‘Niet afwachten, meteen proberen een goal te maken’

Voetbal Biografie van voormalig topvoetballer en bondscoach Kees Rijvers over PSV, Oranje en zijn jaren als prof in Frankrijk

Kees Rijvers: „Ik kan niet zo goed tegen de mentaliteit, het misbruik van de spelregels, steeds maar duwen.” Foto Andreas Terlaak

Buiten de familie Rijvers wist niemand het. Johan Neeskens was niet alleen een bikkelharde en onvermoeibare voetbalvedette, maar ook een geanimeerd sprookjesverteller. „Ja, hij las sprookjes voor aan onze kinderen”, vertelt oud-bondscoach Kees Rijvers, die in het najaar van 1981 de bij New York Cosmos in onmin geraakte ‘Nees’ bij hem thuis in Knegsel klaarstoomde voor een verrassende comeback in Oranje. „Vooral met Nicole, een van onze gehandicapte kinderen, klikte het enorm. Die twee konden toch kletsen samen. Johan en ik ook. Fijne knul.”

Het ‘geheim’ van sprookjesverteller Neeskens ligt op straat nu donderdag de biografie Prof werd gepresenteerd van de Brabantse oud-voetballer, trainer en bondscoach Rijvers. Bijna 90 jaar, maar op het oog nog uiterst fit. Ook bijzonder: het boek is geschreven door zijn kleindochter, journaliste Antje Veld. Prachtige verhalen over het gouden binnentrio met Faas Wilkes en Abe Lenstra. Zijn nacht in een Franse cel, een brief vol voetballiefde aan Johan Cruijff en het echec van het door Malta gemiste EK van 1984. Maar waarom toch zo lang gewacht? „Als zij niet had aangedrongen was het er nooit gekomen”, zegt Rijvers monter, met een hoofdknikje naar Veld. „Ik wilde uiteindelijk wel, maar pas als ik ‘weg’ was. Ik zag op tegen de familiekant.”

Bij de hectiek van het topvoetbal hadden Kees en Annie Rijvers een gezin met zes dochters, van wie de oudste en de jongste twee aan een erfelijke spierziekte bleken te lijden. „Dat is ook onderdeel van het verhaal”, zegt schrijfster Veld. „Maar het moest niet de boventoon voeren, dat vinden de kinderen niet fijn. Ik heb een balans gezocht.” Alleen een familielid kon zijn biografie schrijven, stelt Rijvers. „Zij is ook opgevoed in de sfeer van ons gezin. Als een ander daarin gaat wroeten… Wij hebben geprobeerd te leven met het idee eruit te halen wat erin zit, de gehandicapten hetzelfde als de niet gehandicapten. Als ik het boek nu lees, vraag ik me af waarover ik me vooraf zo druk heb gemaakt. Het is prachtig.”

NAC, Feyenoord en Oranje

Wie weet nog hoe goed de Bredase schoenmakerszoon Rijvers kon voetballen? „Denk aan Iniesta”, typeert hij zichzelf voor een generatie die hem hooguit kent uit de jaren zeventig en tachtig, als coach met de karakteristieke pet. Hij speelde voor NAC, Feyenoord en Oranje. Hij schitterde als een van de eerste Nederlandse profs bij Saint-Étienne. „Ik ging op mijn 24ste naar Frankrijk, tot mijn 28ste heb ik mijn beste periode als voetballer gehad. Zo goed heeft niemand mij in Holland ooit zien spelen. Hooguit in de Watersnoodwedstrijd.”

Prof begin jaren vijftig, pionier tegen de tijdsgeest in. Rijvers werd verbannen uit Oranje. Pas na het legendarische benefietduel voor de Watersnoodramp in 1953 werd Nederland rijp voor profvoetbal. Maar geaccepteerd? „Bestuursleden deden goede zaken maar als international beurden wij geen cent”, vertelt Rijvers. En als hij na een conflict van buitenlandse spelers met de Franse belastingdienst terug naar Nederland wil, belandt hij zelfs pardoes in een Franse cel. Feyenoord-trainer Jaap van der Leck koopt hem aan de grens voor 20.000 gulden vrij. „Dat ging in goed vertrouwen. Een half jaar later werd het conflict opgelost en kon ik Feyenoord terugbetalen.”

