Opinie

Compenseer slachtoffers steenkolen, niet Essent

Compensatie voor gesloten kolencentrales is onzin, schrijven Jan Gruiters en Sylvia Borren. Laat energiebedrijven liever betalen.

Sinds enkele maanden lijkt een Nederland zonder kolencentrales binnen handbereik. Zo kondigde het kabinet onlangs het voornemen aan om, naar aanleiding van het Parijse klimaatakkoord en de klimaatzaak van Urgenda, nog eens twee kolencentrales te sluiten. Op donderdag 19 mei debatteert de Tweede Kamer over de uitkomsten en gevolgen van het klimaatakkoord voor Nederland.

De energiebedrijven geven zich echter niet zomaar gewonnen. E.ON/Uniper en Engie hebben al gedreigd met miljardenclaims als hun nieuwe kolencentrales dicht moeten. RWE/Essent eist zelfs subsidie van de overheid voor het openhouden van hun gloednieuwe, verliesgevende kolencentrale. De grootste van Europa.

Waarom zouden deze energiebedrijven gecompenseerd moeten worden? Tegen beter weten in hebben ze jarenlang geïnvesteerd in nieuwe fossiele energiecentrales. Terwijl de omslag naar duurzame energie al lang gaande was en de overheid verregaand klimaatbeleid aankondigde. Nu de klimaatwaarheid hen heeft ingehaald, willen ze compensatie.

Op deze manier maken de energiebedrijven er een cynisch spel van, aangezien ze zelf nog een hoge historische rekening moeten voldoen. Weinig grondstoffen zijn namelijk zo vernietigend voor mens en milieu als steenkolen. Luchtvervuiling, waterschaarste, ontheemding, aantasting van ecosystemen en last but not least de verwoestende gevolgen van klimaatverandering. Onderzoek van de Universiteit van Harvard schatte de verborgen kosten van steenkool op ‘een derde tot meer dan een half miljard dollar per jaar’, voor de VS alleen.

De huidige klimaatcrisis is voor een groot deel te danken aan het verstoken van kolen. Twee eeuwen lang is er zoveel CO2 de lucht in geblazen dat onze aarde gevaarlijk opwarmt. Reden genoeg voor een boer uit Peru om een rechtszaak te beginnen tegen RWE, het moederbedrijf van Essent. Door de opwarming smelt de gletsjer waarvan deze boer afhankelijk is voor irrigatie van zijn land. Als grote uitstoter van CO2 is RWE hier deels verantwoordelijk voor en daarom wil deze boer schadevergoeding. De zaak loopt nog en wordt internationaal op de voet gevolgd door juristen.

Naast de impact op het klimaat zitten de verborgen kosten van kolen ook in luchtverontreiniging. Bij het verbranden van kolen komen naast CO2 ook stikstofdioxide, zwaveldioxide, kwik en fijnstof vrij. Met miljoenen slachtoffers tot gevolg. In Nederland overlijden er jaarlijks 83 mensen voortijdig aan de gevolgen van luchtverontreiniging door kolencentrales en worden er 19.000 ziektedagen opgenomen.

Het winnen van steenkolen heeft ook een grote impact op de zoetwatervoorraden in de wereld, die al sterk onder druk staan. De vijf overgebleven kolencentrales in Nederland importeren 7,5 miljoen ton steenkool per jaar. Voor het winnen daarvan is in de landen van herkomst zo’n 3,75 miljoen m3 zoetwater nodig. Hiermee verbruiken deze centrales twee keer zoveel zoetwater als alle Nederlanders bij elkaar. Dit kostbare water is niet meer duurzaam beschikbaar voor menselijke consumptie of landbouw.

Voor het vervoeren van steenkolen zijn schepen en havens nodig. In Australië wordt een vaargeul voor kolenschepen aangelegd, dwars door het Great Barrier Reef. Los van de schade van de aanleg zelf is één ongeluk met een kolenschip voldoende om een groot deel van dit rif voorgoed te verwoesten. Ook dichterbij huis speelt dit. In de Waddenzee wordt een vaargeul voor kolenschepen verder verdiept om kolen te leveren aan de nieuwe centrale van Essent. Het tast dit beschermde natuurgebied aan.

Maar er zijn meer verborgen kosten. In het Colombiaanse mijnbouwgebied Cesar, waar Nederlandse energiebedrijven het grootste deel van hun kolen vandaan halen, is de prijs die de lokale bevolking betaalt wel heel hoog. Rondom deze mijnen zijn tussen 1996 en 2006 meer dan 3100 mensen vermoord en 55.000 mensen van hun land verdreven door paramilitairen. Voormalig commandanten van deze groepen hebben onder ede verklaard dat ze samenwerkten met mijnbouwbedrijven Drummond en Prodeco/Glencore en door hen zijn betaald. De slachtoffers wachten nog steeds op erkenning en compensatie en worden nog steeds bedreigd. Toch blijven Nederlandse energiebedrijven bloedkolen importeren en blijven zo profiteren van mensenrechtenschendingen. Ondanks het uitblijven van resultaten voor slachtoffers weigeren de energiebedrijven de druk op de mijnbouwbedrijven op te voeren door tenminste een tijdelijke importstop af te kondigen.

Energiebedrijven hebben met hun kolencentrales decennialang zo veel winst gemaakt, doordat ze nooit hoefden te betalen voor de schade aan het milieu en het menselijk leed. In plaats van ze nu te compenseren voor hun slechte keuzes, is het hoog tijd dat ze zelf opdraaien voor de verborgen kosten in hun ketens.