‘Verrassend: je wordt niet zomaar makelaar’

Ger Jaarsma, voorzitter NVM De nieuwe baas van de makelaarsvereniging NVM weet nog weinig van de woningmarkt. „Ik wil echt een keer een dag meelopen bij een makelaarskantoor.” Van besturen daarentegen heeft hij veel verstand.

Foto David van Dam

Zijn ene broer woont in Zoetermeer, de andere in Frankfurt. Friezen zijn dus heus wel bereid om Friesland te verlaten. Maar zelf blijft Ger Jaarsma, de nieuwe voorzitter van makelaarsvereniging NVM, hoofdkantoor in Nieuwegein, gewoon in Leeuwarden wonen. Hun drie kinderen, besloten hij en zijn vrouw elf jaar geleden, zullen opgroeien in het huis dat ze destijds lieten bouwen. „We wonen er fantastisch mooi, aan het water. Waarom zou ik er weggaan?” Het is bovendien „maar” 160 kilometer rijden naar Nieuwegein, zegt Jaarsma. Ook voor zijn vorige baan, als directeur van de Kredietbank Nederland, zat hij veel in de auto. „Ik reed al 60.000 kilometer per jaar, en dat blijf ik gewoon doen. Geen probleem.”

Mijn voorganger kon huizencijfers uit zijn mouw schudden. Ik ga dat ook proberen

Jaarsma (48) is de eerste NVM-voorzitter die niet zelf makelaar is. Dat is ook de reden dat hij woordvoerder Roeland Kimman heeft gevraagd om bij het gesprek aanwezig te zijn: om hem te behoeden voor „foute quotes” over de NVM en over de woningmarkt. Jaarsma werkte veertien jaar in de schuldhulpverlening. Eerst zeven jaar als directeur van Gemeenschappelijke Kredietbank Friesland, en als voorzitter van branchevereniging NVVK. En na een fusie van diverse kredietbanken zeven jaar als directeur van de Kredietbank Nederland. Daarna vroeg hij zich af: „Wat kan er nu nog langskomen dat ik niet al een keer gezien heb?”

Daarmee bedoelt hij, onder meer, een fusie en een overname. Onder zijn leiding groeide een „bankje” met 38 man naar een bank met 100 werknemers en, na de fusie, naar 240. Vervolgens moest hij bij een reorganisatie tachtig mensen ontslaan, toen gemeenten door de crisis moesten bezuinigen op de schuldhulpverlening. Elke ronde was moeilijker, zegt hij in zijn kamer in het NVM-kantoor in Nieuwegein. „Je begint met de mensen met tijdelijke contracten, die zijn nog niet lang bij je binnen, met hen heb je niet echt een band. Maar in de laatste ronde namen we afscheid van mensen met wie ik iedere dag heel nauw samenwerkte. En die moest ik uitleggen dat het nu hun beurt was. Daarvan lag ik echt van tevoren een week wakker en daarna nog drie weken.”

U zegt dat u stopte met sociaal bankieren omdat u het allemaal al eens gezien heeft, en geeft daarvan bedrijfsmatige voorbeelden. Deed u dit werk niet om mensen met financiële problemen te helpen?

„Nou, de behoefte om een maatschappelijk relevante functie te hebben, die blijft wel. Maar ik ging denken: ik ben nu 48, blijf ik dan nóg twintig jaar werken in deze branche?”

Eerst hielp u mensen met te hoge schulden, nu helpt u mensen juist aan een hoge schuld.

„Dat zie ik anders. Een schuldhulpverlener bemiddelt tussen de klant met schulden en zijn schuldeisers. Een makelaar bemiddelt tussen degene die zijn huis wil verkopen en degene het wil kopen. Het is dus best wel een logische overstap: ik ga van de ene bemiddelaar naar de andere.”

Een gezonde spanning tussen het bestuur en de leden houdt iedereen scherp

Wat maakt die bemiddelaars zo de moeite waard om te besturen?

