Opus Zero

Het begon met de grote big bang

en het dreef nog lang door de ruimte

hechtte zich dan aan water en aarde.

Het kroop in alle begin, nam

de stilte over, suisde in wind

roffelde tikte in regen die viel.

En het hing sindsdien in de lucht.

Krekels zetten de toon met hun poten

vogels pasten hun taal aan en toen

klonk plots ook een neuriën op

uit de mens die zijn wereld rondom

bekraste. Iemand floot het na, blies

op een grasspriet tussen zijn duimen

een ander sloeg ergens soms hard

dan weer zacht tegenaan, een andante

dat met voeten en hart samenspande.

En het hangt sindsdien in de lucht.

Het kruipt als wiegelied in wie pas

begint, danst een niet te vertellen

verhaal in lijf en hoofd: een deuntje

een tango of madrigaal. Het fluit

blaast, wringt zich tussen de lippen

naar buiten, zwaait ons uit.

En het hangt voorgoed in de lucht.

Hester Knibbe (de Stadsdichter draagt het gedicht
woensdag 18 mei voor op de feestavond ter gelegenheid
van het 50-jarig bestaan van De Doelen)