Thuis tussen de tbs’ers

John heeft een verstandelijke beperking. Hij is geen crimineel en toch zit hij in een kliniek waar ook tbs’ers verblijven. Hij mag er zelfs uit. Maar hij wil daar niet meer weg. John zegt: „Ik kan weer met mezelf fluiten.”

John, een grijzende man in een veelkleurige capuchontrui, loopt over het terrein tussen de naaldbomen richting zijn werkplek. Hij passeert de mestkelder, de gierkelder, de hooikelder. Over het veld lopen schapen, mannen met kruiwagens, verderop legt iemand aan op een penaltystip. „Hier gebeurt het”, zegt hij, aangekomen bij de stal. „Ik doe de ezel verzorgen.”

Gisteren ging het mis. Moest hij én de ezel verzorgen én het hok schoonmaken. Dat was te veel, hij liep weg. Nee, niet doen, zei zijn begeleider. Práát. Ja, praten ja. Dat heeft hij hier in de behandelkliniek voor tbs-gestelden én zorgpatiënten echt moeten leren. John is een opkropper. Was ’ie al toen hij nog kraanmachinist was.

De ezel balkt bij het zien van John. Melanie heet ze maar John zegt altijd ‘ezeltje’. „Dan doe ik even helemaal tegen d’r hals aanwrijven, dat vindt ze prettig gewoon.”

Negentien jaar lang werkte John in de Rotterdamse haven. ’s Ochtends met trillende hand op de kraan, containers overzetten, fles jenever in de tas. Het was eigenlijk te veel. Wist hij veel dat hij een verstandelijke beperking had. Niemand die het zag. Hij was voorman.

Zie zwakbegaafdheid maar eens te herkennen. Behandelkliniek Boschoord in Drenthe, onderdeel van Trajectum, zit vol met mensen die jarenlang best leken te functioneren. Ze leerden camoufleren, pasten zich aan hun omgeving aan. Ze lieten het niet merken als ze iets niet snapten maar raakten stilaan toch in de problemen. Telkens ruzie, telkens ontslag. Ze hadden het gereedschap niet om echt mee te doen en eens gaat het echt mis. Een cocktail van overvraging, stress, frustratie, verminderd normbesef, gebrek aan impulsregulering.

De gevolgen zijn bij iedereen anders. Geweldsuitbarsting. Diefstal. Moord. Doodslag. Brandstichting. Seks met kinderen. Want ook in relaties raken velen overvraagd.

Maar John, opgegroeid in Nieuwerkerk aan den IJssel, is niet veroordeeld voor een strafbaar feit. Hij vormde vooral een gevaar voor zichzelf. Zijn moeder overleed en toen ging het bergafwaarts. Cocaïne, heroïne, pillen, alcohol. Hij is misbruikt als kind, nam overdoses, deed zelfmoordpogingen. Met een rechterlijke machtiging werd hij gedwongen opgenomen. Maar in de instellingen waar hij verbleef kon hij blijven gebruiken. En zo kwam hij in april 2012 terecht in Boschoord, de enige kliniek in Nederland die is gespecialiseerd in de behandeling van verstandelijk beperkte tbs-gestelden.

Zorgpatiënten en tbs-gestelden leven in Boschoord door elkaar. Ze hebben dezelfde rechtspositie en zijn, op verlofafspraken na, onderworpen aan hetzelfde veiligheidsregime. Niet het strengste, niveau 4. Dat is voorbehouden aan traditionele tbs-klinieken die alleen incidenteel de meest risicovolle mensen uit de zorg overnemen. Of dat wenselijk is, daar is in de tbs-sector wel discussie over.

Oefenen voor het ‘echte’ leven

De overeenkomsten tussen beide groepen zijn groter dan de verschillen, zegt hoofd tbs Margriet Storms op haar werkkamer met groene kleuraccenten, vier toegangsdeuren verwijderd van John. „Of mensen wel of geen delict plegen is vaak een gokspel van het leven. Dronken achter het stuur veroorzaakt de één een dodelijk ongeluk en de ander net niet.” Wat hen bindt, zegt ze, is een tragische voorgeschiedenis, gebrekkige hechting en het gevaar dat ze vormen voor henzelf of hun omgeving.

In de behandelkliniek wordt naar een oplossing gezocht. Een persoonlijk recept waarmee het individu zonder gevaar kan terugkeren naar een omgeving met minder zorg en beveiliging. Op Boschoord voert de cliënt gesprekken met een persoonlijk begeleider, een psycholoog, een psychiater, hij krijgt werk en therapie aangeboden. Hij doet trainingen om agressie of verslaving te reguleren en simuleert op het oefenterrein, een soort dorp met een winkeltje en een dierenpark, het ‘echte’ leven.

Van de 220 cliënten in Boschoord keert zo’n driekwart na een jaar of zes terug in de maatschappij, meestal in de reguliere gehandicaptenzorg. Bij 15 procent duurt het langer en bij 5 procent heeft de kliniek het recept niet kunnen vinden of blijkt het voor een terugkeer te complex. Zoals iemand die onvoorspelbaar agressief blijft of telkens terugvalt in middelengebruik en dan psychotisch wordt. Daar is de reguliere zorg niet op berekend.

De laatste jaren lijkt ook in Boschoord de instroom van zorgcliënten toegenomen vergeleken met die van delinquenten. De criminaliteit neemt nu eenmaal af en de intolerantie jegens overlastgevende, verwarde personen groeit juist. Laat de tbs-sector ze maar opvangen, zegt Storms. Bedden genoeg. Hoeven tbs-klinieken die met leegstand kampen niet te sluiten en blijft de kennis over het behandelen van zulke mensen behouden.

Niet onder de douche

John loopt verder langs het hek, de ezel loopt mee. Er zijn veel mensen die hier weg willen, vertelt hij. Sommigen zitten duidelijk op het verkeerde pad. Die zijn vaak een stuk jonger. Dertigers. Die zijn nog wild. Wat ze hebben uitgespookt, hoeft hij niet te weten. John gaat zijn eigen weg en die is al hobbelig genoeg. Laatst nog belandde hij na een black-out door alcohol in het ziekenhuis. „Nu weet ik: als ik trek krijg, gelijk doorlopen naar de begeleiding.”

Ook John wilde Boschoord eerst zo snel mogelijk verlaten. Zo streng, al die toegangspoortjes, al die gesprekken. Twee jaar lang was hij niet zo „praterig”, totdat na tientallen therapiesessies het kwartje viel. Het label dat hij altijd in klinieken had gekregen, verslaafd, was niet volledig. Hij had ook een posttraumatische stressstoornis en een verstandelijke beperking. „Ik blijk anders te zijn.”

John ging van beveiligingsniveau 3 naar 2 naar 1. Hij leerde structuur, zijn kamer opruimen, douchen. Zijn leven lang wilde hij niet douchen, als kind was hij verkracht onder de douche. Dat hij na het werk in de haven alleen zijn gezicht waste, had niemand ooit verbaasd. In de vorige instelling was de stank na een half jaar niet douchen onverdraaglijk. Nu, in Boschoord, doucht hij met de deur op slot en een begeleider op de uitkijk.

John mag de kliniek inmiddels zo uit wandelen en nooit meer terugkomen. In juni vorig jaar liep zijn rechterlijke machtiging af. Andere cliënten begrijpen er niets van. „Wat doe je hier nog?” Maar John wil niet weg. Dan gaat hij zwerven. Nu wordt hij vrijwillig behandeld en verzorgt hij zijn ezel. „Ik kan weer met mezelf fluiten.”