Niets vreemds aan

Ik sta op de bus te wachten bij Station Blaak als er iemand op mijn schouder tikt. „Waar ga jij naartoe?”

Soms kom je mensen tegen die net zo vreemd zijn als jij. Silvana Sodde is zo iemand. Ze is, net als ik, schrijfdocent bij de SKVR, maar heeft ook een eigen literair cursuscentrum waar ze haar cursisten voor de valkuilen van de fictie behoedt. Met Silvana kun je, hoe onwaarschijnlijk dat misschien ook klinkt, geanimeerde gesprekken voeren over de functie van de puntkomma. („Die is er niet! Het is een punt óf een komma.”)

Als ik haar vraag of ze zin heeft om mee te gaan, diept ze meteen haar ov-chipkaart op. Tien minuten later rijden we over de Willemsbrug naar het Noordereiland. „Ik ga nooit met de bus in Rotterdam”, zegt Silvana. Ik biecht op dat ik altijd met het ov ga, omdat ik niet durf te fietsen. Ze kijkt er nauwelijks van op.

Bus 47 rijdt in een lus terug naar Blaak, dus besluiten we dat de Meeuwenstraat vandaag dienst doet als eindhalte. Vanaf hier, de kop van het eiland, heb je vrij uitzicht op de Erasmusbrug. De brug hangt als een ballerina boven het water, raakt met haar tenen de oevers. We zwerven over het eiland, komen langs bruine cafés, scheepvaartkantoren en galeries, gluren naar binnen bij leegstaande panden. Aan sommige gevels wappert de vlag van het Noordereiland, groen-wit met een rood hart.

Op de Prins Hendriklaan vinden we een houten kastje dat als een vogelhuisje is vastgebonden aan een boom. Een ‘Minibieb’, twee planken met boeken die je gratis mag lenen of ruilen. We houden ons in. Silvana is net terug uit Londen waar ze een koffer vol boeken vandaan heeft meegesleept. „Het past niet meer in de kast. Ik moet verhuizen.” Ik ken het probleem. Dubbele rijen zijn geen optie; weggooien is uit den boze.

We belanden bij Fadi’s, een koffiezaak vlakbij de Hef waar het naar verse keuken ruikt. De eigenaresse staat erop dat we vast op het terras gaan zitten. Ze klopt het schuim op voor twee cappuccino’s. In de zon praten we over de hobby’s die we er als kind op nahielden. „Bibliotheekje spelen in je eentje, deed jij dat ook?” Dat deed ik ook. Niets vreemds aan.

Dan wordt koffie voor ons neergezet. Op het schuim drijven twee hartjes.