Uit de markt geprijsd

Markten hebben het zwaar. Maar draai het eens om: hoe kan het dat zoiets archaïsch nog steeds bestaat?

Foto's Olivier Middendorp

De Nederlandse markt heeft het zwaar. Bleek dat al uit het laatste onderzoek zeven jaar geleden, sindsdien is het er niet beter op geworden. Kooplui klagen, op veel markten blijven plekken onbezet. In Amsterdam, veruit de grootste marktstad van het land, staat inmiddels gemiddeld een op de vier kramen leeg. „De afgelopen tien jaar is het aantal handelaren afgenomen van 20.000 naar 12.000, vooral in de Randstad is het een drama”, zegt Henk Achterhuis, voorzitter van de CVAH, de belangen vereniging van marktkooplui.

Maar, je zou het ook kunnen omdraaien: hoe komt het eigenlijk, dat een archaïsch fenomeen als de markt überhaupt nog bestaat? Nederland telt naar schatting nog steeds ongeveer duizend warenmarkten, verspreid over vierhonderd gemeentes. Samen zijn ze goed voor een jaarlijkse omzet van 2,2 miljard euro, ruim twee procent van de totale detailhandel.

Er is een koude sanering gaande: veel kleine krabbelaars leggen het loodje, vooral de goedkope textiel heeft het moeilijk. Maar daarnaast zie je, vooral in de food, ook schaalvergroting: kooplui die grote verkoopwagens met personeel hebben rijden, met bijvoorbeeld noten of kaas. En er zijn steeds meer franchisenemers, zo staan de wagens van Bakkerij ’t Stoepje uit Spakenburg op maar liefst 585 markten.

Waarom gaan we eigenlijk nog steeds naar de markt? Ligt dat aan de kwaliteit van de spullen? De lage prijzen? Het unieke aanbod? Of zit het dieper en bevredigt de markt een sociale behoefte?

De Franse antropologe Michèle de La Pradelle schreef een prachtige studie over de markt van Carpentras in de Provence, op het eerste gezicht een eeuwenoude markt, waar je lokale producten kunt kopen. Logisch dat die nog loopt, denk je meteen. Maar De La Pradelle laat zien dat het niet de historische wortels zijn die het succes van de markt bepalen, maar het toneelstuk dat klant en koopman samen opvoeren. Samen creëren ze, voor de duur van een ochtend of middag, een publieke ruimte. Mensen staan schouder aan schouder, knopen een praatje aan, sociale verschillen worden uitgewist met een grap.

De markt is een utopische plek, stelt De La Pradelle, hier vind je de stad waarvan we dromen. Overdreven? Niet toevallig fleuren shopping malls hun lege harten op met marktkraampjes. Ook de biologische markten en themamarkten als de Pure Markt, Swan Markt en de Hip en Handgemaakt Markt, laten zien hoe vitaal de markt is.

Dumpprijzen van Primark

De bedreigingen voor de algemene warenmarkt, zoals de klassieke markt in vakjargon heet, zijn duidelijk. Net als gewone winkels kampen de kooplui met de concurrentie van online winkelen. Ook hebben ze last van de dumpprijzen van Primark, Action of Aldi. Bovendien hebben ze hun waar vaak al ingepakt als tweeverdieners van hun werk komen. En als ze het onderling al eens worden over een nieuwe aanpak – wat met notoire individualisten als kooplui een krachttoer is – dan stuiten ze vaak op een gemeentelijke marktverordening die alleen maar oog heeft voor regels en beheer.

Langzaam komt in dat laatste verandering: steeds meer gemeentes laten nieuwe markten toe, of geven bestaande markten de kans het lot in eigen hand te nemen. Niet langer is anciënniteit allesbepalend – degene met de oudste inschrijving komt eerst, ook al staan er al tien kooplui met hetzelfde product –, maar kan een marktbestuur of -commissie zelf bepalen welke branches ontbreken en wie er dus bij moet komen. Want met alleen goedkoop textiel red je het niet, een markt kan niet zonder groente, kaas, vis, brood, noten, olijven.

Waren het aanvankelijk vooral kleine plaatsen die hun markt verzelfstandigden, inmiddels zijn ook grotere steden om. Zo zijn de Tilburgse markten sinds begin dit jaar zelfstandig, in Amsterdam is de Dappermarkt bezig zich los te maken van de gemeentelijke bemoeienis.

Onder de vlag ‘De markt van Morgen’ bepleit belangenclub CVAH om de markt te bekijken als ‘het grootste warenhuis’ van een dorp of stad. Wat ontbreekt er in het aanbod, en hoe vul je dat aan? Ook ruimere openingstijden zouden volgens de CVAH soelaas bieden, maar dat is voor de meeste kooplieden nog altijd vloeken in de kerk: ze zijn gewend om vroeg op te bouwen en vroeg af te breken, en daar mag niet aan worden getornd.

Toch heeft Nederland van oudsher een handvol markten die op koopavonden open zijn, en met succes. Zoals in IJsselstein en Dinxperlo. „Er is veel conservatisme onder onze jongens”, zegt voorzitter Henk Achterhuis, „maar de wereld verandert razendsnel en wij zullen mee moeten als we willen blijven bestaan.”