„In 90 procent van de gevallen kunnen mensen met schulden het niet zelf oplossen. En ook het aan- en verkopen van een huis is een dusdanig grote uitgave, dat het wel heel erg handig is als je wordt geholpen door een adviseur. Daar zie ik echt de parallel: je helpt mensen. Als schuldhulpverlener doe je niks anders dan zorgen dat er voor de schuldenaar licht aan het eind van de tunnel komt, en dat er voor de schuldeisers een zo groot mogelijk gedeelte van de schuld alsnog op tafel komt. Zo zie ik het ook bij makelaars: uiteindelijk probeer je toch voor beide partijen een zo goed mogelijke deal te maken, en het traject goed te ondersteunen.”

Jaarsma is, zegt hij zelf, een echte bestuurder. Zo is hij penningmeester van de landelijke VVD. Maar hij zou nooit zelf politicus willen zijn. Hij vindt zichzelf daarvoor niet geschikt. „Na een discussie wil ik meteen een besluit kunnen nemen.” Hij heeft het geduld niet, zegt hij, om eindeloos te moeten wachten voordat het tot een besluit komt, zoals in de politiek.

Met Jaarsma heeft de NVM gekozen voor een voorzitter zonder kennis van makelaardij, maar met bestuurservaring. Dat komt van pas, zegt hij, nu de makelaarsvereniging een nieuwe toekomstvisie ontwikkeld heeft. „Dáár ligt een eerste rol voor mij: de leden die er moeite mee hebben, laten zien waarom het toch een goede visie is.”

Over de inhoud van die visie blijft Jaarsma wat onduidelijk. Een voorbeeld wil hij wel noemen: de consument moet meer inzicht krijgen in de kwaliteit van de makelaars. Bijvoorbeeld met behulp van beoordelingen van andere klanten over de makelaar. En door makelaars te stimuleren om duidelijker te zijn over waarom een verkoopprijs soms lager uitvalt dan de klant had gehoopt.

Wat was uw rol bij het vaststellen van die visie?

„Die lag er al grotendeels toen ik begon. Ik heb er kennis van genomen. Een prima, goeie visie.”

Had u er niet liever meer over te zeggen gehad?

„Nee. Die visie is een stuk papier. De bestuurlijke uitdaging is: hoe gaan we het uitwerken en hoe krijgen we de leden mee? Als je ergens directeur of voorzitter wordt, stap je altijd in een rijdende trein. De visie lag er al en iemand moest het oppakken. Nou, dat is dan zo.”

Hoe denken de NVM-makelaars over een voorzitter die geen idee heeft van het werk dat ze doen?

„Ik merk heel duidelijk dat iedereen binnen de club vindt dat het goed is om eens iemand van buiten te hebben. Die brengt andere ideeën en vaardigheden binnen.”

Jaarsma geeft zichzelf „een maand of vier, vijf” voor een kennismakingsronde met de leden, en om veel te lezen over het makelaarsvak. Na de zomer moet hij er „gewoon helemaal staan”. Tot die tijd hoeft hij nog niet alles te weten, vindt hij. „Als je mij vraagt wat de gemiddelde woningprijs in Middelburg is, nou, geen idee. Mijn voorganger (Ger Hukker, red.) kon de cijfers echt uit zijn mouw schudden. Ik ga dat ook proberen, maar heb daarvoor wel tijd nodig. En dan nog moet ik veel meer oppassen, omdat ik niet middenin de materie zit.”

De Volkskrant schreef dat u zelfs een makelaarsopleiding gaat volgen?

„Nou, dat idee had ik voordat me werd uitgelegd hoeveel studietijd dat kost. Die tijd heb ik niet. Ik ga wel een paar cursussen volgen.”

U dacht: makelaar worden, dat doe ik wel even?

Lachend: „Nee, dat dacht ik zeker niet. Maar het heeft me wel positief verrast dat je niet zomaar makelaar wordt.”

