Veel leesvoer en een hoop open vragen om uit te werken

Eindexamen 2016 Eerstejaars studenten maken voor NRC een eindexamen. Wat weten zij een jaar later nog van de stof? Vandaag: Nederlands.

‘Het examen Nederlands was dit jaar vooral erg lang. Vorig jaar hadden we vier teksten, nu waren het er vijf. En een jaar geleden zaten er zeventien meerkeuzevragen in, nu maar acht. Dus: meer leesvoer en meer open vragen om uit te werken. Best pittig voor de eindexamenkandidaten, denk ik.

Bekijk ook hoe de examens verlopen bij onze examenvloggers.

Van vriendinnen die nu eindexamen doen, hoorde ik dat ze in tijdnood zaten. Ze konden niet alle vragen beantwoorden. Erg vervelend. Op social media zag ik dezelfde klacht van andere scholieren voorbij komen.

De eindexamenkandidaten krijgen drie uur voor het examen. Zelf had ik er een kleine twee uur voor nodig. Maar dat is ook geen eerlijke vergelijking; ik heb al bijna een heel studiejaar aan de universiteit achter de rug.

Er gaat veel tijd zitten in de open vragen. Je mag namelijk vaak niet meer dan dertig of veertig woorden gebruiken voor het antwoord. Dat leidt er veelal toe dat je je tekst opnieuw moet formuleren. Het is een gepuzzel.

De teksten sloten overigens wel aan bij de belevingswereld van jongeren, vond ik. Er was een verhaal over werkdruk, voor iedereen wel herkenbaar. Ook was er een tekst over oorlog en criminaliteit, dat past wel bij de actualiteit. De derde tekst was erg filosofisch en ging over de dood. Niet echt gezellig. Bovendien stonden er een hoop moeilijke woorden en benamingen in, zoals bètablokkers en de ziekte van Pompe. Door mijn studie weet ik wat het betekent, maar ik kan me voorstellen dat scholieren dat ingewikkeld vinden.

Vraag 20 was echt een onduidelijke en vage vraag. Je moest aangeven waar in de tekst afstand werd genomen van het gedachtegoed van Weinberger. Maar gevoelsmatig werd er geen afstand genomen. Desalniettemin kon ik de vraag wel beantwoorden, maar dit is in mijn ogen écht een ongeschikte eindexamenvraag.

Er zaten ook makkelijke vragen tussen, zoals vraag 27. Daar moest je tegenstellingen uit de tekst halen, zoals leven en sterven, vroeger en nu, jong en oud en ontwikkelde wereld en andere landen. Dat was wel iets té simpel.

Er is elk jaar veel discussie over het eindexamen Nederlands. Dat snap ik wel. Waarom zoveel tekstbegrip? Het is toch ook belangrijk dat je formeel en creatief kunt schrijven. En: foutloos kunt schrijven. Dat heb je echt nodig als je gaat studeren.”