Voor even wees geworden

Ontspoorde burgerlevens, thrillerschrijver René Appel (1945) is er dol op. Werd in zijn vorige boek, De kortste nacht, een bedrijfsleider van een partycentrum nog gepiepeld door een onderwereldfiguur, in zijn 24ste thriller,Verzwegen, moet een Amsterdamse kastenverkoopster eraan geloven. Hoewel bij haar de dreiging vooral uit familiale kring komt.

Die kastenverkoopster is de 34-jarige Suzan, die al in het begin van Verzwegen haar moeder verliest aan een herseninfarct. ‘Nu ben ik wees’, verzucht ze. ‘Nooit een vader gehad en nu ook geen moeder meer.’ Helemaal alleen is Suzan overigens niet: ze is getrouwd met Ron, de man met wie ze de kastenwinkel runt. Maar hij is, zelfs als zijn vrouw aan het sterfbed van haar moeder zit, te druk met zijn collega en maîtresse Lieke. Van hem hoeft Suzan dus verder weinig steun te verwachten.

Suzan blijft niet lang wees. Tijdens het opruimen van haar moeders huis treft ze een krantenbericht aan over ene ‘Fred van der H.’, een 22-jarige jongen die begin jaren tachtig voor een brute verkrachting is opgepakt. Plots begrijpt Suzan waarom haar moeder, wier spraakvermogen door die beroerte was aangetast, vlak voor haar overlijden zoveel moeite deed om de naam ‘Fred’ te mompelen. Ze wilde haar enige kind niet alleen op de wereld achterlaten.

Suzan gaat op zoek, maar Appel doet weinig moeite om te verhullen dat die zoekactie slecht gaat aflopen. En omdat de al op de achterflap aangekondigde ontmoeting tussen Suzan en Fred lang uitblijft, voelt Verzwegen– ondanks Appels uitstekende schrijfstijl – te vaak als een lome invuloefening. Aan het einde van deze thriller slaagt Appel erin de levens van de vier karakters samen te laten komen. Maar je kunt je afvragen of die afwikkeling dan nog van belang is. De meeste lezers van Verzwegen zullen dan al zijn afgehaakt.'