omgezet naar de vertrouwde CS-metingen. Op zijn minst is daar kennis van de zonshoogte en inzicht in de troebelheid van de atmosfeer voor nodig. Daarom neemt de validatie van de stralingsmetingen enige tijd.

Maar ‘geheel bewolkt’ en toch zon? Sluijter geeft toe dat hier nog een onopgelost probleem ligt. „Wij hebben apparatuur die uiterst dunne sluierbewolking kan herkennen en zulke onzichtbare bewolking hing er inderdaad op 5 mei. Het was ècht geheel bewolkt, maar nauwelijks zichtbaar. We gaan dat binnenkort anders in de daggegevens verwerken, want nu begrijpt niemand dat.”

Het laatste nieuws komt van Weeronline: het wordt de koudste Eerste Pinksterdag sinds 2001. Houdt het lichaam in beweging!