Wapen tegen opmars extreemrechts

Christian Kern, de nieuwe kanselier van Oostenrijk, wil zijn linkse partij nieuw leven inblazen.

Christian Kern tijdens een persgesprek in februari. Foto Ronald Zak/AP

Iemand met politieke visie, die de sleetse, leeggelopen partij weer ziel en richting kan geven. Een pragmatische manager. En een buitenstaander, geen apparatsjik.

Hoeveel socialistische partijen in Europa zijn er niet openlijk of heimelijk op zoek naar een nieuwe, bezielende leider met zo’n profiel? De Oostenrijkse socialisten (SPÖ) hadden afgelopen dagen het voorrecht om die zoektocht in gang te zetten, na het abrupte aftreden van de uitgebluste partij- en regeringsleider Werner Faymann. Zoals verwacht viel de keus gisteren op een manager: Christian Kern, de 50-jarige topman van de Oostenrijkse spoorwegen.

Zijn belangrijkste taak? Het worden er vele. En ze zijn nog tegenstrijdig ook. Allereerst moet deze zoon van een electrotechnicus uit een Weense volkswijk zorgen dat de arbeidersklasse – of wat ervan over is – die van de socialisten is overgelopen naar de extreemrechtse FPÖ, terugkeert op de basis. Dat Oostenrijk over ruim een week (22 mei) wellicht een FPÖ’er als president kiest, hakt er bij de socialisten diep in. Net als in Frankrijk, Duitsland, Nederland en andere Europese landen komt de aanwas van extreemrechts ook hier veelal uit socialistische gelederen. En ook hier zijn de socialisten, impopulair en in diskrediet, hun richting nogal kwijt.

Kern, die vandaag officieel wordt voorgedragen, moet bovendien een coalitieregering voorzitten die zo mogelijk nog minder fut heeft dan zijn partij. Sinds de tweede wereldoorlog regeren socialisten en conservatieven het land. Ze haten elkaar maar hebben elkaar nodig: bij de vorige parlementsverkiezingen haalden ze samen 50,8 procent.

Moeilijke opgave

Als er nu verkiezingen zouden komen, wint de FPÖ die waarschijnlijk; Kern zal ze daarom willen vermijden. Veel extreemrechtse (en andere) kiezers worden gedreven door afkeer van de eeuwige coalitie van twee partijen die problemen toedekken en baantjes en subsidie onderling verdelen. Hervormingen blijven uit, op elk terrein: van pensioenen tot het onderwijs.

De conservatieven, zelf in leiderschapscrisis (minister van Buitenlandse Zaken Sebastian Kurz wordt getipt als nieuwe leider), schuren dicht tegen de FPÖ aan. Ook sommige socialisten zelf willen samenwerken met de FPÖ. Zij zijn het, die Faymann tot een U-turn over vluchtelingen bewogen die hem mede fataal werd.

Oostenrijk volgde eerst de Duitse vluchtelingenpolitiek, met open grenzen. Het kreeg in 2015 90.000 asielzoekers. Nu is het roer compleet om. Aan grenzen worden controles uitgevoerd en hekken gebouwd. Die hekken staan open, maar de boodschap is helder: vluchtelingen moeten wegblijven. De partijbasis heeft dit Faymann zeer kwalijk genomen.

De conservatieven zijn nu nerveus: zij vrezen dat de spoorwegman Kern het beleid over vluchtelingen terug gaat draaien. Het was Kern die de logistiek regelde, toen duizenden mensen vorige zomer vanuit Hongarije de grens over wandelden. Hij zette extra treinen in naar München en organiseerde opvang op stations met politie, artsen en hulporganisaties. Het liep perfect. Kern, die sinds 2010 de spoorwegen (ÖBB) leidt, heeft het noodlijdende staatsbedrijf omgeturnd tot winstgevende, klantvriendelijke organisatie. Hij hield relaties met partijgenoten wel warm; hij werkte ooit als parlementair assistent van een staatssecretaris. Afgelopen tijd was duidelijk dat hij bredere ambities had. In interviews sprak hij ineens over de globalisering en de koers van het land. Kern won het vrij makkelijk van zijn enige rivaal voor het kanselierschap, een Oostenrijker bij CNN in Londen.

Hoe Kern over Europa denkt, over TTIP of de euro, is onbekend. Hoe een manager politiek elan moet kweken, is lastig voorstelbaar. Hoe hij als geslaagd man in maatpak angstige verliezers van de globalisering weer vertrouwen kan geven, is velen eveneens een raadsel. Voor een socialist in Oostenrijk waar, schreef Die Zeit, „de politieke depressie als meeldauw [schimmel] over het land hangt”, is het een extra moeilijke opgave.