Vreemde invloeden

Elke eeuw krijgt de Reynaert die het verdient. Vandaar dat A.H.J. Dautzenberg in dit feuilleton met zijn 21ste-eeuwse versie van ‘Van Den Vos Reynaerde’ komt.

De spanningen kunnen hoog oplopen in het land waar de Vos woont. Illustratie Cyprian Koscielniak

Ik neem u mee naar het land waar De Vos woont en waar De Leeuw regeert. Misschien hebt u er wel eens iets over gehoord of gelezen. Het land is niet zo heel erg groot, simpelweg bestaat het uit de Stad en de Wildernis. Maar hoe klein ook, de spanningen kunnen er hoog oplopen. Vooral de laatste tijd is het er onrustig. De Leeuw heeft zijn adviseurs bij elkaar geroepen, want hij maakt zich ernstige zorgen. Ik geloof dat we op het juiste moment aanhaken.

„De Wildernis is op drift geraakt.” De Leeuw ijsbeert door de rode salon. „Onbehagen wordt angst wordt paniek wordt agressie. Horen jullie wat ik zeg?” De Leeuw draait zijn gezicht naar De Bruin. „Hoor jíj wat ik zeg?” De Bruin knikt. „En jij?” De Hond wil antwoorden, maar hij krijgt geen kans. „Op drift. Stel dat de angst overslaat naar de stad. Wat dan? Wat dán?” De Leeuw staart uit het raam en ziet hoe de lentezon de kantoorpanden kleur probeert te geven.

U merkt dat het gesprek behoorlijk geladen is. Laten we nog even meeluisteren, misschien kunnen we lessen trekken uit de gebeurtenissen.

De Hond antwoordt dat het door de vreemde invloeden komt, hij heeft dat onderzocht, met een opiniepeiling. De Leeuw kijkt hem spottend aan. „Vreemde invloeden, zeg je. Even voor de duidelijkheid, zodat we met zijn allen op één lijn zitten. Vorige week beweerde je met grote stelligheid dat de kloof tussen dit en dat, tussen zus en zo, dat onevenwichtigheid de oorzaak was van de groeiende onrust. En nu zijn het weer vreemde invloeden?”

De Wolf mengt zich in het gesprek. Volgens hem heeft De Hond gelijk, het zijn de vreemde invloeden. De Leeuw vraagt aan De Haas en De Kat of zij dezelfde ervaringen hebben. De Haas zou willen zeggen dat het misschien wel door De Leeuw komt, de onrust, door een gebrek aan inspirerend leiderschap. Maar hij houdt zijn mond. Ook De Kat zegt niets.

„We hebben De Vos nodig”, concludeert De Leeuw. „De Vos kent de Wildernis als geen ander. Hij kan ons precies vertellen wat er aan de hand is. Hij kent de onderstromen, de verborgen verlangens. En hij is slim, en hij heeft een scherpe pen.” De Leeuw gaat weer aan de tafel zitten.

„Ik twijfel”, zegt De Bruin voorzichtig. „En hij is slim, en hij heeft een scherpe pen”, herhaalt De Leeuw. „De Vos is niet meer wie hij was, dan weet u toch ook wel”, probeert De Bruin opnieuw. „Helemaal mee eens”, reageert De Wolf, „en ik woon nu…” De Leeuw slaat met zijn hand op de vergadertafel. „Jouw dubbele agenda kennen we. Ik wil De Vos. Punt!”

De Leeuw geeft aan De Bruin opdracht om De Vos uit te nodigen voor een bijzóndere briefing. „We maken er een lucratieve klus van. Als ik het goed heb begrepen, zit hij om geld verlegen.”

De Leeuw pakt een dikke sigaar uit zijn binnenzak, steekt die op, neemt een paar trekjes en blaast een dikke rookwolk naar het midden van de tafel. De Vos hebben ze nodig en niemand anders.

Wordt vervolgd