Baby? Dat gaat niet meer gebeuren

Er zijn zoveel manieren om zwanger te raken, dat mensen die toch ongewild kinderloos blijven schuld en schaamte kunnen ervaren.

Ilonka Marchelinus: „Ik ben een onzichtbare moeder, een moeder zonder geboren kind.” Foto Roger Cremers

Op haar verjaardag ging Ilonka Marchelinus naar de vruchtbaarheidskliniek. Het was alweer haar tweede second opinion, maar de eerste keer dat een dokter het zo onverbloemd zei: „Het gaat niet meer gebeuren. De kans dat jij nog zwanger wordt, is hooguit 2 procent.” Het drong voor het eerst echt door dat zij verder zou leven zonder kinderen. Dat Ilonka die dag 43 werd, is een belangrijke toevalligheid. Vanaf die leeftijd worden vruchtbaarheidsonderhandelingen zoals ivf niet meer vergoed.

In Nederland blijft twintig procent van de stellen kinderloos. Voor bijna de helft daarvan is dat ongewenst. Therapeut Liesbeth de Wit (49) begeleidt mensen bij het omgaan met een onvervulde kinderwens. Ze ziet in haar praktijk dat het „gevoelens van schuld en schaamte” kan oproepen als kinderen niet zo gemakkelijk komen. Maandag wordt tijdens De Wereld Draait Door de documentaire De OK-vrouw uitgezonden, over de worsteling van actrice Halina Reijn met kinderloosheid.

Het percentage mensen zonder kinderen – gewenst en ongewenst – is sinds de Tweede Wereld Oorlog alleen maar toegenomen. Een veelgenoemde oorzaak is dat het krijgen van kinderen langer wordt uitgesteld terwijl de vruchtbaarheid met het klimmen der jaren afneemt. De gemiddelde leeftijd van een vrouw als het eerste kind wordt geboren, steeg volgens het Centraal Bureau voor Statistiek van 24 jaar in 1970 naar bijna 30 in 2013.

De Wit herkent dat beeld deels, maar ziet de bewustwording over de rol van leeftijd bij vruchtbaarheid ook toenemen. „Een cliënt vertelde pas dat zij is opgegroeid met de slogan: ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’. In de loop der jaren is daar een andere slogan voor in de plaats gekomen: ‘Een slimme meid krijgt haar kind op tijd’. Alsof de spelregels ineens veranderd zijn.”

Te kieskeurig

Ilonka Marchelinus, nu 45, was vrijgezel toen ze op haar verjaardag van de dokter hoorde dat haar kans om zwanger te worden nihil is. Vanaf haar dertigste waren er wel mannen in haar leven, maar had ze geen vaste relaties, er was niemand met wie ze een kind op de wereld wilde zetten. „Je bent vast te kieskeurig”, heeft ze vaak van mensen gehoord. Het komt wel, dacht ze steeds, maar dat gebeurde niet. Domme pech, vindt ze zelf. En toen was ze 41. Het verlangen naar een kind was zo groot gegroeid, dat ze op zoek ging naar een donor. Twee jaar lang probeerde ze zwanger te worden en stond haar leven in het teken van haar ongeboren kind. „Ik zag op echo’s al dat ik niet zoveel eitjes had. En ik snapte natuurlijk wel wat dat betekende. Maar het was moeilijk te accepteren dat de natuur voor mij heeft besloten dat het niet lukt.”

De manier waarop we vruchtbaarheid beschouwen, heeft iets weg van de manier waarop we omgaan met kanker, zegt Liesbeth de Wit. „Alsof het iets is wat je zelf in de hand hebt, een strijd je kunt winnen of verliezen.” In de jaren zestig werd de eerste ‘reageerbuisbaby’ geboren en sindsdien zijn er veel mogelijkheden bijgekomen: je kunt zaad uit de bijbal halen, je kunt eicellen invriezen, je hebt eiceldonatie, je kunt kiezen voor het draagmoederschap. „Als het niet lukt met alle mogelijkheden die er zijn stelt de buitenwereld vervolgens – impliciet of expliciet – de vraag of je het wel hard genoeg wilt.” Halina Reijn schreef in haar column in de Vlaamse krant De Morgen: „Niet eerder raakte ik zo doordrongen van het feit dat iedereen om mij heen die niet kampt met hetzelfde probleem van ongewild kinder- en partnerloos zijn, denkt dat ik mijn situatie over mezelf heb afgeroepen.”

In het debat over ongewenste kinderloosheid klinken maar weinig mannenstemmen. Dat wil niet zeggen dat het voor hen een kleiner probleem is, weet De Wit uit haar praktijk. „Het is cliché, maar zij zoeken minder vaak hulp dan vrouwen.” Ze ziet veel ongevoeligheid als er over de vruchtbaarheid van mannen gesproken wordt. „Jij hebt superzaad”, zei Giel Beelen laatst op de radio tegen een man die voor de vijfde keer vader zou worden. „Je hoort veel van dat soort stoere praat. Alsof het een prestatie is, in plaats van een samenloop van omstandigheden. Zo’n opmerking kan voor mannen heel pijnlijk zijn.”

Wachtstand

Sophieke van Ginkel (37) en haar man weten al heel lang dat zij vader en moeder willen worden. Zij was 28 toen ze er actief mee aan de slag gingen. Maar het gebeurde maar niet, en na ongeveer vijf jaar besloten ze de vruchtbaarheidsbehandeling ICSI te ondergaan. Na twee jaar en vier behandelingen besloten ze dat ze door wilden gaan met leven. Alles stond in „de wachtstand”. Het kon onhandig zijn om uit te kijken naar een nieuwe baan, als er snel een kindje zou komen. En als ze zouden verhuizen, hoeveel kamers hadden ze dan nodig?

Van Ginkel probeert nu uit te vinden wat er „onder de kinderwens zit”. „Ik wil liefde geven, voor iets of iemand zorgen, van betekenis zijn, een verschil maken. Volgens mij moet ik zoeken naar dingen waarmee die behoeftes vervuld kunnen worden.” Soms denkt ze ook: „Ik ben ook maar een passant, wat maakt het uit wat ik doe.”

Een kinderwens is een aanzwellend oergevoel dat je moeilijk aan anderen kunt uitleggen, zegt De Wit. Het niet in vervulling gaan ervan kan boosheid, verdriet en machteloosheid oproepen. Onder alles ligt vaak een behoefte aan zingeving. Ook zij is ervaringsdeskundige.

Als blijkt dat er nooit kinderen zullen komen, ervaren mensen rouw. Marchelinus las eens een zin die haar gevoel treffend weergeeft: „Ik ben een onzichtbare moeder, een moeder zonder geboren kind.”