De liefde voor Frankrijk bleef ongebroken. Rijvers keerde terug naar Saint-Étienne, woonde jarenlang aan de Atlantische kust op Ile d’Oléron. Tot hij met zijn vrouw drie jaar geleden repatrieerde naar een fraai appartement in Princenhage, op een steenworp afstand van zijn ouderlijk huis. „Het leven in Frankrijk was stukken aangenamer dan in Holland. Ik kwam er als broekie, pas getrouwd, geen rooie cent. Dan is het een feest om in een omgeving te zijn waar je goed verdient en lekker kunt leven en voetballen.” Kleindochter Antje verbaasde zich over zijn populariteit toen ze onlangs met haar opa en oma Saint-Étienne bezocht. „Mensen stapten spontaan uit de auto. ‘U bent toch die voetballer’, vroegen ze.”

Rijvers zelf constateerde in het stadion van Les Verts dat de kleedkamerdeur gemaakt is, die Huub Stevens intrapte na zijn wissel bij de 6-0 nederlaag van PSV in de Europa Cup in 1979. „Ja, als trainer van PSV heb ik drie keer verloren van Saint-Étienne. De eerste keer waren wij echt beter. Dat was het PSV met Ralf Edström in de spits, de beste ploeg die ik ooit heb getraind. Die 6-0 was de laatste keer, dramatisch. Daar dacht ik meteen aan toen ik zondag Frank de Boer in die bus zag zitten na de afgang van Ajax. Heeft niet met slecht spelen te maken maar met een gebrek aan beleving van een groep.”

Een georganiseerde bende

Bij PSV en FC Twente bouwde hij in de jaren zeventig onvergetelijke elftallen. „Het moest een georganiseerde bende zijn, zoals in mijn beste periode bij Saint-Étienne. Kwestie van elkaars taken overnemen, zo snel mogelijk weer aan de bal komen. Niet afwachten maar meteen proberen een goal te maken.” Voldoening? „Als ik bij gewone spelers het maximale eruit kon halen.” Scherp oog voor het geniale. „Wil van der Kuylen, Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Piet Keizer. Spelers die vaak iets doen dat nog beter uitpakt dan je zelf aan de kant in gedachten had. Dan zat ik echt te genieten.”

Als bondscoach deed Rijvers in 1981 een uiterste poging Cruijff terug te halen in Oranje. „Toen ik na ons eerste gesprek thuiskwam, zei mijn vrouw: ‘je bent nogal happy.’ Ja, ik was er van overtuigd dat het doorging. Geweldige avond gehad met Johan, van de hak op de tak puur over voetbal gepraat, op gelijk niveau.” Nooit opgehelderde redenen stonden een rentree van de onlangs overleden nummer 14 in de weg. Zelfs een persoonlijke brief mocht niet baten. „Ik blijf ervan overtuigd dat we ons met Johan erbij in 1982 hadden gekwalificeerd voor het WK in Spanje. Dan was de generatie Gullit, Van Basten, Rijkaard twee jaar eerder doorgebroken. En had mijn carrière als bondscoach er anders uitgezien.”

Met Johan Cruijff erbij hadden we ons gekwalificeerd voor het WK van 1982 in Spanje

Rijvers gaf talenten ruim baan, legde zo indirect het fundament voor de Europese titel van 1988 maar miste zelf met zijn jonge groep het EK van 1984 na een 12-1 zege van Spanje tegen Malta. Verdachte uitslag? Andere Tijden Sport komt binnenkort met een reconstructie. Nee, Rijvers zat die avond niet te kaarten bij de buren, onthult hij in zijn biografie. Maar achteraf is er nog de pijn van het gemiste EK, inleiding tot zijn vertrek als bondscoach. „Onbegrijpelijk dat de pers het destijds niet tot op de bodem heeft uitgezocht.”

In het verleden leven doet hij niet, maar het moderne voetbal bekoort hem maar matig. „Ik kan niet zo goed tegen de mentaliteit, het misbruik van de spelregels, steeds maar duwen en vasthouden, tackles op het standbeen.” Of schreeuwende trainers langs de lijn. „Zo idioot.” Wel mooi dat ‘zijn’ PSV kampioen werd („beter dan Ajax”), al zit de liefde voor Feyenoord en FC Twente dieper. Met kennersblik volgt hij jonge trainers Alex Pastoor en Ernest Faber. „Die doen opvallende dingen met hun ploeg.” En Robin van Persie mag terug in Oranje. „Echte liefhebber, kan nog een paar jaar mee.”

Maar bovenal geniet hij zaterdags van de jeugd van Groen-Wit, de Bredase club waar hij ooit zelf begon. „Daar zie je het pure voetbal. Ik maak misschien niet meer mee dat ze doorbreken, maar ik blijf daarvan genieten.”