U zou ook van plan zijn om stage te lopen bij een makelaarskantoor?

„Ja. Eigenlijk had ik dat al moeten doen. Ik wil echt een keer een dag meelopen bij een makelaarskantoor.”

Dat is eerder een snuffelstage.

„Jajaja. Een snuffelstage. Gewoon eens een dag meelopen met een makelaar. Ik kan dat ook drie weken doen, maar dan ben ik drie weken niet hier. Dat gaat niet lukken.”

Een paar jaar geleden kwam naar buiten dat sommige regioafdelingen vinden dat de NVM niet genoeg voeling heeft met de eigen leden. Hoe ziet u dat?

„Ik geloof niet dat mensen in een eerste gesprek met de nieuwe voorzitter al meteen hun klachten op tafel leggen, voor zover die er zijn. Er moet wel een gezond spanningsveld zijn tussen het verenigingskantoor en de leden. Dat houdt elkaar scherp. Zonder wrijving geen glans.”

Maar toch niet zo veel wrijving dat de leden in opstand komen?

„Ik weet niet waar die ontevredenheid over bestond. Als we hier dingen doen, en ik weet niet of dat het geval was, die niet in het belang van de leden zijn, dan doen we het niet goed. Maar als we bezig zijn met het collectieve belang, en niet iedereen is het daarmee eens, dan moet het maar even schuren. En dan moeten we dat uitleggen aan de ontevreden leden.”

Bronnen zeiden in 2013 ook tegen NRC dat er een angstcultuur heerst op het NVM-kantoor.

Tegen zijn woordvoerder: „Echt waar?” En direct daarna: „Ik loop hier nu drie weken rond, en ik zie het niet. Ik heb het nog niet meegekregen.”

De NVM-makelaars maken ongeveer driekwart uit van het totale aantal makelaars in Nederland. Van de ruim 4.000 leden zijn er 3.626 actief op de woningmarkt. Zij verkochten vorig jaar meer dan 147.500 huizen – op een totaal aantal verkochte woningen van ongeveer 193.000.

De NVM is verreweg de grootste makelaarsvereniging van Nederland. Brengt dat verantwoordelijkheden met zich mee, vindt u?

„Ja, de NVM is de grootste, maar er zijn drie makelaarsverenigingen. Het is in het belang van ons allemaal dat er een goede vastgoedmarkt is. Dus ik denk dat we veel meer moeten kijken of we samen kunnen optrekken met VBO en Vastgoedpro. En daar waar de standpunten verschillen, gaat ieder zijn eigen weg.”

Er zijn wel wat verschillende standpunten. De NVM heeft de eigen positie altijd zorgvuldig beschermd, vaak met rechtszaken.

„Dat weet ik niet. Dit is allemaal geweest, hè. Het is zoals het is.”

De rechtszaak rondom Funda is nog steeds gaande. Advertenties van andere makelaars worden nu niet meer onder het aanbod van NVM-makelaars geplaatst, maar ze moeten bijvoorbeeld wel nog meer betalen voor het plaatsen ervan.

„Ja. Maar als je even kijkt van een afstand, en dat kan ik, want ik kom net binnen, dan zie ik: de NVM heeft een digitale etalage bedacht waarin alle leden in één keer hun aanbod kunnen laten zien. En die etalage is zo mooi, dat de concurrent er zijn huizen ook in wil plaatsen. Dat is eigenlijk wel raar. Maar wij hebben ons geconformeerd aan de uitspraak van de rechter. En het zal de komende jaren nog best een discussie blijven hoe je die markt zo goed mogelijk inricht. We moeten samenwerken waar het kan. En daar waar andere partijen een andere mening hebben, waarvan wij vinden dat het niet in het belang is van de consumenten en van onze leden, gaan wij onze eigen weg. Dat zie ik niet als afschermen van de markt.”