Skepta rapt over zijn eigen roots

Probeer maar eens op te vallen als muzikant in een maand waarin de groten der aarde stunten met exclusieve ‘surprise’ releases op Tidal (Beyoncé), Google Play (Radiohead) en Apple Music (Drake).

Toch zijn de schijnwerpers deze week voor een groot deel gericht op een grime-artiest uit Oost-Londen die in zijn ouderlijk huis in Tottingham nog zelf de dozen met witte t-shirts en albums versleept. Al is Skepta natuurlijk ook al lang geen kleintje meer. De grimegrootheid – in Oost-Londen een superster – bracht vrijdag zijn album Konichiwa uit. De Brit met Nigeriaanse roots heeft geen exclusieve streamingsdeal en nooit getekend bij een groot platenlabel. Konichiwa verschijnt gewoon op zijn eigen Boy Better Know-label, met zijn crew staat hij over een maandje op festival Pitch. Je kan het album streamen via Spotify en fysiek bestellen via zijn site – hij doet de distributie zelf.

Grime, de meesten zullen het genre met razendsnelle beats en agressieve raps kennen door Dizzee Rascal met het hitlijstvriendelijke ‘Dance wiv me’. Dat is eigenlijk de light variant van de activistische strijdliederen over sociale en politieke onvrede in Groot-Brittannië. Ongeacht of je de dieperliggende betekenis achter de teksten vat, zet Skepta’s ‘That’s Not Me’ aan op een huisfeestje en je woonkamer verandert in een moshpit. Het is muziek waar je zelf een beetje wild van wordt.

Sinds 2014 staat het genre weer volop in de belangstelling en Skepta beleeft nu meer momentum dan ooit. Deels omdat hij erkenning krijgt van grote artiesten als Kanye West, Pharrell en Drake die een Boy Better Know-tattoo liet zetten. Afgelopen najaar traden ze samen op in Toronto, mooi in beeld gebracht in de documentaire Top Boy van Noisey. Maar wat die documentaire vooral laat zien is Skepta’s oprechtheid. Hij rapt over waar hij vandaan komt, zegt een meisje treffend. Niet over kettingen, auto’s en hoeren zoals Amerikaanse rappers, maar het echte leven in Londen. Dat is zijn grote aantrekkingskracht en dat het hem zo ver brengt is een positieve bijwerking van het internettijdperk. Aan de ene kant verdrink je in het muziekaanbod. Merken betalen voor video’s en maken het speelveld ongelijk waardoor het als kleine artiest moeilijker is om er tussen te komen. Tegelijkertijd is het een goede tijd voor underground muzikanten met een lange adem, zoals Skepta. Het is een goede tijd voor mensen die dingen doen vanuit hun hart, zoals hij zelf in de documentaire zegt. „Normaal gaan de mensen ermee aan de haal die willen manipuleren en geld verdienen. Dankzij internet is er meer ruimte voor echtheid.”

En dat is nog steeds waar, getuige Skepta’s self made succes.