Commentaar

Delen is goed, maar maak van woonwijk geen hotelwijk

Wat nog maar acht jaar geleden begon als een hip en alternatief woningdeelbedrijfje in San Francisco is uitgegroeid tot een wereldwijde miljardenindustrie. De kortstondige verhuur van woningen heeft een enorme vlucht genomen, en laat zijn sporen na in toeristensteden – ook in Amsterdam. Zo snel en overrompelend is de opmars dat de waarde van Airbnb, de eerste en bekendste partij op deze markt, inmiddels wordt geschat op 24 miljard dollar, zo'n 21 miljard euro.

Kennelijk bracht het bedrijf een enorme latente vraag en al even groot latent aanbod aan het licht: toeristen die goedkoper en vaak authentieker wilden verblijven in de stad van hun keuze, en woningbezitters die hun huis best af en toe wilden verhuren .

Een explosie van overnachtingen is het resultaat. De gevolgen daarvan zijn in beginsel gunstig. Huiseigenaren kunnen wat bijverdienen aan hun woning, en bezoekers zijn goedkoper uit. Maar op sommige plaatsen lijkt het concept van Airbnb, en dat van concurrenten als Wimdu, zijn grenzen te hebben bereikt of misschien al overschreden.

Steden als Parijs, Barcelona, Berlijn en Amsterdam hebben te kennen gegeven de schok van het toegenomen toerisme nauwelijks aan te kunnen. Amsterdam kende in 2008 nog rond 8 miljoen overnachtingen van toeristen, vorig jaar waren het er al bijna 13 miljoen. En de trend is stijgend.

Die toename ligt overigens niet alleen aan de golf van woningverhuur die bedrijven als Airbnb hebben veroorzaakt. Amsterdam heeft een actief wervingsbeleid gevoerd voor toeristen. De prijzen van vliegtickets zijn dermate gekelderd dat de financiële drempel voor stedenvakanties, vrijgezellenfeesten of andere korte bezoeken sterk is verlaagd. Maar al die reizigers moesten dan ook wel goedkoop kunnen verblijven.

Zo is er een ‘perfecte storm’ van toerisme ontstaan. In Amsterdam kunnen de gevolgen groot zijn. Snel stijgende huizenprijzen en een afname van de effectieve woningvoorraad. Het opdrogen van de studentenpopulatie, die zo vitaal is voor een grote stad. Een verminderde leefbaarheid in buurten. En een teruglopende tolerantie en gastvrijheid ten opzichte van bezoekers.

Van het oorspronkelijke idee achter Airbnb is vaak weinig meer over. Van een ‘deeleconomie’ is al lang geen sprake meer – als dat ooit al het geval was. De term ‘collectief egoïsme’ past beter. Steeds meer huizen zijn, op korte-termijnovernachtingen ingericht of aangeschaft.

In verschillende Europese steden wordt het gebruik van Airbnb en haar concurrenten inmiddels aan banden gelegd of worden daar plannen toe gemaakt. Een maximale duur van verhuur is daar onderdeel van, evenals een maximale groepsgrootte of veiligheidsmaatregelen waartoe reguliere hotels al sinds jaar en dag verplicht zijn. Of enkel de verhuur van het huis waarin men daadwerkelijk woont, om te voorkomen dat woonwijken deels veranderen in informele hotelwijken.

Zoals vaker verwelkomen de autoriteiten wel de zegeningen van een vrijere markt, maar negeren zij de kosten: vrijheid vergt toezicht, en de kosten daarvan worden steevast onderschat of weggewuifd tot het te laat is – zie de financiële sector. Zonder effectief toezichtapparaat helpen wetten en regels nauwelijks.

Mag de woningbezitter dan niet doen met zijn eigendom wat hem behaagt? Zeker. Maar gedrag dat individueel rationeel en onschadelijk is, kan collectief onvoorziene en onwenselijke gevolgen hebben. En de vrijheid van de één wordt nu eenmaal begrensd door de vrijheid van de ander.